door Rob B, 1990

Ik wil jullie meenemen naar een viertal rivieren in het buitenland waar ik dit jaar zonder al te veel succes, maar dat is men tenslotte van mij gewend, de vlieg te water heb gelaten.

In april is het seizoen nog jong en vol enthousiasme en begaven wij ons onder de immer bezielende leiding van Jan de Vrijer voor een lang weekeinde naar het Duitse riviertje de Kyll. Die leiding strekte zich ook uit over de navigatie: Jan was al een oude bekende aan de Kyll en hij wist precies hoe we bij Hillesheim moesten komen. En voort, al maar voort rolde onze auto over de Duitse autobahn. Moesten we nog niet 's afslaan? , Nee hoor we zitten goed en we moeten nog een heel eind doorrijden!" Maar toen de akkers aan weerszijden van de weg plaats maakten voor rijstvelden en de bevolking sterk Aziatische trekken begon te vertonen begrepen we dat we een pietsje te ver waren doorgereden en de koers enige correctie behoefde. Enfin, na veel vijven en zessen werd het pension bij Hillesheim eindelijk bereikt.
Na het afhalen van de vergunningen besloten we de rivier direct maar te gaan verkennen. De Kyll is bij Hillesheim verdeeld in drie beats, waarvan de eerste twee voor de lokale vissers zijn gereserveerd en de derde, met een nog respectabele lengte, voor buitenstaanders is gereserveerd. Het visbestand bleek heel redelijk met dien verstande dat de forel zo langzamerhand bleek te zijn verdrongen door vlagzalm. Je maakt dat jammer genoeg de laatste jaar steeds meer mee in Duitsland en de Ardennen. Maar goed, ook aan een mooie vlagzalm valt een respectabele sport te beleven.
De Kyll is vrij smal en stroomt niet al te hard, zodat ook een niet echt geoefende vliegvisser daar mooi weg kan komen. Een prima watertje dus om een eerste ervaring op stromend water op te doen. Hoewel wij die ervaring wel bezaten bleek dat toch niet voldoende: de vlagzalm stelde zich nog wat schuchter op en bleek niet van zins zich in groten getale
te laten vangen. Maar goed, zo af en toe zagen we toch wel wat leven, het weer was prima en je bent van de straat....

De laatste middag was het trouwens toch nog een paar uurtjes prijs. Ik beviste een van de mooiste stukjes van de Kyll (voor oudgedienden: de stroomversnelling daar waar de spoorbaan langs de rivier gaat lopen) en met een lichte sawyernymph, gevist aan een korte leader was ineens als bij toverslag elke worp raak. Jan en John hadden het stuk al terdege en zonder succes af gevist, maar ik moet er over een afstand van misschien nog geen honderd meter toch gauw een dertig hebben gevangen, zo tussen de 20 en 30 cm.

Als afsluiting van het weekeinde hebben we meer dan voortreffelijk en bijzonder goedkoop gegeten in een café bij de brug over de rivier. Als er dit najaar nog mensen naar de Kyll willen gaan kan ik dit adres van harte aanbevelen.

De weg naar huis was snel gevonden, mede doordat het Jan ten strengste verboden was zich met de rijroute te bemoeien!

 
 

Eind mei begaf ik me, onder andere in gezelschap van Jan's jongste vrouwelijke nazaat, naar de Luxemburgse rivier de Süre. Zij bemoeide zich in het geheel niet met de route, zodat Michelau, zo heette het gehucht waar ons bungalowtje stond, zonder omwegen werd bereikt. Nu was de trip in de eerste plaats bedoeld als een ontspannen gezinsvakantie en wat dat betreft werd het doel meer dan bereikt, ik heb het zelden zo goed naar mijn zin gehad. Dit neemt echter niet weg dat ik meer dan begeerlijke blikken wierp op de werkelijk schitterende rivier die vlak langs het huisje stroomde. De Süre slingert zich hier breed door een landschappelijk wonderschoon gebied en wordt ook niet ontsierd door de campings die meer stroomopwaarts de oevers verzieken. Een vergunning bleek bil een hotelletje verkrijgbaar tegen een prijs van honderd gulden per week, terwijl de staatsvergunning ook nog eens honderd gulden bedroeg. Hoewel het vissen niet voorop stond heb ik toch maar een vergunning gekocht, want ja, al vis je elke avond maar een uurtje voor zonsondergang, dan pik je toch het mooiste gedeelte van de dag mee. Het water bleek redelijk ondiep, hoewel ik daaraan moet toevoegen dat het al een tijd niet geregend had, dus dit zal waarschijnlijk wel variëren. In ieder geval kwam het water mij tot net over de kuiten en op sommige plaatsen tot het middel. En oh, wat kon je er mooi wadend vissen: de kiezels op de bodem waren niet te glad en ook niet te scherp. En vis zat er zat: vanaf de weg kon je ze zo in het ondiepe water tegen de oevers zien staan, bakken van ook hier weer - vlagzalmen. Zo heb ik veertien dagen lang vrijwel elke avond wel een uurtje gevist. Vreemd genoeg waren er dagen bij dat ik niet eens beet kreeg, wat ik ook probeerde: stroomopwaarts droog, stroomafwaarts droog, met een nymph, natte vlieg, streamertje, noppes. Maar een paar avonden was het bijna elke worp weer raak: prachtige vlagzalmpjes van zo'n 30-35 cm. Zowel met de droge vlieg als met een klein nymphje. Er was een bepaalde plek waar de rivier bijna niet dieper was dan net over mijn enkels, maar aan de oever een ongeveer 1.50 meter diepe geul onder struiken en overhangende boompjes had uitgesleten. Dit leek me een ideaal plekje voor een sinktip met korte leader en een Bodembonker, een goed verzwaarde loodkopnimf. Nou, dat bleek een daverend succes, diverse keren heb ik er een vlagzalm uitgehaald die de vijftig centimeter nog overschreed. Vechters van de eerste orde trouwens!

 
 

De derde buitenlandse rivier die door mij met een bezoek werd vereerd was de Blackwater in Ierland. Net uit het ziekenhuis na een meniscus-operatie dacht ik daar wel even te kunnen gaan vliegvissen op zalm. Nou, dit bleek de vergissing van mijn leven. De reis startte trouwens alweer onder een slecht gesternte. John zou mij om zes uur komen ophalen, maar geheel tegen mijn gewoonte ik was ik al om half zes kant en klaar. Ik pakte een gedeelte van mijn bagage uit de kelderbox en wandelde de garage in. De garagedeur klikte achter mijn rug op slot en door de glazen deur kon ik mijn sleutels nog net zien hangen in het slot van de kelderbox. Geheel tegen zijn gewoonte in was John te laat, zodat het tot half zeven duurde voordat ik zijn auto hoorde aankomen en ik hem kon toeschreeuwen dat ik opgesloten zat. Gelukkig kon hij toen mijn geliefde waarschuwen die allang weer sliep en wat verkreukeld naar beneden kwam.

Enfin, de Blackwater dus. Slim als we zijn hadden we deze rivier in ons programma opgenomen, omdat ze niet zoals de Errif afhankelijk is van een frisse stoot vers regenwater, maar altijd een min of meer gelijkmatig niveau heeft. Helaas moest lan Powell de sympathieke uitbater van de Blackwater Lodge bekennen dat je goede zalmjaren hebt én slechte en dat dit wel een heel slecht jaar was!! Er was al weken lang geen run van betekenis op de rivier geweest en onze kansen om een zalm te vangen waren minimaal. De rivier stroomde echter zo verleidelijk door het dal en de diverse beats hadden zulke schitterende mogelijkheden tot vliegvissen dat we toch vol goede moed aan het karwei begonnen. Teveel moed had ik zelfs, want na twee dagen waden had ik mijn knie zo ernstig geforceerd dat ik de rest van de vakantie alleen nog maar met veel pijn kon strompelen en eigenlijk absolute rust moest houden. Af en toe ging ik nog wel een dagje mee om als een oud mannetje in een stoeltje met dobbert je en wurmpje te vissen, maar de meeste tijd bracht ik lezend (en drinkend) door in de bar in de boeken die ik met vooruitziende geest had meegenomen. Uiteraard had ik behoorlijk de pest in, hoewel dat nog een beetje werd ingedamd door de wetenschap dat ook John en de andere medevissers niets konden vangen. Aan de Errif f hetzelfde laken een pak, nog verergerd door het feit dat deze pure regenrivier bijna helemaal droog stond. Ik las, John viste. Met als resultaat: beiden geen vis. Ik heb trouwens nog nooit zoveel mensen op regendans gelijkende bewegingen zien maken als in die week aan de Errif f. En het hielp: in de nacht voor onze laatste visdag barstte de hemel eindelijk open en de rivier steeg in een uurtje tijd wel een centimeter of tien. Nu hadden John en ik het grote geluk dat we die laatste dag het getijdegedeelte van de rivier mochten vissen, een stuk dat loopt van zee tot aan een forse waterval. Voor alle binnenkomende vis stonden we daar dus op de eerste rij. Dus deze laatste dag besloot ik de boeken te laten voor wat zij waren en ook een uurtje mijn geluk te gaar beproeven, dat kon ik nog net uithouden. En ja, na nauwelijks een half uur was het raak: een zalm van 6. 5 pond. Dattie in plaats van in de bek in de staart was aangeslagen was een kleinigheid die ik nu echt niet meer meetelde!!!