Toch zit er zalm in Ierland
(Rob B, 1993)



De eerste week van de vakantie brachten we door in de Blackwater Lodge, gelegen aan, je raadt het al, de Blackwater. Deze rivier deed zijn naam alle eer aan. Al jaren waren onze vangsten nihil in Ierland, hetgeen grotendeels te wijten was aan het gebrek aan water. Nu was daar, na wekenlang hozen, geen sprake van: inktzwart water spoot met grote kracht bij de monding de Atlantische Oceaan in. Voor de vangsten maakte dit trouwens niets uit: bleef de vis tijdens de droogte veilig op zee, nu haastten de beestjes zich linea recta naar de paaigronden zonder onderweg wat op de rivier te blijven hangen. En wij hadden van te voren al beats geboekt (en betaald) die ver, zeer ver van deze paaigronden aflagen. Maar ja, je moet toch wat en dus togen we met de moed der wanhoop toch maar iedere keer naar die rivier onder het motto: als je niets vangt, dan oefen je toch wat! (En dat voor de somma van fl. 100,- per dag.) En zowaar, bij een van die oefenworpen, een schitterende cast met de tweehandige Orvis over wel 25 meter richting rotsblok aan de andere oever, kreeg ik zowaar een schuchter tikje op de lijn. Zal wel een forelletje zijn, dacht ik, maar besloot de worp toch nog even over te doen. Met een mooie curve zwaaide de Blue Shrimp langs het rotsblok en weer kreeg ik een tik op de lijn. Nu heel wat gedecideerder. Ik kon me bedwingen, sloeg niet en liet de vis weglopen. En dan: hangen! Voor een minuutje ja. De circa vijf pond zware zalm tuimelde door de lucht en wrong zich vrij. En vriendelijke kwispel van de staart en weg was hii/zii.

Ik heb er 's avonds in de bar maar eens een stevige pint extra op genomen. Veel anders was er trouwens niet te doen, een van de redenen waarom we nogal lang in het restaurant bleven toeven om het diner maar zo lang mogelijk te rekken. Een andere reden was een uiterst attractieve Franse werkstudente met benen tot haar oksels en een verrukkelijk accent, die de gasten van diverse voedzame waar poogde te voorzien. Ze was op dezelfde dag gearriveerd als wij en had van haar leven nog nooit in een restaurant gewerkt en de Engelse benamingen voor allerhande voedsel en dranken waren haar volkomen vreemd, zodat wij steevast andere zaken kregen opgediend dan wij hadden besteld. Wat zij echter met haar charmante glimlach en Franse Engels weer goedmaakte.


De laatste twee weken werden doorgebracht in Ballina, gekend zalmcentrum aan de rivier de Moy met de wereldberoemde Ridgepool binnen de poorten. Daarnaast biedt de omgeving nog tal van mogelijkheden tot zalm en forel vissen met het Lough Conn, het Owenwee System en de Easky River. Wij waren zo verstandig geweest nu niets van te voren te boeken, zodat we, als we ergens niet konden vissen, ook niet hoefden te betalen, wat een normale gang van zaken lijkt, maar niet in Ierland. Ergens boeken betekent ook betalen, of je nu vist of niet. Wel waren de baasjes zo kien geweest om logies te betrekken bij Michael Schwarz. Want naast een comfortabel guesthouse drijft Michael ook nog een welvoorziene hengelsportzaak en zit hij als een spin in het web van de vergunningenuitgifte. Elke ochtend werd hij door diverse fishery managers uit de regio gebeld Waar Wat was gevangen. Helaas bleken die ochtendrapporten uiterst magere resultaten op te leveren, want ook hier maakte de vis gebruik van de luxe mogelijkheid in één ruk naar de paaigronden door te trekken. Speciale banden onderhield Michael met het management van de Moy Fishery, overgehouden uit de tijd dat hij als visserij inspecteur voor de regering werkte. Die contacten waren uiterst belangrijk want deze lieden maken uit wie er op de Ridgepool mag vissen. Die Ridgepool is een kanaalachtig, snelstromend deel van de Moy, ongeveer 200 meter lang, gelegen tussen een brug en een bescheiden watervalletje. Het is het laatste stukje dat aan het getij onderhevig is en bij elke vloed honen zich honderden zalmen voor die waterval op. Op de brug bevinden zich de godganse dag de nodige baliekluivers uit het dorp die de vangsten (en falen) van de hengelaars luide becommentariëren.
Nu is de Ridgepool al een jaar lang van tevoren volgeboekt, maar er zijn altijd van die kakkers die uitsluitend wensen te vliegvissen en hun boeking laten verlopen wanneer de waterstand te hoog is en er gespind moet worden. Zo'n afzegging speelt het management dan door aan Michael die deze weer grijnzend op de ontbijttafel deponeert. Zo konden John en ik in die twee weken een maal een volle dag en twee maal een avond op de Ridge Pool vissen. En niet te vergeef s ditmaal. In de ochtenduren slaagde John er in drie mooie zalmen te bemachtigen aan de Condom Spinner, terwijl ik meer vertrouwen stelde in een koperen tobylepel met groene strepen en rode stippen. Nadat ik al was begonnen te mopperen dat de duivel wel weer erg op die grote hoop zat te schijten, was het in de middaguren eindelijk bingo, Vrij kort na elkaar slaagde ik er in ook drie zalmen aan te slaan en kon mijn trouwe Hardy Ten eindelijk de strijd aanbinden met een wegvluchtende zalm die freewheelt op de felle stroom. Het was een mooi plaatje, die zes jongens naast elkaar, je zou het eigenlijk moeten kunnen filmen!! 's Avonds maakten we een vreugdevolle tocht naar Westport, waar onze zalmrokende vriend Vincent resideert. Het was hem wel toevertrouwd onze vangst om te toveren in een uitgelezen delicatesse.

 Uiteraard stond er niet alleen zalm op het programma en op onze vraag of Michael wist of er al zeeforel werd gevangen antwoorde hij dat hij een mooi meer in de buurt (60 km van Ballina!) wist. We konden het per boot bevissen, maar het was wel ondiep. En hij had pas een nieuwe motor gekocht, die prima liep (!) en die mochten we wel lenen. Dankbaar togen John en ik naar het meer waar we de motor monteerden en het ruime sop kozen volgens ons traditionele rollenpatroon: ik aan de riemen ter versterking van de buikspieren en John aan de motor. Recht op de kop stond een windje van een 6 Beaufort, waar het toch lastig tegenin roeien was. Maar nadat de motor eenmaal zou zijn gestart, zou dat leed zijn geleden.

Een half uurtje later was John halfdood van het geruk aan de startkabel en ik bijkans volledig overleden van het roeien tegen de wind in en kwamen we eensluidend tot de conclusie: er was iets met de motor niet in orde. Een diagnose die in Ballina (60 kilometer terug) werd bevestigd door een expert: de balg van de benzineslang bleek kapot.

's Anderendaags deden we, met gerepareerde motor, een nieuwe poging. Voor de verandering scheen het zonnetje mild, de wind was weg en onze zin groot. De motor sloeg direct aan en John spoot vol gas de haven uit: wat zou er nu nog kunnen gebeuren?

De rots, zo'n honderd meter uit de kant en 5 centimeter onder de waterspiegel deed zijn naam alle eer aan, hij was keihard en John raakte hem onder een uitgekiende hoek van 90 graden. Wonder boven wonder bleef watergeborrel op de bodem uit, maar de Claret Bumble die ik net door het topoog trok, had zich door de schok comfortabel diep in mijn wijsvinger genesteld. Door de paniek van de klap reageerde ik wat primair: de bumble in de bek van een combinatietang en ... rats. Een vloek, wat bloed en het litteken is nu al bijna verdwenen.

De rest van de dag verliep zoals we hem gedacht hadden, we vingen lekker wat zeeforel, zo tot een half pondje en de nodige bruine forelletjes, vreemd genoeg op geen andere vlieg dan de Claret Bumble.

Met een geheimzinnig lachje meldde Michael op een morgen dat hij nog iets leuks voor ons wist. Er bleek een meer te bestaan waarin een jaar of zes geleden iemand een hele lading regenboogforel had uitgezet. Vervolgens was dit feit eigenlijk door iedereen vergeten, er werd nooit door iemand, behalve heel af en toe door de eigenaar, op gevist en Michael was eigenlijk wel nieuwsgierig wat er van die forel was geworden. De eigenaar had hem trouwens wel verteld dat hij de indruk had dat die regenboog zich ook voortplantte. Wij hadden wel lust in het avontuurtje en zo trokken wij naar het op de kaart aangeduide veenmeer. Waarom er niemand op dat meer viste was ons al spoedig duidelijk: het lag op een kilometertje of twee van de weg af en je kon er alleen bijkomen door dwars door verraderlijke veengronden te „waden". Aan een strandje aangeland lag daar een bootje, tot de rand toe gevuld met water. In het kader van mijn oefenschema nam ik de taak op me de boot leeg te hozen om er toen, de boot al bijna ge heel leeg was, achter te komen dat er een hoospompje was...

Daarna fluks de riemen ter hand genomen om aan de overkant van het meer, zo'n twee kilometer, een drift te kunnen maken. Uiteraard hadden we tijdens deze sleep de vliegen, Claret Bumbles, overboord. En net toen ik begon te griepen dat we verdorie al die moeite wel weer voor niks zouden hebben gedaan, komt me er toch een klap op mijn hengel! Slaan was overbodig, dat maakte het gekrijs van de reel wel duidelijk. Na een kwartier kwam hij langszij: een prachtige regenboog van een pondje of vijf, zes en zo'n 60 cm lang.

 Daar Michael ons had toegefluisterd een liefhebber van regenboogforellen te zijn kreeg hij een tikje op de kop en verdween in een tas. Na dit enerverende moment was het een uurtje of twee vrij stil. Zo af en toe vingen we een prachtige, bijna zwarte wilde forel, kenmerkend voor een veenmeer. Vooral John had daarbij het geluk aan zijn zijde, hij ving er beduidend meer dan ik. Maar deze keer kon ik hem aftroeven toen met veel misbaar een tweelingbroer van mijn eerste regenboog zich op de claret stortte en na een goeie knokpartij gleed ook deze in het net. En net waren we van plan kantwaarts te gaan roeien, gezien het grauwe zwerk, of John kreeg nog met een ernstige keelklopping te maken. Uit de wierbedden kwam een zilverroze geweldenaar geschoten die zijn Claret net miste. Met een snelle tweede worp kon John het beest nogmaals uit zijn tent lokken, maar weer werd de vlieg gemist. Wij schatten het visje, en dat was nog een conservatieve benadering, op minstens een pond of tien.

Beladen onder het extra gewicht van mijn twee regenboogjes worstelde ik vreugdevol door de modder naar de auto. Even vreugdevol was Michael die de diertjes op zijn tafel zag belanden.

En nu maar hopen dat hij zijn geheimpje aan niet teveel mensen doorvertelt.....!