Eens een Trouvit gooier, altijd een Trouvit gooier
(Anne, 1993)


 

Ik zal proberen de bovenstaande kop wat te verduidelijken.

Drie a vier jaar geleden, op een vrijdag in december - ik weet het nog goed, het staat in mijn geheugen gegrift, net zoals mijn trouwdag en de geboorte van mijn twee dochters. Het regende, hard, heel hard, met veel wind toen ik vijf minuten te vroeg mijn leerlingen wegstuurde met de woorden „prettig weekeind". Ze wisten het al, die boys, meester moest weer eens gaan vissen... en dat klopte. De auto lag volgepropt met een teveel aan visspullen: een bellyboot, neopranepak. In de auto hing een geur van dennentakken en trouvit, wat ook geen wonder was, want al maanden ging die trouvit mee naar het Oostvoornse meer. Stop nu niet met lezen en bel nog geen redactie op, want zij kunnen er ook niets aan doen dat er onder de goedwillende sportvissers ook van dat gajes rondloopt, dat werkelijk alles doet om vis te vangen. Te hard rijdend en voor de rode stoplichten alvast leader en vlieg aanknopend was ik om plm. één uur aangekomen op het Oostvoornse meer, bij het botenhuis. Regen en wind deden hun uiterste best om mij te kwellen. In de regen zag ik ook nog een half verzopen visser staan, die mijn vismaatje bleek te zijn. „Is het nog wat", vroeg ik hoopvol, nadat ik mij als een verse worst in mijn neopreentje had geworsteld. (Nee, ik noem geen naam, dat zou mijn vismaat alleen maar schaden, zodat hij de komende vijfjaar hetzelfde lot als ondergetekende zou moeten ondergaan.) „Nee," beantwoordde hij mijn vraag, „het is *@#". „Wacht maar", zei ik en haalde het zakje trouvit uit mijn neopranepak. Het zakje, dat later in heel Nederland onder de sportvissers bekend zou worden. Met een sierlijke worp (leer je na een paar maanden duchtig oefenen wel) vielen de bruine korreltjes van plm. 1 cm lang met een doorsnede van 0,5 mm in het water. (Deze uitleg is voor de mensen die deze korreltjes nog nooit gezien hebben misschien wel interessant). Nou, de forel kende deze korreltjes maar al te goed en even later stonden twee bengeltjes als een hoepel. (Goed hè, die korreltjes). Na ze netjes teruggezet te hebben, want ik neem ze nooit mee, stopte er een auto. Erin een niet vriendelijke autoriteit. GESNAPT!!!!

Twee maanden mocht ik niet meer vissen op het Oostvoornse meer. Vele van mijn gezinsleden hebben nog steeds nachtmerries als ze aan deze periode denken. Pa was niet te genieten, hoe kon je nou zo stom zijn. Zonder hengel verscheen ik aan het meer om mijn zonden te overdenken. Sportvissers die me vroeger enthousiast gedag zeiden, keken mij niet meer aan en draaiden hun hoofd weg. Want inmiddels was het al aardig bekend geworden wat voor rapaille ik was. Dit kwam namelijk doordat ik zelf het boetekleed heb aangetrokken en het gebeuren bekend heb gemaakt in het clubblad van de VVV. Ik ben daar namelijk zelf voorzitter van (Nou, nou nou). Het gonsde in heel Nederland...De voorzitter van de Vlaardingse....hoe is het mogelijk.... een smet op de vliegviswereld...wat moet deze man nog...naar Siberië met hem. De jaren die volgden waren in mijn sportvis carrière dramatisch; gestigmatiseerd strompelde ik langs de wallekanten. Geestelijk heb ik zwaar geleden, maar het ergste waren al die boze gezichten van al die ECHTE sportvissers. Je kan ze wel begrijpen hoor! Ik heb nog overwogen om te gaan biechten. Maar ja, vind maar eens een pastoor die weet wat trouvit is. In die tijd was er helaas nog geen traumateam, zodat ik het zelf heb moeten verwerken. Na vier jaar ben ik er nu wel een beetje overheen. Mijn psychiater zegt dat ik er veel over moet praten en het van mij af moet schrijven. De ben nu vier jaar compleet clean, maar mijn probleem is dat er nog steeds sportvissers zijn die dat niet kunnen en willen geloven. Ze lopen nog steeds snuffelend, met hun neus omhoog, langs mijn auto en mijzelf. Ik durf dan ook haast geen vis meer te vangen, omdat er dan gezegd wordt: „oh die, die gebruikt trouvit". Zodat ik nu dagen op het Oostvoornse meer sta zonder er een vlieg aan te knopen. Nogmaals, trouvit gebruik ik NOOIT meer. Mocht u dezelfde traumatische ervaring hebben opgedaan, neemt dan contact met mij op, zodat we een praatgroep op kunnen richten.