Baarsauteur: Hyppo Wanders
Familie: Percidae Orde: Perciformes Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen) Max. lengte: 52 cm Max. gepubliceerd gewicht: 4.750 gram Max. vermelde leeftijd: 22 jaar Leefomgeving: Zowel in zoet- als in brakwater; terug te vinden in diverse waterlagen tot 30 meter diepte. Klimaat: gematigd klimaat Verspreiding: Europa (uitgezonderd Spanje, Italië en Griekenland) tot in Siberië Determinatie: Baars heeft een herkenbaar hoog lichaam. De (dorsale) rugvin bestaat uit twee delen waarvan de voorste tussen de 14 en 20 scherpe stekels heeft. Het aantal wervels schommelt tussen de 39 en 42. Het lichaam is groen-geel van kleur en er lopen 5 tot 9 verticale banden over de flanken. De eerste dorsale vin is grijs en heeft een zwarte vlek aan het uiteinde. De tweede dorsale vin is groenachtig geel van kleur. De borstvinnen zijn geel van kleur, de buikvinnen oranje rood. De eerste dorsale vin is beduidend groter dan de tweede. Het lichaam is bedekt met kleine en harde schubben die enigszins ruw aanvoelen. Het uiteinde van de kieuwdeksel is voorzien van een stekel. Biologie: Baars komt voor in langzaam stromende rivieren, diepe meren en vijvers. Is ook aan te treffen in de sneller stromende beken uit de barbeelzone. Zolang het water niet al te zeer vervuild is kan de baars eigenlijk in elk type binnenwater voorkomen. Baars houdt zich graag schuil bij of onder hindernissen in het water, zoals vlonders, bruggen en duikers. Ook natuurlijke hindernissen als rietkragen en omgevallen bomen zijn favoriet. De volwassen exemplaren (minimaal 2 of 3 jaar oud) zetten eieren af in lange witte linten. De eitjes komen, afhankelijk van de watertemperatuur, na 8 tot 16 dagen uit. De pasgeboren larven (5mm lang) leven de eerste dagen op het voedsel uit hun dooierzak. Zodra dit op is en er een zwemblaas gevormd is schakelen deze jongen over op plankton. Geleidelijk aan worden insecten(larven) en kreeftachtigen (vlokreeftjes, garnaaltjes) als voedsel genomen. Op hogere leeftijd voeden ze zich ook met vis (jong broed, spiering, grotere voorns, stekelbaars, pos) en kikkers. Opvallend daarbij is dat de baars graag in scholen jaagt, waarbij ze de prooi insluiten. Vanaf jongs af aan leeft de baars in het open water in scholen van leeftijdsgenoten. Naar mate de leeftijd vordert worden deze scholen kleiner. Echt grote exemplaren leven bijkans solitair. In de winter trekt de baars zich terug naar dieper water en houdt zich dan voornamelijk op in de buurt van de bodem. Zodra de temperatuur stijgt zoekt de baars de ondiepere plekken op. Afhankelijk van de omstandigheden kan de baars uitgroeien tot meer dan 50 cm lengte. Dergelijke omstandigheden zijn meestal te vinden in groot water met relatief weinig plantengroei en een groot voedselaanbod. Is er echter een gebrek aan insectenlarven en kreeftachtigen dan stagneert de groei. Dergelijke vissen worden vaak zwarte baars genoemd, vanwege hun donkere uiterlijk. Zwarte baars komt vooral voor in wateren met een zeer dichte visstand en een zware begroeiing. Prooivis is in dergelijk water moeilijk te bemachtigen.