Een worp te ver
(vertaald vanuit het Engels door Rob B)

 

 Mijn visexpedities verlopen tegenwoordig kalmpjes, ik haast me vooral niet, begin niet te vroeg en eindig ook zeker niet te laat. In mijn jeugd ging dat vanzelfsprekend héél anders. Ik reed als een Nigel Mansel naar mijn eigen stekkie aan de rivier en sprintte vervolgens als een Linford Christey naar de oever waar ik vervolgens mijn bruine holglas vliegenhengel van zestig gulden als een idioot heen en weer zwaaide. Een speciale avond is altijd in mijn herinnering blijven hangen, waarschijnlijk omdat het zo uitermate pijnlijk was. Mijn vismaat Andrew en ik waren al vrij vroeg bij de rivier aangeland, een laatste restje dauw hing nog boven het gras. We l iepen zo snel over het veld om bij de rivier te komen dat de verse koeienvlaaien achter onze hielen omhoog sproeiden. De eerste poel waar ik belandde was knap diep. Het water bewoog traag en zag er pikzwart uit. Ik zag dat er wat iron blue duns met de stroom mee kwamen drijven, waarna ze in een kolk onder een overhangende boom verdwenen. Toen ik wat beter keek zag ik daar een mooie geelbuikige bruine forel van een anderhalve pond. Met de zekere tred van een geroutineerde berggeit besloop ik de forel vanachter wat brandnetelstruiken. Over de netels heen prikte ik een uiterst subtiel worpje, een wereldkampioen waardig, in de richting van mijn toekomstige slachtoffer. De Iron Blue nr. 14 zweefde elegant door de lucht om juist daar te landen waar ik hem hebben wilde. Dacht ik. Maar helaas bereikte de vlieg nimmer het water. In plaats daarvan kwam er een abrupt einde aan de vlucht in de takken van de grote overhangende boom. Ik stond op en gaf een woeste ruk aan mijn hengel, ervan overtuigd dat de vlieg óf zou losschieten óf dat de leader zou breken. De derde mogelijkheid had ik volledig over het hoofd gezien. Stelt u zich mijn paniek voor toen een grote dode tak van de boom losbrak en me als een regelrechte stormram tegemoet schoot. Ik had geen tijd om te reageren en de tak trof me vol in het gezicht. Met mijn ogen gesloten wankelde ik, volledig gedesoriënteerd naar voren, graaide en zwaaide door de brandnetels en belandde met een luide klap voorover in de rivier.
Het water was diep, maar ik ben een goede zwemmer. Ik schopte mijn laarzen uit en begon te zoeken naar een plek waar ik mezelf op de oever zou kunnen trekken.

Andrew was ondertussen bezig met het verleiden van een bijzonder kieskeurige forel. Hij had hem al twee maal naar zijn vlieg kunnen lokken, maar de vis had nog steeds niet doorgezet. En dat zou nooit gebeuren ook! De uitdrukking op zijn gezicht toen ik langs kwam zwemmen was onbetaalbaar. Eenmaal op het droge kreeg ik een gevarieerd scala verwijten naar mijn hoofd. Niet omdat ik hem had laten schrikken door in het water te vallen. Oh nee! Maar omdat ik zijn vis had verjaagd!