DE IJSSEL OF IK

(Hans V, 1993)

 

Het begon in 1991 met een inmiddels al berucht geworden snoekbaarsweekend aan de IJssel. Het weer was prima, de stemming was nog beter, het verblijf op IJsselstein was uit de kunst en ik had alles gelezen en nagevraagd over snoekbaars wat ik kon vinden, dus keihard er tegen aan. Het vangstresultaat van mij bestond uit 1 snoekje aan een spinnertje gevangen onder de spoorbrug bij de camping. Geeft niks hoor niemand ving wat, behalve s'zondags in de kom van de IJsselcentrale. Toch een leuk weekend en ik zal nog wel doorkrijgen hoe het moet.

Het volgende jaar: brasems vangen in de IJssel totdat je armen er afvallen, dat was tenminste te zien op dia's en videofilm en te horen uit zeer waarheidsgetrouwe bronnen (?). Dus dieptebommen binden volgens het patroon dat het dat jaar geweldig zou doen, weer volgens goedingelichte waarheidsgetrouwe bronnen.

Vrijdag's bijtijds weg naar de van te voren al op de kaart aangetekende stek, bij de witte brug, waar ze al op mij lagen te wachten, dacht ik. Dat zal ook best wel zo geweest zijn, alleen ik wist het en de dikke brasems en vorens dus nog niet. Mooi stekkie, mooie rivier niet zulk mooi weer maar ik had op de video gezien dat ik goed zat-stond. Het resultaat was NUL,NIKS,NOPPES. Geeft niet, s'avonds even praten met die mannen met bijna afgevallen armen en dan zal ik het morgen even laten zien. Die avond veel gepraat "ze moeten het daar doen", "ik heb daar altijd goed gevangen", "misschien was het wel te koud " en nog veel meer van dat soort kreten.

De volgende morgen met frisse moed weer naar de IJssel want nu weet ik het en gaat het gebeuren. Vangstresultaat van de gehele dag: 5 voorntjes gevangen in een jachthaventje.

Dan komen er s'avonds van die figuren die bergen grote ruisers gevangen hebben; na veel ouwehoeren en alcohol voeren kom ik er eindelijk achter waar dat dan wel was. Zondagmorgen naar de brug bij Kampen want daar gaat het gebeuren, bijna iedereen was er al en er werd gevangen. Dus het water in en meedoen. Hen paar uur later had ik uitgebreid gezien hoe anderen vis vangen, kouwe Klauwen, geen vertrouwen meer in mezelf, anderen, hengels, nymphen, de IJssel en ik was niet meer aanspreekbaar wat diverse vismaten ondervonden hebben.

Einde weekend met als resultaat: "van mij mogen ze die stinksloot dempen en asfalteren!!".

Weer een jaar later (1993 dus) na heftige twijfel onder lichte dwang ingeschreven voor het IJsselweekend. Dia's kijken, video kijken, pleeborstelnymphen binden en verhalen aanhoren. Veel ondersteuning van een wat fors uitgevallen lid van onze club die mij vorig jaar had horen grommen "dat ik mijn hengel in die rotsloot zou gooien als het weer niet lukte". Deze keer dacht ik slim te zijn en zijn we eerst in het Spui gaan oefenen ,en ja hoor daar lukte het, dus ik "ken het kunsie" en ik zal die hufters aan de IJssel eens even wat laten zien.

Vrijdags'middags lekker vroeg in Hattemmerbroek aangekomen, tas uitpakken, slaapzak op bed, omkleden en naar de IJssel. Volgens verkregen informatie zouden ze het bij de Witte brug lekker doen. Daar aangekomen optuigen, het water in en niets vangen, geeft niet het komt wel. Het kwam NIET.

 

“s Avonds alle verhalen aangehoord en besloten naar het supergeheime stekkie, waar de grootste boerelul vis kon vangen, te gaan. De volgende morgen bleek het stekkie niet zo geheim te zijn want de halve club stond daar vis te vangen. Het was een poel achter een sluisje en de brasem lag daar rijen dik en werd ook door iedereen gevangen. Hier bleek dat ik niet bij de grootste boerelullen behoorde want ik ving wederom niets, niet met het geheime wapen (de verzwaarde leader),niet met grote nymphen, niet met kleine nymphen alleen met het schepnet om een vis vangende visser te helpen. De rest van de dag op diverse plekken doorgebracht, zoals het centrum van Kampen e.d. Na het geslaagde bezoek aan de Chinees nog wat napraten waarbij mijn avonturen natuurlijk ook ter tafel kwamen. René kwam steeds dichter bij mij zitten vanwege de in die rotsloot te gooien hengels. Maar er kwam een redder in de zeer hoge nood in de figuur van Anne, die begreep er ook niets van dus werden leader, nymphen en de verdere rotzooi uitgebreid geïnspecteerd en in orde bevonden. "Morgen kom je bij mij staan en al moet ik er de rest van de dag mee bezig zijn, jij gaat vis vangen" sprak Anne. Ik ben met een gerust hart gaan slapen want het ging dus toch eindelijk gebeuren.

DE VOLGENDE MORGEN:   Aangekomen aan de IJssel zag daar al diverse lieden met kromme hengels dus er was vis. Toen ik in het water stapte kwam Anne direct naar mij toe met een kromme hengel die hij mij in mijn handen drukte met de opmerking "haal hem maar effe binnen, dan zal ik jouw spul wel nakijken". Dus kon ik in ieder geval het gevoel van een IJsselbrasem aan een hengel beleven. Na deze voor mij geheel nieuwe ervaring had Anne een dubbele beetverklikker op mijn lijn gezet en ging het dus gebeuren. Bij de eerste worp werd mij in het oor gefluisterd dat als ik aanbeten wilde zien ik mijn hengel wel wat hoger moest houden dus niet horizontaal boven het water. De duidelijk zichtbare beetverklikkers en het hoger houden van mijn hengel gaven direct resultaat zodat ik tot groot verdriet van René binnen een halfuur 3 brasems gevangen had. Hierna ben ik op de kant gaan zitten en heb ik deze gelukzalige gebeurtenis onder het genot van een sjekkie en een bakkie met innige dankbaarheid over me laten komen. Nadat ik weer enigszins bij mijn positieven was gekomen ben ik verder vissen gaan vangen hetgeen mij die dag ook aardig gelukt is.

Van mij hoeven ze de IJssel niet meer te dempen en te asfalteren want als je het kunsie kent is het er hartstikke leuk vissen. Ik zal Anne levenslang dankbaar blijven voor zijn broodnodige instructies en het iedere keer weer vertellen dat ik het toch wel zou leren. Volgend jaar weer naar de IJssel en dan zal ik jullie ech wel eens effe wal laten zien.