John speelt voor ghilly
(Rob B, 1996)

 

Tijdens ons laatste verblijf in Ierland werd ik aangesproken door Freddy, een bevriende hoteleigenaar, met de woorden "John ik heb een vlieg-vissende Japanner in het hotel die al een week probeert een forel te verschalken". "Hij heeft nog steeds niets gevangen en zijn vakantie zit er bijna op, wil jij morgen niet eens voor Ghilly spelen zodat hij minimaal met één visje naar huis kan gaan?" "Als beloning kook ik dan voor jou en je vismaat morgenavond een lekker diner."
"Ja als ik op het priv
é meer mag", flapte ik er uit. Nu moet je weten dat het privé meer een exclusief water is waar slechts door 6 mensen op mag worden gevist. Het meer bevat regenboogforel waarbij dient te worden opgemerkt dat het gemiddelde gewicht van de rond zwemmende visjes 6 pond per stuk is.

De bodem van ons vakantie budget liet zich al redelijk zien. Dit zou ik als excuus kunnen gebruiken om mijn vismaat te vertellen dat ik hem een dag in de steek ging laten om zo een gratis diner te verdienen flitste het door mijn hoofd. Vooruit dan maar jij een dagje op het privé meer zei Freddy met duidelijke tegenzin in zijn stem, die Japanner heeft al veel geld uitgegeven en als hij nou ook nog iets vangt komt hij wellicht volgend jaar weer terug. Er werd afgesproken dat ik hem de volgende morgen na het ontbijt om 10.00 uur zou afhalen om hem te laten zien dat er in Ierland wel degelijk een visje is te vangen.

De volgende morgen zag er veelbelovend uit. Licht bewolkt en de -wind uit de juiste hoek, niets zou mij in de weg staan om nu eens het gevecht met een 6+ ponder aan te gaan. De Japanner die al voor het hotel stond te wachten glimlachte vriendelijk, wees naar zijn bagage en stapte achter in de auto. Hij zei iets in het Japans en wachtte op de dingen die komen gingen. "Ja ook goeie morgen, vergeet je je spullen niet"? lachte ik terug. Niets dus. IK was de Ghilly. De auto uit en vlug zijn spullen in de kofferbak gegooid en op weg naar de dag van mijn leven. Bij het water aangekomen nestelde mijn gast zich in de boot, glimlachte en prevelde weer enige klanken in mijn richting. Op de vraag wat hij bedoelde kwam geen enkele reactie zodat ik om toch maar zo snel mogelijk aan het vissen toe te komen genoodzaakt was zijn spullen uit te pakken en op te tuigen. Glimlachend pakte hij al Japans kletsend zijn hengel aan, ik lachte maar weer vriendelijk terug en kwam er achter dat als ik ja knikte als hij iets zei hij tevreden keek.
Het vissen kon een aanvang nemen. De wind die uit het ZW waaide bedacht zich en van de geplande drift kwam niets terecht. Voor mij dus niet vissen maar aan de riemen, ik was per slot van rekening zijn ghilly.

De forel kwam al vliegjes happend langs de oppervlakte aan zwemmen. Het spreekt dat mijn handen jeukten om een hengel klaar te maken of de hengel van de Japanner uit zijn handen te trekken om hem te demonstreren hoe je een dergelijk monster kan vangen. De Japanner zag de vis nu ook, lachte en zei iets tegen mij, waarop ik maar weer terug glimlachte en ja knikte. Met een perfecte worp plaatste hij zijn droge vlieg zo'n dertig centimeter voor de vis en bingo! Hij opende zijn bek, slurpte de vlieg naar binnen en vervolgde zijn weg naar een volgende prooi. De Sage kromde zich en de forel ging er van door in tegengestelde richting. Na de vliegenlijn en driekwart van de backing uit zijn system 2 reel te hebben zien lopen keek hij eens om. Hij glimlachte nog steeds zei iets waarop ik nu mijn duim omhoog stak en maar weer van ja knikte. De slip werd iets vaster gezet en de forel veranderde van vluchtrichting. Mijn hart klopte in de keel alsof de vis aan MIJN hengel zijn strijd leverde. Ik zag hoe de Japanner het van de vis ging winnen en zoals het een goed Ghilly betaamd schepte ik de vis, liet hem kennis maken met mijn priest en woog hem. Het was een schoonheid. De nu glunderende Japanner zei weer iets, ik knikte automatisch van ja en stak mijn handen met de ruim 8 pond wegende vis uit om hem zijn buit te overhandigen. Moet hij er natuurlijk ook nog mee op de foto dacht ik jaloers. Tot mijn stomme verbazing draaide de Japanner zich om, zette zijn been buiten boord en weg was mijn gast. Zijn tweed hoedje dreef als stille getuige op het water. Na enige seconden kwam hij proestend terug aan de oppervlakte greep de rand van de boot en keek mij vernietigend aan. Mijn uitgestoken hand negerend zwom hij naar de achterkant, klom aan boord en ontdeed zich van zijn natte kleren. Hij bleef kwaad kijken en zei iets. Deze keer knikte ik niet terug maar gaf hem mijn jas, greep de riemen en roeide zo snel als ik kon terug naar de auto. Bij het hotel aangekomen stapte hij uit. zei niets en ging naar binnen.

Om tien uur die avond ging de telefoon in onze B&B. Een krakende, verdacht veel op Japans klinkende stem zei in de hoorn "com ju dinne es o no. Trout is big enuf'. - En lekker dat hij was! Met armen en benen heeft hij ons tijdens het diner uitgelegd dat hij aan boord alleen maar wilde vragen of hij ter plaatse uit de boot kon stappen omdat hij nodig moest plassen.