Zit stil en maak geen lawaai...

(John P, 1993)


Het voorjaarsweer zag er perfect uit toen R, u weet wel, hij van het Bullisme en geen namen, de koers bepaalde voor onze 1e drift over Lough Meivin. Het was al wat warm met een redelijk krachtige wind en een half bewolkte hemel. De golfjes op het water vormden een prachtige achtergrond voor forellen met zelfmoordgedachte. Zwaluwen scheerden laag over het wateroppervlak om hun dagelijkse maaltijd bij elkaar te scharrelen. Veel moeite was hiervoor niet nodig, de meivlieg hatch was volop in gang.


Regelmatig toonden grote kringen in het water de aanwezigheid van forellen aan die evenals de zwaluwen pogingen deden de buikjes vol te krijgen. In het kort was dit de omlijsting van wat voor ons een rustige dag driftend vliegvissen moest worden in de boot van onze vriend Fonzy, de plaatselijke Ierse expert op dit immense Noord-Ierse meer. De condities voor een rijke buit waren ideaal. Genietend van het prachtige schouwspel begon ik vast wat vliegen aan mijn leader te knopen om klaar te zijn voordat de eerste drift een aanvang zou nemen toen er achter mij het geluid van een snel aflopende reel weerklonk, gevolgd door het luid gevloek van R. Ik draaide me om en zag dat mijn schipper, meestal vaar ik, maar ja je gunt een ander ook wel eens het plezier, wanhopige pogingen deed de motor te stoppen omdat de schroef bezig was zijn zojuist voor veel geld gekochte nieuwe vliegenlijn tot moes te malen. Op de een of andere manier had zijn lijn kennelijk buitenboord gebengeld.

Zulke incidenten waren met hem eigenlijk vrij normaal, ik pakte dus zonder mopperen de riemen en roeide naar het dichtbijgelegen eilandje om de motor aan een nadere inspectie te onderwerpen. Al roeiend verbaasde ik me erover dat ik nog steeds na al die jaren van modderen en tegenslag met hem uit vissen ging. Onbegrijpelijk dat hengelen nog steeds zijn grote liefde is, of is het wellicht desondanks. Al mijmerend hoorde ik achter mij "stop we zijn er" gevolgd door een flinke plons en je kan erop wachten, wederom een luid gevloek. De korte laarzen die hij die ochtend had aangetrokken waren helaas te kort voor de diepte van het water.



Ik stond vanochtend toch met mijn waadpak in mijn handen"? keek hij mij wanhopig aan. "Hoe kan dat nou"? Ruim 50 minuten, twee natte voeten en een kapotte vliegenlijn later gingen we weer op weg en begonnen toen we bij de boot van de vissende en vangende Fonzy aankwamen aan onze eerste drift van die morgen.
Ik gebruikte een 10voets hengel met een 10 voets leader en een tip van 14/00. Gooide slechts een korte lijn die nadat de
vliegen door de waterspiegel waren gezakt in één beweging vrij snel weer werd binnen gehaald, er wel voor zorgend dat mijn dropper net aan de oppervlakte danste en dit alles in een vloeiende beweging.
Zo'n 20 meter voor de boot zagen we veel kringen van stijgende forel. R ging staan om verder te kunnen werpen en plaatste zijn tailfly met een flinke harde landing een paar meter voorbij de kringen, stripte binnen, toen helaas een van de vliegen bleef haken in een voor hem onzichtbare, maar precies op de juiste plaats drijvende tak. In een poging om aan te slaan, of wellicht om zijn evenwicht te bewaren, zwaaide hij met zijn armen in het rond als ware het sneldraaiende molenwieken.
Een luid gekletter verstoorde de serene rust die tot op dat moment in de boot aanwezig was. R's goed gevulde vliegendoos dobberde in het water op de bodem van de boot alzo ook de grootste helft van zijn vliegen.

De kringen van de stijgende vissen waren er nog steeds alleen nu wel veel verder van de boot dan zo even. Fonzy, die rustig in zijn eigen boot een tweehonderd meter verder viste ging onverstoord verder, waarbij ik van tijd tot tijd zijn hengel krom zag staan.

R's stem klonk berustend in zijn lot toen hij zei: "Ik ga maar naar de kant'" startte de motor en stevende zonder verder te dralen naar het vaste land. Fonzy die daar al vissend was aangekomen, schreeuwde iets en stak ter waarschuwing zijn hand op, maar helaas..........net telaat. R, sprong uit de boot als een hongerige forel op een vlieg. De zachte ondergrond van de bodem deed zijn werk en opnieuw bleek het waadpak slechts de lengte van kuitlaarzen te hebben.


Op de kant gestrompeld kreeg R. van onze vriend een vispreek die ik u niet wil onthouden.
Hij luidde:
Bekijk de wereld eens door de ogen van een forel die naar de oppervlakte kijkt. De oppervlakte is bedekt met golven en een boot ziet hij amper. Per slot van rekening is de vis geconcentreerd op voedsel van veel kleinere afmeting en dan nog dicht bij hem in de buurt. Daarom kan je al rustig drijvend tot vlak boven zijn kop komen, alvorens hij bang wordt en er vandoor gaat. Je alarmeert hem veel eerder met die plons van je vliegenlijn op het water. Daarom is een korte worp ruim voldoende, strip slechts een paar meter en werp opnieuw. Op deze manier presenteer je de vliegen steeds net boven de kopjes van de vis. Als ze al iets zien is het alleen maar je leader, gebruik dus een lange en let erop dat je vliegen onder water zijn alvorens binnen te strippen. Gebruik natte vliegen alhoewel ze niet echt lijken op iets natuurlijks, vangen ze tijdens het strippen beter dan wat dan ook. Dit komt waarschijnlijk omdat goede vliegimitaties secuur moeten worden gevist en dat gaat niet echt gemakkelijk in een snel drijvende boot. Natte vliegen lijken tijdens het strippen levende insecten en dat heb je nodig tijdens een drift. Hou de vliegen in beweging. Tenslotte denk eraan dat trillingen in het water heel verdragen. Zit dus stil en maak geen lawaai".

Die middag toen sokken, tenen en humeur wat waren gedroogd, klom R weer in de boot en wat waar is waar: bij terugkomst konden we de vrieskist van onze vriend vullen met een negentien, redelijk zware forellen.