De Vangende Scheerkwast

(Rob B, 1991)

 

 

Tijd, hoog tijd, was het dat ik na een lange, lange winter hard werken weer eens uitgelaten zou worden in een schitterend bergdal, waar een mooie stroom doorheen ruist. Zo trokken we op een sombere dag in mei naar Luxemburg, waar in een ons bekende herberg voor een bescheiden prijs prima onderdak en nog beter voedsel wordt geboden. De eerste meevaller bleek het weer, de sombere luchten bleken in Nederland achtergelaten en een vriendelijke zon schitterende op het water, dat helaas wel reeds op de diepzomerstand was aangeland: op sommige plekken stond maar een centimeter of dertig water. Het ruisen van de stroom was dus behoorlijk terugge­bracht tot op zijn hoogst een vriendelijk kabbelen. Nu zou je zeggen dat er op een zo geringe diepte, de bodem was uiteraard als door een vergrootglas te zien, totaal geen vis zou zitten. Het tegendeel bleek echter waar. Ik had een vlieg, slechts bestaande uit wat slordig gewikkeld hertehaar rond een bruinige body op een haak 12, die ik op de ondieptes stroomopwaarts viste. En waar de vlagzalm vandaan kwam, geen idee. Maar vangen dat die scheerkwast deed, ongelooflijk. Er was bijna geen worp of de vlieg werd genomen. Vreemd genoeg bleek de vlieg slecht te haken, slechts een op de drie keer bleek de aanbijtende vist ook werkelijk gehaakt te worden. (Misschien dat de experts in onze vereniging opheldering kunnen bieden?) Maar ach, wat deed dat er toe: rustig waden met als enig geluid wat gezoem van bijen en het gekwetter van talloze vogels. Zo op je dooie akkertje het vallen van de avond tegemoet, geen verkeer, geen stemmen, geen gezeur aan je kop. Alleen met je gedachten, de bomen, de rivier en je hengel.

Het waren drie perfecte dagen, mede door de zalige maaltijden waar we 's avonds op werden vergast. Veel te snel was het uur van scheiden aangebroken en we maakten ons klaar om te vertrekken. Nu hadden we onze bagage 's ochtends al in de garderobe moeten deponeren, omdat we onze kamers moesten ontruimen. Geen punt, want omkleden deden we dan wel in de toiletruimte. En zo gebeurde het dat we ons net in een wervelende modeshow bevonden - zo toonde Jan een gewaagde combinatie in vooroorlogse jaeger met extreem laaghangend kruis, de blote bolbuikige Bul een fel gestreepte boxer en de beide anderen nauwelijks decenter garnituren - toen een bejaarde Luxemburger die bij het bruidsgezelschap behoorde dat de hele eetzaal had afgehuurd, naar het toilet meende te moeten gaan. Hij kon nog net verhinderen dat zijn tandjes op de tegels kletterden en maakte geschokt rechtsomkeert. Praten kon hij kennelijk nog wel, want toen wij schielijk langs de ruiten van de eetzaal schuifelden priemden de blikken van het hele gezelschap gevoelig in onze rug...

 

Nawoord: De scheerkwasten die Rob Bul hier bedoelde bleken bij nadere inspectie om een van de meest verkochte vlieg in de wereld te gaan, namelijk een door de Amerikaanse professionele vliegbinder Al Troth ontworpen elk wing caddis.

 

Voor de geinteresseerde volgt hier de originele patroon.

draad:               licht bruin

Haak:                 Partidge L2A

lijfje:                  hazeoor dubbing geribd met een bruine hanehackle en dun koperdraad.

vleugel:            gebleekte elk (eland).

 

Zoals met alle goedvangende patronen ontstaan na verloop van tijd allerlei variaties omtrent het kleur, wat ook hier het geval was. Het gebruik van elk haar is in dit geval aan te raden, daar elk stijver is, dus minder uitwaaiert. Een haak met een wijde bocht is ook zeer nuttig, Een goed vervanger voor de L2A is bijv. TMC 102Y.