Hou altijd je capuchon in de gaten!

(vertaald door Rob B)

 In het blad Trout and Salmon is onder de titel Tales from the Fishing Hut een aantal ongeloofwaardig klinkende verhaaltjes gepubliceerd, waarvan de redactie met de hand op de hart beweert dat ze alle op de realiteit zijn gebaseerd. Waar of niet waar? Oordeel zelf.

 

Noord-Schotland kan in april nog een bitter koud oord zijn; tien jaar geleden toen ik er met een paar vrienden op zalm ging vissen waren de temperaturen regelrecht aan de Noordpool ontleend.
In die dagen had nog niemand van neoprane waadpakken gehoord (en als iemand dat al had gedaan, dan had hij in ieder geval niet de moeite genomen om ons daarvan op de hoogte te stellen). We hadden drie visloze dagen doorgebracht, tot onze borst wadend in een ijskoude rivier: een stap stroomafwaarts, cast, mend, vlieg rond laten komen, binnenstappen om vervolgens het hele proces te herhalen, net zo lang tot je onder je borst totaal geen gevoel in je lichaam meer had en we successievelijk allemaal het water moesten verlaten om in de vishut een beetje op temperatuur te komen.

Maar dan in het blauw ….

 

Allemaal? Nee, een van ons, wat welgestelder en wijzer dan de rest, had zo'n mooi blauw Helly Hansen Poolpak, compleet met capuchon, onder zijn Barbour en waadpak. Van top tot teen in warmtekleding gehuld had onze vriend geen centje pijn van het ijskoude water en hij liet dan ook niet na om ons dat regelmatig te laten weten. Terwijl onze voeten en oren er bijna afvroren graasde hij, comfortabel genietend van zijn wonderpak, de pool af, ons voor mietjes en doetjes uitmakend omdat we zo vaak moesten uitblazen.

Na de lunch, onder een loodgrijze hemel en omringd door sneeuwvlagen die de bitterkoude wind op ons losliet besloot ons gezelschapje naar de pool stroomafwaarts te gaan - een heel eind bij de warmte en vertroosting biedende hut vandaan, maar misschien toch de moeite waard. Ons gestroomlijnde pak stond er op als eerste de pool af te vissen, de rest volgde min of meer plichtsgetrouw in het besef dat in ieder geval elke centimeter van de pool door onze vliegen bevist zou worden. Als er een vis in zit, zo redeneerden we, dan was ie voor ons,

 

Halverwege de pool zagen we onze vriend plotseling in grote haast naar de kant waden niet omdat (en daar hadden we nu net de hele week op gehoopt) zijn laarzen lek waren, maar omdat hij terstond gevolg diende te geven aan een zeer dringende roep van de natuur. De hut was veel te ver en de enige beschutting tegen intieme inkijk vormde een groepje van zes schamele berkjes met wat struikgewas aan heel eind van de pool. In een steeds haastiger verlopende draf bereikte onze held de boompjes, wierp al lopend zijn Barbour af en trok struikelend zijn waadpak naar beneden. In een flits volgde het wonderpak en met een orgastisch „aaaahhhhhhh" ging hij door de hurken tot alleen zijn koppie nog hoven de struikjes uitstak. Na gedane zaken rees onze vriend, nu in het volle zicht van de rest van het clubje overeind en hees zich met een opgeluchte grijns weer in zijn wonderpak. Een grijns die zeer snel verdween toen hij bij het opzetten van zijn capuchon werd bedolven onder de bruine vruchten van zijn arbeid, gelardeerd met wat vrolijke toefjes roze toiletpapier. Er is een groter stylist dan ik nodig om zijn uitdrukking van ongeloof en vervolgens afschuw te kunnen beschrijven, maar niemand, helemaal niemand zal ooit de uitbundige hilariteit van de rest van het groepje kunnen beschrijven. Het was, zo besloten we, de mooiste visweek die we ooit hadden meegemaakt en dat terwijl er niemand ook maar een aanbeet heeft gehad!!