Estancia Harberton
(Dick H, 1993)

 

Omdat ik mij al sinds jaren voorgenomen had na mijn pensionering met vakantie te gaan naar het werelddeel waaraan ik zoveel goede herinneringen heb, en waar nog steeds oude vrienden van toen wonen, hebben mijn vrouw en ik eind januari 1992 het vliegtuig naar Buenos Aires, de hoofdstad van Argentinië genomen.

Vandaaruit zijn we met een airpas kriskras door Argentinië gevlogen, zo ook naar de Zuidelijkste punt van dit immens grote en prachtige land.

Daar ik als oud-zeeman de legendarische Kaap Hoorn wel eens zou willen zien, of, nog mooier, er omheen zou willen varen, ging ik dus naar Ushuaia, de meest zuidelijke stad van de wereld. Deze stad ligt op Isla Grande van Vuurland, aan het Beagle Kanaal.

Waar aan de noordkant de archipel van Vuurland en het vasteland van Argentinië, Patagonië, gescheiden worden door Straat Magellaan; is aan de zuidkant het Beagle Kanaal de nauwe doorvaart tussen de Atlantische en de Grote Oceaan.

Nu ligt Kaap Hoorn op het Zuidelijkste van de talrijke eilandjes van Vuurland en hoewel ik dit eiland niet heb kunnen bereiken; over de laatste 80 km naar dit eilandje was namelijk geen vervoer mogelijk; was het bezoek aan deze typische bergachtige streek zo allemachtig interessant, dat ik U graag van mijn ervaringen daar wil vertellen.

Op nog geen 500 kilometer hiervandaan ligt de gemiddelde grens van het veldijs van Antarctica en ook loopt hier de koude Falklandgolfstroom langs; het klimaat is er dan ook ruig en ook 's-zomer's is het weer er zeer wisselvallig. Toch is het er de drie zomermaanden, redelijk uit te houden. Er heerst daar dan ook om die tijd een enorme bedrijvigheid, de hotels zijn stampvol seizoenarbeiders en dus duur.

Zowel de zee als de riviertjes en de uitgestrekte bergmeren zijn zeer visrijk en vooral voor wat de zeevisserij betreft is deze plaats van grote betekenis.

Hoewel mij verteld was dat het (vlieg-) vissen op salmoniden hier als een sport voor de zeer rijken wordt beschouwd, heb ik toch maar eens mijn licht opgestoken over de kosten van een en ander.

De leden van de plaatselijke vliegvisclub wilden mij, net als de plaatselijke visgids, tegen een vergoeding wel een visje laten vangen in het Lago Fagnano. De oever van dit bergmeer is slechts op enkele plaatsen per (terrein)wagen bereikbaar; een betere oplossing is dan ook je per helicopter te verplaatsen.

De gids of het lid was voor 400 pesos, exclusief visvergunning, bereid mij een dag aangenaam bezig te houden. De auto moest dan wel gehuurd worden voor 1 peso per kilometer plus brandstof, verzekering en daghuur. Ook moesten de mee te nemen maaltijden nog betaald worden, dit was een kleinigheid, 80 pesos. En dan ook nog wat vangende vliegen voor een vriendenprijsje. Om U een indruk van de kosten van dit avontuur te geven moet U weten dat een peso net zo veel waard is als één Amerikaanse dollar, toen Fl. 1,95 !

Voorwaar, echt een gebeuren voor Noordamerikanen en de zeer rijken dus. De visgids liet wel vol trots hele mooie foto's zien van de President van de republiek en de enorme forellen die hij hem had laten vangen. Compleet met helikopter. En in kleur. En in een prachtige, schone omgeving, dat wel.

Nu kan het prijspeil van een vakantieland wel eens wat tegenvallen; desondanks heeft dit ons er natuurlijk niet van weerhouden de omgeving te verkennen. Zo boekten wij een dagtocht met een grote catamaran op het Beagle Kanaal naar de kolonies Magellaanse pinguïns op Isla Martillo, de zeeleeuwen op de rotsen van de Paso Guarani en de enorm grote aalscholverkolonies op de andere eilandjes. Het is verbazend leuk te merken dat deze dieren niet bang zijn voor de mensen, je komt dan ook heel dicht bij ze en vooral de pinguïns zijn zeer nieuwsgierig.

In de middag, omstreeks theetijd wordt aangelegd in Puerto Harberton, een wat weidse naam voor een aanlegsteigertje in een inham aan het Beagle kanaal, bij een heel bijzondere 'Estancia', een schapenfarm, de oudste op Vuurland.

Deze Estancia Harberton werd in 1886 gesticht door John Goodall. Deze Engelsman had als dank voor aan de Argentijnse regering bewezen diensten een enorm stuk land gekregen, had zich een vrouw uit het Engelse Harberton gehaald en daar door zijn schoonvader, een timmerman, het (naar daar beweerd) eerste prefabricated huis laten maken. Alles prachtig systeemsgewijs genummerd, zodat het in no time in de korte zomer hier weer in elkaar gezet kon worden. Dit nu werd met de overige huisraad in een schip geladen ; zelf ging John Goodall met zijn vrouw vooruit. Nu had hij het schip gecharterd voor een prijs per dag, niet voor de reis, dus hoe meer dagen de kapitein er over deed, hoe meer hij verdiende. En die kapitein had dus helemaal geen haast. Zo gebeurde het dus dat het schip niet als gepland in het voorjaar maar pas tegen de winter op Vuurland aankwam. Met als gevolg dat alle onderdelen van het huis haastig en niet op nummer in elkaar werden gezet. Dit resulteerde in een wat vreemd gevormd bouwsel, dat overigens ondanks het barre klimaat nog steeds in een goede staat verkeert.

Bij de estancia lopen zo'n 50.000 schapen rond, die aan de lopende band geschoren worden. Maar de grijze wol van deze schapen is op de wereldmarkt erg weinig waard, de verdiensten worden dan ook aangevuld door toeristen een echte Engelse 'high tea' te serveren, John Goodall's jongste zoon Tommy, een goede zeventiger, en de verdere nazaten op de farm, spreken allen nog perfect Engels. En tot mijn verbazing en aangename verrassing vond ik in de eetkamer een kleine collectie vliegvismateriaal en vliegen in kasten aan de wand uitgestald!!

 

 

Zou ik nu echt nog iemand ontmoeten die voor zijn plezier viste? Ik wilde hier toch het mijne van weten en schoot Tommy aan. Deze zeer vriendelijke man bleek net als zijn vader een fervent vliegvisser te zijn. Jammer dat ik hem pas op mijn laatste dag op Vuurland ontmoette. Maar het verhaal van zijn vissende vader heeft hij me nog wel verteld. De forel en zalm waren namelijk aan het einde van de vorige eeuw niet inheems in de riviertjes die daar in zee stromen. Dus heeft John Goodall in 1890 uit Puerto Montt, een Chileense havenstad op hemelsbreed ongeveer 1500 km. afstand, bevruchte viseitjes gehaald! Met een zeilschip heeft hij de in nat mos verpakte eitjes vervoerd om ze uit te laten komen in het water van de riviertjes in de buurt van de estancia, waarna hij ze in tonnen naar de bovenloop van de riviertjes en de bergmeren heeft gebracht. Een hele onderneming en heel wat moeite voor een hobby. Het gevolg hiervan is, dat deze wateren ook nu nog een enorm goed salmonidenbestand bezitten en dat de vissen zich normaal voortplanten.

Er zit hier nu trucha arco iris, (regenboog-) trucha moron (bruine-) en trucha fontana (beek-) forel.

Plus landlocked salmon op de afgesloten meren.

Behalve de uit Engeland meegenomen zware Hardy en Millar hengels van tonkin en greenheart (met stalen kern!), bouwde hij in de lange wintermaanden op zijn eenzame estancia aan het einde van de wereld zijn eigen hengels, van splitcane natuurlijk, vlocht hij zelf zijn zijden vliegenlijnen en bouwde hij vliegen. Van moderne Amerikaanse vliegen, zoals die in die tijd al in Chili werden gebruikt, moest hij niets hebben. Hij viste met traditionele Engelse natte vliegen, en bouwde er zo'n 4.000 per jaar.

In de uitstalkast waren er nog een aantal bewaard gebleven: de Red Tag, de Butcher, de Alexandra, de Peter Ross, de Prince Charley (ongeveer de Red and Teal), de March Brown, de Flame Kill Devil, de Wickham's Fancy, en daarvan afgeleid voor zijn beide zoons: Adrian's en Tommy's Fancy. Alles aan gut leaders of als droppersets.

Met een droge vlieg viste hij slechts op die avonden dat het droog en windstil weer was, daar een zeldzame omstandigheid. Hij viste dan met slechts een soort droge vlieg, de Welshman's Button, ongeveer een grote Cinnamon Sedge. Een vlieg werd door hem slechts eenmaal gebruikt, als hij er een vis aan gevangen had, nam hij steevast een nieuwe.

Deze man was bij zijn leven al een legende. Het was jammer dat de boot al weer vroeg de terugreis moest aanvaarden, ik had het hier best naar mijn zin. Mocht ik ooit nog eens in deze contreien belanden, dan ga ik zeker weer naar deze plek toe. Maar ik realiseer me ook dat het niet erg waarschijnlijk is nog eens op Vuurland terecht te komen. En dat vind ik toch wel jammer...