Vissen en Vreten (VNV) aan de Lenne
(Hans V, 1994)

 Begin juni mocht ik het genoegen smaken om met een van onze meest luisterrijke leden een paar dagen in de Lenne te gaan vissen. De voorbereidingen voor dit tripje bestonden hoofdzakelijk uit het uitvoerig bespreken van de copieuze maaltijden die wij dachten te gaan nuttigen en de dranken waarmee we een en ander zouden doorspoelen. Pas op het allerlaatste moment kwam de nieuwe Moserfilm over het vissen met sedges en nymphen op stromend water nog te voorschijn, zodat ik op de avond voor vertrek nog driftig nymphjes zat te binden.

's Woensdagsmorgens om 06.00 uur stond de voiture voor de deur en met goede zin, maar nog wel enigszins slaperig gingen we van start. Aan de grens even een koffie-, rook- en plasstop gemaakt, waarna we Germaans grondgebied betraden. Mijn vismaat voor deze dagen had besloten via Wenholthausen aan de Wenne te rijden, zodat we even konden genieten van de daar onder de brug vertoevende forellen met een gewicht van minstens zes pond die als idioten vochten om een stukje brood. Na deze gebeurtenis werd de weg naar Elslöh ingeslagen om daar de staatsvergunning van onze derde man, die pas op donderdag zou arriveren, te laten verlengen. Bij het Rathaus in Elslöh echter bleek dat de aardige jongedame die dit klusje in het verleden in een handomdraai klaarde, ziek te zijn en pas in de namiddag zou er iemand komen die haar werkzaamheden overnam. Aangezien dit ons te veel tijd ging kosten zijn wij maar verder gereden om ons geluk in Finnetrop te beproeven, hetgeen geen enkel probleem opleverde. Rond het middaguur kwamen we in Rönkhausen bij hotel „im stillen Winkel" aan.

 Op de deur prijkte een bordje met „Heute Ruhetag", dus sloeg een eerste stressgevoel toe. Gelukkig was de hotelbaas nog aanwezig, zodat we konden inchecken, waarbij we echter wel de mededeling kregen dat de keuken die dag verder gesloten was, waarop de tweede stress zich onverwijld aandiende, maar och, er was altijd nog een Imbiss.
Na een klein verkleedpartijtje begaven we ons naar de rivier, waarvan de eerste aanblik ons zeker niet tegenviel. Na ongeveer drie uur gevist te hebben bij de brug van Rönkhausen sloegen bij ons warmte en vermoeidheid toe, zodat we besloten op te breken om wat te gaan eten en drinken. Onderweg kwamen we een gigantische supermarkt tegen die uiteraard met een bezoek werd vereerd. Even later stonden we weer op straat, maar wel voorzien van nog warme harde broodjes, beleg, bruisende frisdrank en melk. Fluks zochten we het beschutte balkon van onze kamer op. Smullend
van een knappend broodje en een ijskoud pak; melk onder handbereik sprak mijn maat de gedenkwaardige woorden: „En dat we om hier zo lekker te mogen zitten toch maar 400 kilometer gereden hebben!!"

Na een half uurtje voelden wij aan het zitten dat liggen ons beter zou bevallen, zodat we effies gestrekt gingen. Om acht uur 's avonds schrokken we wakker en na een geslaagd bezoekje aan de pizzeria/imbiss hebben we nog wat langs de Lenne gekuierd om te kijken of we ergens nog een rise zagen. Nou die was er dus niet, zodat we het hotel maar weer eens opzochten en op ons balkon een broodjes- en melkfeestje gevierd hebben.

De volgende morgen vond onze buurman, in dat huis met die toren en het kruis er bovenop, het nodig om op een goddeloos tijdstip (7.00 uur)aan een touw te gaan staan trekken waardoor er allerlei klepels tegen een bronzen achtergrond kletterden. Toch zakte ik weer weg, maar een uurtje later alarmeerde mijn vismaat me met de mededeling dat hij de douche maar voor me aan had laten staan of eigenlijk, nou eh, dat-ie de kraan niet meer dicht kon krijgen (bullisme?). Dus heb ik me maar onder water begeven, waarna ik er met enig geweld in slaagde de douchekraan weer te sluiten. Onderweg naar de eetzaal even naar buiten gekeken, waar een processie door de bergen schreed, hetgeen zeker een imposante gebeurtenis mag heten. Dan eindelijk het watertandende ontbijt! We hebben ons uitbundig tegoed gedaan, zelfs zo uitbundig dat er voor de wat later arriverende gasten geen harde broodjes meer waren. Dan hadden ze ook maar wat eerder moeten opstaan. Na het laten vullen van de thermosfles met koffie weer op naar de rivier.

We wilden het nu op een ander gedeelte proberen, dus naar het middendeel, waar we na enig hekkenklimmen bij het water kwamen. Rob besloot wat met een muddier te gaan stoeien en ik hield het op een kleine sedge. Na een uurtje of twee kwamen we elkaar weer tegen, waarbij Rob een intens geluk uitstraalde, want hij had een prachtige wilde bruine forel verschalkt die hem de nodige sport had geboden. Ik had zelf drie werkelijk mooie vlagzalmen gepakt, dus we konden tevreden naar het hotel gaan om daar, uiteraard onder het genot van weer verse warme broodjes, op onze derde man te wachten. Bakkie koffie, nog een bakkie koffie en ja hoor, na een uurtje kwam Peter opdagen. Iedereen blij, vergunning gehaald en weer te water. Nauwelijks waren we in de rivier aangeland of er brak een regenbui los waar de honden geen brood van lusten. Dat hebben we ze dan ook maar niet aangeboden. Peter en ik schuilden onder de bomen, maar Rob, die altijd zo op loopt te scheppen over zijn volledig waterdichte Nomad waadjack viste dapper door. Zo nu en dan wuifde hi j wat treiterig naar ons, maar tussen neus en lippen door had hij ok nog de handen vol aan weer een schitterende vlagzalm. Toen het weer droog werd is ons omstandig uitgelegd hoe ontzettend handig zo'n regenjack is. Ondanks dat het water snel bruiner werd en steeds sneller ging stromen hebben we nog leuk door gevist. Eindelijk was dan het tijdstip om te gaan dineren aangebroken, dus naar het hotel en aanschuiven maar. In dat hotel, aan die tafel, tijdens dit diner zijn alle verhalen over voornoemd luisterrijk lid van onze club, die ik altijd met een korrel zout had genomen, waarheid geworden. Onze Oosterburen staan o.a. bekend om hun vraatzucht, maar deze persoon kan er ook wat van; ik hoopte dat het van hem een soort culturele aanpassing was, maar dit bleek niet zo te zijn. Als enkel voorbeeld wil ik wel vermelden dat toen het hoofdgerecht was geserveerd hij nog voor alle gerechten goed en wel op tafel stonden al een tweede portie bratkartoffeln bestelde. Verder zal ik hier niet over uitweiden, ik heb tenslotte ook mijn schaamtegevoelens.

Na deze gebeurtenissen zijn wij volgevreten weer naar de rivier gegaan en hebben ons bij de brug van Rönkhausen weer te water gelaten. Ook deze avond wachtten we tevergeefs op de beroemde rise, zodat we het maar met de nymph probeerden. Onderweg naar de waterkant kregen wij van een gelooide autochtoon nog een „Petri Heil" toegewenst, dus vond ik dat ik de Moser nymph maar moest gaan gebruiken. Of het nu aan mijn verwensen bij het matineuze klokgebeier lag, het was tenslotte een katholieke feestdag, of gewoon aan mijn onkunde weet ik niet, maar ik ving er niets mee. Toch zag ik nog kans een mooie vlagzalm te vangen, waarvan Peter wel eens even een foto zou maken. Helaas wilde ik het net effe te mooi doen: de vis moest vol in beeld. Ja dag, net voor het afdrukken flipperde de vis netjes uit mijn handen het water in en op foto zie je alleen nog maar twee handen, een beetje uit elkaar, en mijn gelaat, een intens domme blik in de ogen.

Peter schonk zijn vertrouwen aan een goudkopje en dat werd zeker niet beschaamd: secuur de kant afvissend ving hij een paar schitterende vlagzalmen. Van louter plezier besloot hij dan ook languit in de rivier te duiken, hetgeen hem op een nat pak en een zere knie kwam te staan. Na dit voorval zijn we maar naar het hotel gegaan (broodjes+koffie+melk), want het was me het dagje wel geweest.

In het hotel zaten we met het probleem om een drijfnat waadpak voor de andere ochtend aan de binnenkant toch weer een beetje droog te krijgen. Echter, in de twee badkamers hing een föhn , zodat Peter aan een muzikale nocturne kon beginnen, geschreven voor twee haarföhnen en een waadpak.
Alweer de laatste dag. Tijdens het wederom uit de voegen barstende ontbijt vernamen we dat Peters waadpak droog was en een föhn walmend aan zijn zwanenzang was begonnen. De waard verzocht ons onze spullen al van de kamer te halen, want er was een groepje getapte Amsterdammers met hun gebruikelijke herrie en kapsones (net Duitsers) gearriveerd, zodat wij het ontbijt naar maar even wat langer lieten duren. Bij het verkassen van de spullen was het natuurlijk weer Rob die zo nodig de aandacht moest trekken. Hij kwam de trap af die in de door een man of zes bevolkte lobby uitkwam. In de ene hand droeg hij een koffer en in de andere hield hij een hengelkoker stijf vast. Hij kan dan volgens zeggen wel wat afgevallen zijn, maar aan de andere kant had hij die dagen zoveel gegeten dat het daaraan niet gelegen kan hebben, dat bijna op de laatste tree zijn spijkerbroek van zijn kont op zijn hielen zakte en hij struikelvallend de lobby instortte, daarbij een na drie dagen knap meurende onderbroek onthullend.
Nadat we onder veel hoongelach onze tassen in de eetzaal hadden geparkeerd zijn we weer naar het bovendeel- en middendeel van de Lenne gegaan om de aldaar aanwezige vis te belagen.
 

Dit lukte niet zo best, zodat we maar besloten om wat te gaan eten in de pizzeria/imbiss. Mijn beide vismaten bestudeerden nog met interessante gezichten de spijskaart toen ik al zeer onculinair twee bratwurste met brood bestelde. Dit was zeker voor Rob een cultuurschok, maar ze waren wel lekker, want wie in Duitsland is zal ook Duits eten. Toen we deze vreetstop achter de rug hadden zij we toch maar weer naar de brug gegaan, waar we met wisselend succes nog een paar uurtjes hebben gevist. Waarna: honger! Na een heerlijk diner (extra bratkartoffeln uiteraard!) hebben wij de rekening voldaan met al het Duitse geld dat we hadden plus een cheque en zijn we richting huis gegaan. Zonder nog wat Bullisme verliep dit echter niet, want nog geen kwartier nadat Rob uitgebreid had zitten vertellen dat hij in zijn nog vrijwel nieuwe auto absoluut niet zou weten waar hij de krik en aanverwante artikelen zou moeten vinden of... we hoorden een vreemd geluid en de wagen ging aanzienlijk zwaarder sturen.
Lekke band! Dit probleempje was na wat gezoek in de achterbak toch vrij snel verholpen zodat we weer verder konden. In de buurt van Hunxe zag Rob een mes en een vork, waarna hij vond dat we maar weer eens een bakkie moesten gaan doen. Op zich een heel goed idee, maar hadden we niet al ons Duitse geld in het hotel achtergelaten? En aangezien men in wegrestaurants zeer fantasierijke wisselkoersen hanteert zijn we maar doorgereden tot de grens om daar maar wat te gaan slobberen. Het laatste stukkie werd (gelukkig) zonder wetenswaardigheden afgelegd en voldaan, maar moe, zeer moe kwamen we thuis.

Over de visserij wil ik nog het volgende kwijt: Het is een mooi stukje rivier dat beslist niet makkelijk te bevissen was. Dit kan aan mij hebben gelegen, maar ik denk dat de hevige regenval er ook wel iets mee te maken had. We hebben er hoofdzakelijk mooie, flinke vlagzalmen gevangen, maar er zaten ook wel een paar schitterende forellen bij. Misschien is er ook wel wat overbevissing. Al met al zeer de moeite waard om het nog eens dunnetjes over te doen.