De droom die werd weggeblazen...
(John, 1993)

 

 

Toen ik wakker werd hoorde ik het gekrijs van een zeemeeuw. In mijn gedachte zag ik hem zweven op zoek naar prooi boven het meer of de rivier die zich kronkelend een weg zocht naar zee. Dit in een landschap dat al duizenden jaren niet was veranderd. Het meer en de rivier waren er altijd al geweest. De berghelling waar vogels een plaatsje zochten om te nestelen ook. Een langzaam omhoog kringelende kolom rook van een turfvuur en de daarbij behorende geur, was het enige bewijs van mensdom in deze prachtige streek. Mijn gedachte werd wreed onderbroken door een stem die wel uit het diepste van de aarde leek te komen. "Zou je nu eens willen stoppen met dagdromen". "Het is jouw beurt om water te halen". En met deze opmerking begon het.

Het was de laatste visdag van onze jaarlijkse expeditie naar Ierland en we verbleven in een hut op de berghelling. Het was al oktober en het weer was nou niet bepaald vriendelijk. Het had geregend, bijna iedere dag, maar onze vangst had dat duidelijk goed gemaakt. Zeeforel tot ruim 5 pond hadden we gevangen, zowel op het meer als wel in de rivier. R, u weet het nog wel hij van geen namen, en ik visten al jaren samen zonder ooit woorden, laat staan ruzie te hebben. Maar toen kwam de stem weer. "Hoe zit het nou met dat water? Ik wil vandaag ook nog aan vissen toekomen". Ik ben al onderweg zei ik en ging snel op pad om het water te halen waarvan R, ons dagelijks rantsoen thee moest brouwen.

Het leek een prachtige, laatste visdag te worden. De wind was net sterk genoeg om het meer een klein golfje te geven. Voor een Oktobermorgen zag het er prachtig uit. En samen met de aanwezige bewolking leek het mij een prachtige dag voor de dapping hengel.

Al voortwandelend droomde ik van een twintig ponds zeeforel, die uit het meer omhoog sprong in een poging mijn vlieg te bemachtigen. Mijn wandeling en dagdromen werden wreed onderbroken door een geweldige plons in het water die mij deed opschrikken. Zou het waar zijn? Was dat de zeeforel waarvan ik zo net liep te dromen?

Terwijl ik als aan de grond genageld stilstond zag ik wat ik zo net alleen maar had gehoord. Het leek gelijk een polaris raket. Mijn droomforel doorboorde het water oppervlak en schoot de lucht in en viel tenslotte met een luide plons terug in het meer. Het als muziek in de oren klinkende geluid van de plons weerkaatste op de berghelling. Blijf kalm zei ik in mezelf, toen ik de waterfles vulde. En opnieuw sprong MIJN vis . Ja het was mijn vis. Ik voelde het in mijn botten. Ik bekeek zorgvuldig de omgeving, maakte wat kruispeilingen om de juiste plaats te bepalen. Zo nu wist ik precies waar hij was en nog voor het ontbijt zou hij de mijne zijn.

 

 

Terwijl ik het water aan R, gaf vertelde ik hem het hele verhaal. Wat een prachtige vis het was en dat hij zeker zou bijten en dat ik het voor het ontbijt, wat R zou klaarmaken wel even zou klaren. Als een briesend paard rende ik de heuvel weer af naar de boot die op de hoek van het meer lag.

De dapping hengels lagen er nog in van de vorige dag, maar tot mijn schrik zag ik dat de floss allesbehalve klaar was om een vlugge start te maken. Overal knopen en pruiken. Na wat uren leek, waarschijnlijk waren het slechts minuten, was ik klaar om van start te gaan. Ik sprong in de boot en begon naar de HOTT-SPOT te roeien. Het ontwarren van de lijn had te veel tijd gekost, want net toen ik mijn drift wou beginnen hoorde ik een stem over het water galmen: "Het ontbijt is klaar"

@#@#@ dacht ik. De drift zou maar 15 minuten duren, hoogstens een half uurtje met deze wind. Wat zou ik doen? Veel keus had ik eigenlijk niet want ontbijten deden we altijd samen. Anders zou het programma voor de rest van de dag verstoord worden.

Ik vertelde R, van MIJN vis en dat het mij moeite kostte om bij zijn culinaire hoogstandje, aanwezig te zijn. Na het ontbijt openden we de discussie over waar te gaan vissen en de te volgen tactiek. Met duidelijke tegenzin van mijn kant besloten we naar de rivier te gaan die na de regen val van afgelopen nacht nu juist erg goed zou moeten zijn.

Het meer hadden we gisteren ook al bevist, was R's commentaar op mijn tegenstribbelen. We visten de hele morgen met matig succes dus geen vangst die het memoreren waard was.

Tijdens de lunch sprak ik alleen nog maar over mijn vis. Hij is daar nog steeds zei ik, met toch wel iets minder zelfvertrouwen in mijn stem dan dat ik eigenlijk gewild had.

Daar twijfel ik aan kwam R's antwoord. Maar als je dan persé weer naar het meer wilt, "Kapitein " klonk zijn stem sarcastisch, aan de riemen dan maar. Zijn opmerking maakte dat ik het laatste restje zelfvertrouwen voelde wegstromen.

Voor we van wal staken zorgden we ervoor dat de hengels en lijnen in orde waren, de vliegen geolied en het schepnet in de juiste positie lag. En al die tijd hield ik een oog gericht op de plaats waar hij moest zijn, maar waar geen enkele rimpel het bewijs leverde van het bestaan van mijn vis. Hij zou er nog zijn. Dat wist ik zeker.



R sprak geen woord. Hij keek me alleen zo nu en dan van uit een ooghoek aan met slechts een glimlach op zijn lippen. Het leek alsof hij zich wel vermaakte zonder enig geloof te hechten aan mijn verhaal. "Nou kapitein", zij hij. "Ik zal de riemen wel nemen, zet jij de koers maar uit naar die grote van je". "Recht zo die gaat" zei ik, "iets meer naar stuurboord o nee, de andere kant, bakboord dan zeker"? "Stop! Hier beginnen we, riemen naar binnen".

Het klopte precies.- De rots,- de bomen en de wind uit de goede hoek voor de drift die ons binnen vijf minuten recht over zijn neus zou voeren. De hengels gingen omhoog en de wind droeg de vliegen aan het floss naar het water. Ik ben klaar voor je dacht ik. Kom maar op. Net toen ik dat dacht kwam hij naar boven. Een prachtige vis. Ik mat hem wel 7 pond. Hij opende zijn bek om de vlieg met een gulzige slurp naar binnen te zuigen, al mijn zenuwen waren tot het uiterste gespannen en op het moment suprême zag ik tot mijn ontzetting dat de wind de vlieg iets uit het water tilde en dus maakte ik de misser van mijn leven. R zag dit en al zijn ongeloof over de juistheid van mijn verhaal gleed van zijn gezicht. Vlug plaatste hij zijn vlieg een paar meter naar links, in de richting naar waar de vis was verdwenen en met een geweldige sprong, gelijk de polaris raket van die morgen, kwam hij volledig uit het water en greep zijn vlieg. Hij hing. Hij was niet langer de mijne maar R's.

Hij vocht als een leeuw en nooit zal ik zijn kracht en vechtlust vergeten. Hij gebruikte de volle lengte van lijn en backing alsmede de diepte van het water. Testte de buigkracht van de hengel die werkelijk tot het uiterste werd krom getrokken. Na drie kwartier nam zijn kracht af en had ik de ondankbare taak zijn (mijn) vis met behulp van het landingsnet in de boot te krijgen.

Wat een pracht en schoonheid, het was een perfect gebouwde zeeforel die op de weegschaal ruim 8 pond liet noteren, niet de 20 die ik eerst had geschat maar het was nog steeds "MIJN droom vis. Een droom die werd weggeblazen.