Snoeken met Steve.

(Peter V, 1991)

 

Toen ik met vliegvissen begon ging het mij vooral om de ruisvoorn. De boeken van Jan Schreiner en Kees Ketting gingen vooral over deze vissoort, waar ik in mijn nóg prillere jeugd al een voorkeur voor had en behandelden de snoek nauwelijks of niet. Indertijd kon ik met iemand mee de polder Wïlnis in die in die tijd voor de ruisvoorn nog uitstekend was, en voor het vissen met streamers was helemaal geen belangstelling.

Maar aan alles komt een eind - ook aan goede ruisvoornstekken. Na een hele (puber)tijd niet of nauwelijks vissen begon ik op mijn zeventiende weer, met als voornaamste interesse: snoek!

Ik had er tot vorig jaar aardig wat gevangen, waarvan ook een behoorlijk aantal op de streamer, maar had er nog nooit een met de vliegenhengel gevangen, ook al had ik het een aantal malen geprobeerd (en er zeker een stuk of vijf op nimfen verspeeld). Tot Steve zo vriendelijk was me een keer uit te nodigen voor een water waar hij er "minstens een stuk of vijf per dag ving". Meer dan voldoende reden er een keer op uit te gaan.

Om een uur of tien - eindelijk een vismaat met een voorkeur voor uitmaffen! - haalde ik Steve in Rotterdam op, en na een bakkie vertrokken we naar een inderdaad zeer fraai stuk polderwater waar het barstte van de mooie bruggetjes en kruisingen. Het eerste gedeelte van het water leverde niets op maar toen we het terrein van een vliegvisonvriendelijke boer voorbij waren draaide er een vlak voor mijn voeten weg. Een minuutje wachten, worpje en - hangen! Mijn eerste op de vliegenstok! Om kort te gaan ving ik in de loop van die middag nog drie van die groene beesten, tegenover Steve twee en startte zo mijn carrière (?) als streamervisser -bedankt, Steve!!