Vissen in het land van de 10.000 meren
(door Sjoerd V, 1990)

 

 

Wanneer je bovenstaande regel leest zul je denken dat ik ben gaan vissen in Finland. Niets is minder waar, aangezien in Amerika de staat Minnesota ligt, welke ook een respectabel aantal meren heeft: het wordt geschat op zo'n slordige 10.000. Niet dat ik ze alle bevist heb, verre van dat, maar toch wel een paar leuke meertjes. Voor alle duidelijkheid, Minnesota ligt ongeveer op de helft tussen de Atlantische oceaan en de Pacific, vanaf de oostkust achter Lake Superior, het grootste meer van de wereld en grenst in het noorden aan Canada.
Hoofddoel van deze reis was familiebezoek, maar ik wilde ook wel wat zien van het land en als het even kon nog vissen ook.

Na een vliegreis vanaf Schiphol landden we ongeveer 8 uur later in Detroit voor een stop van plm. een uur om daarna weer 2 uur door te vliegen naar Minneapolis de hoofdstad van Minnesota. Daar werden we opgewacht door mijn neef en nicht, de bagage in de auto geladen en we gingen weer voor vier uur in de noordelijke richting door.
Onderweg hadden we het uitzicht over diverse meren en meertjes, welke uitnodigden om te gaan vissen, maar daar was nog geen tijd voor. Tijdens deze tocht noordwaarts was van verkeer weinig te merken, af en toe zag je een auto en toch was de toegestane snelheid 65 miles per uur.

Onderweg zo eens gevraagd hoe het zat met vergunningen, kon er wel vanaf de kant gevist worden en dergelijke dingen. Aangezien ze vlak naast het indianenreservaat van de Chippewa indianen woonden, zou morgen bij hun een vergunning gehaald worden. De indianen hebben daar het jacht- en visrecht, maar ze houden zich ook bezig met bingo avonden en gaan zich hoe langer hoe meer bezig houden met het exploiteren van motels binnen en buiten het reservaat.

Mijn neef beschikte over een boot op een trailer voor achter de auto, zodat we niet aan één meer gebonden waren. De eerste visdag was op Lake Minme, een juweeltje van een meer, omgeven door mooie bomen, zodat vanaf de kant vliegvissen er niet bij was. Aangezien mijn neef John wel eens van vliegvissen gehoord had, maar het nooit had gezien, was hij wel benieuwd of je met vliegen wel iets anders kon vangen dan forel. Nu daar is hij die dag goed achter gekomen. Zelf viste hij met kunstaas, levend aas of wormen. De boot te water gelaten en een elektrische motor naast de aanwezige benzinemotor bevestigd, m'n #5 hengel opgetuigd en een goudkopnymph Dubbelpoot (zie Sportvismagazine, augustus 1990), welke er lekker ruig uitziet aangebonden en daar gingen wij. Tijdens het langzaam varen naar een volgens hem goede stek wierp ik het lijntje uit en ja hoor de hengel stond krom en de eerste vis had de vlieg te pakken. Ik zei mijn neef dat ik een vis aan de haak had en zag dat zijn mond openviel van verbazing en zijn ogen werden tweemaal zo groot. Het was een mooie bleugill, welke zich niet zo vlug gewonnen gaf. Die dag zijn er heel wat, voor mij vreemdsoortige vissen gevangen, welke hier in deze meren voorkomen, zoals crappie's, largemouth bass, Yellow perch en walleye, maar jammer genoeg geen forel. Die dag lagen mijn vangsten op de vlieg hoger dan zijn vangsten met kunstaas.

Ook had het meer nog iets anders te bieden dan vissen, n.l. het natuurlijk gebeuren, zoals een Loon (ijsduiker) met z'n karakteristieke geluid en een Bald Eagle (Amerikaanse adelaar) welke boven het meer cirkelde om er te vissen.

 

  

 

Twee dagen later gingen we vissen op Lake Thirteen, een evenzo mooi meer, omzoomd door mooie bomen. Hier waren de vangsten nog beter zodat wij menigmaal hier zijn teruggekomen met evenveel succes. De vissoorten waren hier gelijk als bovengenoemd.

Op een van deze dagen was ik mijn camera vergeten en ja hoor een misser mijnerzijds. Een Ospray (Havik) was hier aan het vissen en ving een walley welke net zo lang was als hij zelf. Moeizaam trachtte de Ospray hoogte te winnen en kwam vlak langs de boot. Even verderop moest hij de vis loslaten en daar kwam een adelaar aan welke de Ospray wilde verjagen. Deze had nog steeds zin in de Walleye, die dood op het water dreef en liet zich niet van de wijs brengen door de adelaar. Het schijngevecht duurde minstens een half uur hetwelk ik knarsetandend zonder camera heb gevolgd, want het zou mij een mooie fotoreportage hebben opgeleverd.

Vissen op Lake Garfield was voor mij een andere belevenis, varend in een van die schommeldingen welke bij een verkeerde beweging vlug omslaan. Het weer was die dag kalm zodat er niet of nauwelijks golven waren. Maar vliegvissen hieruit leek mij niet zo aangenaam. IK zat voor en John achterin dit ranke vaartuig. Voorzichtig begon ik te werpen en zowaar het ging goed, zodat ik bij iedere worp de vlieg wat verder van de kano kon brengen zonder een nat pak te halen. Ondanks deze handicap heb ik toch nog zo het een en ander kunnen vangen.

De wekelijkse hengelsportbijlage van de plaatselijke krant stond bol over de goede vangsten van Lake Plantagenet zodat John het idee kreeg om ook daar eens te gaan vissen, hoewel in de afgelopen vier jaar op dat meer door hem geen schub was gevangen. Wij richting meer na onderweg nog wat aas voor hem gekocht te hebben bij een benzinestation. We kregen daar zowaar nog een kaartje van het meer met daarop de diepten aangegeven. De boot te water en naar een glooiing gevaren welke wat op de wind lag. Daar gevist, maar geen vis, niet op de vlieg en niet op enig ander aas wat hij te water smeet. Doorvaren en langs een andere kant proberen, maar ook geen succes. Wat verderop ving ik een baars op de vlieg wat de hoop weer deed stijgen. Maar het bleef bij die ene baars. Het scheen dat andere vissers evenmin wat vingen, want er werd door de weinige bootjes die er waren, nog al eens verkast.

Weer naar een andere plaats gevaren en ja hoor nummer twee diende zich daar aan. Dit ontlokte John de opmerking dat het voor mij een "a great day" was omdat ik vis had gevangen en voor hem een "a good day" omdat hij buiten in de natuur was. Even later ving hij zijn eerste vis van die dag, maar ook zijn eerste vis op Lake Plantagenet in vier jaar! Al met al waren de visdagen voor mij op die mooie meren "great days".