Vissen is niet alleen vissen
Door William Cunnings
(uit Trout and Salmon vertaald door Rob B)

 

Een vliegvisser is vrijwel automatisch ook een natuurliefhebber. Ik zou zelfs wel willen stellen dat het een vereiste is. Het is natuurlijk niet nodig om zelf op het platteland te wonen. Onder stadsbewoners vinden we ook vliegvissers, maar ze behoren met hart en ziel de groene longen toe, ze leven een leven dat is afgestemd op de natuur en ze weten meer over vliegvissen dan de standaardvragen over de afmetingen van de vlieg, de trekkracht van de leader, zuurwaarde, high modulus grafiet en de uitzettingsgraad.

Ze hebben een intense band met het pure land, ze kennen de sterrenbeelden, de wilde bloemen, interpreteren een vogelvlucht en weten het verschil tussen een hermelijn en wezel, een konijn en een haas. De beste vliegvissers die ik heb gekend waren altijd met hart en ziel de natuur toegedaan. En paradoxaal genoeg zijn het altijd diezelfde natuurmensen, waarvan je zou verwachten dat ze het prima vinden als ze niets vingen, die altijd het meest fanatiek met de hengel in de weer zijn; die er meer op uit zijn een vis werkelijk te vangen dan toe te kijken hoe zo'n vis gracieus een passerend insect belaagt; die in vissen veel meer zien dan een aanleiding om het landschap te bewonderen. Wellicht komt dit omdat zij beter in staat zijn om het jeugdige enthousiasme op te roepen waarmee we onze eerste op de vlieg gevangen vis begroetten, een ervaring die we gedurende ons hele vissersleven moeiteloos uit onze herinnering kunnen opdiepen. Ikzelf herinner me als de dag van gisteren mijn eerste bruine forel; dat was aan de Ribble, een rivier die ik jammer genoeg al jaren niet meer heb bevist en het jaar, ja dat moet in 1967 of 1968 zijn geweest. Het was een warme dag in juni met wat dunne wolkendotjes aan de hemel en vis in de rivier. Vis die de hele dag aan het stijgen was. Ik viste op de plek waar de rivier door een oude spoorburg werd overschaduwd en net stroomafwaarts een lange rechte diepe poel vormde. Aan de overkant was de oever hoog en steil. Ik zag steeds een bepaalde vis stijgen en hield hem gedurende een minuut of vijf nauwkeurig in het oog. Toen had ik, dacht ik, wel door op wat voor vlieg hij zo volhardend jaagde. Zorgvuldig ging ik mijn vliegen na om te kijken welke het beste in de buurt kwam en dat bleek er vreemd genoeg een te zijn die ik zelf had ontworpen.

Voor diegenen die in dat soort zaken zijn geïnteresseerd kan ik zelfs het patroon nog wel geven:
Staart:
               drie of vier vezeltjes van een witte hackle;
Body:
                 geel binddraad, goed gewaxt.
Hackle:
              lichtrode hackle
Vleugel:
            spreeuw
En dit alles gebonden op haakje 16.
Niet echt het meest gecompliceerde patroon dat je je kunt voorstellen!


Ik keek naar de forel toen deze weer een van zijn slachtoffers belaagde. Een paar valse worpen om de lijn op lengte te brengen en toen mijn vlieg uiteindelijk het water raakte kon ik terugzien op een van de beste worpen die ik sindsdien heb gemaakt, want mijn vlieg leek wel door de lucht te zweven voordat hij volkomen natuurlijk op 30 centimeter afstand van de vis terechtkwam. Hij nam hem dan ook direct.

Eenmaal binnen bleek hij maar 25 centimeter lang te zijn, maar wat een prachtexemplaar: donkerglanzend, blakend van gezondheid. En daar hij toch nog 2 centimeter groter was dan de minirnummaat ging hij mooi mee naar huis. Mijn volgende worp was alweer raak, een exemplaar van 22 centimeter dat meteen terug ging en zo ging het maar voor die dag: in mijn herinnering een van de meest geslaagde dagen van mijn leven.

Maar als u dit wat al te gemakkelijk in de oren klinkt, wil ik u wel vertellen dat ik de edele vliegvissport al twee volle seizoenen beoefende en ik nog nooit wat had gevangen. Maar deze ene dag paste werkelijk alles in elkaar tot een mozaïek dat je in een gouden lijst zou willen vatten. En ik denk dat het de kracht van de vliegvisserij is om ervaringen als deze - hoe simpel in wezen ook – tot een belangrijke extra te maken; dat maakt het tot zo'n speciale, tijdloze sport. Je zou zelfs zover kunnen gaan om te stellen dat het vliegvissen, in aanvulling tot het beoefenen ervan, ook een middel is om iemands leven te verrijken en wel zodanig dat het er op de keper beschouwd weinig meer toe doet welke vlieg men gebruikt, wat voor lijn of zelfs, ik durf het hier nauwelijks te poneren, hoe groot de vis is die men vangt. De ervaring die men opdoet kan trouwens vele vormen aannemen, van komische tot meer relativerende.


Kort nadat ik, zo'n 20 jaar geleden, van Lancashire naar Cumbria was verhuisd kwam een oude vriend, die nooit viste, samen met zijn vader en moeder op bezoek. Na de lunch zaten we met z'n allen wat te kletsen toen ik, vreemd genoeg, het gevoel kreeg dat er een zalm zat in de pool op 200 meter van ons huis en dat, hoewel er al meer dan een mand geen een meer was gevangen, deze wel degelijk ,los' was. Onze gasten vonden het best wat met mijn familie te blijven kletsen, dus piepte ik even ongezien weg en was vijf minuten later bij mijn pool. Ondertussen, zo hoorde ik later, waren onze gasten  begonnen allerlei denigrerende opmerkingen over het vissen te maken, zoals de aloude definitie van een hengel als „een stuk hout met een vlieg aan de ene kant en een idioot aan de andere".

Hoewel mijn vader en moeder hen dapper probeerde te overtuigen dat ik af en toe heus wel eens wat ving, ging de grappenmakerij onverdroten door, terwijl ik onbewust van dit alles mijn hengel aan het optuigen was. Binnen 30 minuten nadat ik het huis was uitgeglipt, was ik terug, samen met een kersverse zalm van 8 pond. Het gezicht van de 70cm lange stuk fonkelend zilver bracht onze bezoekers volkomen van stuk. In hen ogen was ik terstond getransformeerd tot de exponent van een magisch ritueel, bewoner van een arcadische droomwereld, waarin de meest wilde en idyllische fantasieën tot werkelijkheid konden worden. Het spreekt vanzelf dat ook mijn ouders behoorlijk in hun sas waren. Zij immers werden gedeeltelijk onder mijn wierook bedekt, dapper als zij hadden stand gehouden onder de hoon die hun was toegeworpen. Hadden onze vrienden slechts geweten dat het vangen van een zalm voor mij inmiddels al een soort routine was geworden! Maar van alle zalmen die ik heb gevangen blijft deze vis toch wel een van de meest gedenkwaardige.

En het opdoen van ervaring met vissen hoeft niet noodzakelijkerwijs samen te gaan met het vangen van vis. Ik kan me herinneren dat ik eens aan een oever stond, in een pikzwarte augustusnacht. Ik stond op het punt op te breken na een nachtje vissen op zeeforel en zat nog wat peinzend op een steen te luisteren naar het ruisen van het water. Plotseling werd de inktzwarte, maar heldere hemel verlicht door een ware waterval van meteoren - vallende sterren in augustus, een geluidloos vuurwerk dat weergaloos mooi werd gereflecteerd op het zwarte oppervlak van het water. 

 Bij een andere gelegenheid, ik was weer op zeeforel uit, werd er zo zachtjes en subtiel aan mijn vlieg gezogen dat ik dacht dat het een klein stekelbaarsje moest zijn dat ook eens groot wilde doen. Wat geïrriteerd wilde ik mijn vlieg uit zijn buurt wegtrekken om vervolgens ongelovig naar mijn reel te kijken die in drie seconden schoon leeg was, terwijl de zeeforel-die-ik-nooit-te-zien-zou-krijgen zich stroomafwaarts repte met mijn fry-fly imitatie in zijn bek. Ik herinner me ook die dag met de droge vlieg die werd opgefleurd door de ontdekking van het nest van een kwikstaartje die zijn nest met jongen in het holletje van een boomstronk had. De boomstronk was hoogst waarschijnlijk een paar seizoenen eerder de rivier af komen drijven om hier op de oever te stranden. Rustig zonk ik neer om op mijn gemak het komen en gaan bij het nest te bekijken. Ook die zomeravond op zalm zal ik nooit vergeten, toen plots de mistflarden majestueus uit het water opstegen. Er kwam een roze waas om de ondergaande zon, afstekend als een sluier van lichtgevend parelmoer tegen het donkere, nu bijna zwarte geboomte - en een onzichtbare hand die mijn lijn straktrok als een hommage aan dit magische ogenblik.

Zoveel verschillende ervaringen, zoveel voorbijgaande momenten, die alle hun bijdrage leveren aan   de rijkdom en verscheidenheid van een vliegvissersleven. En ik weet zeker dat elk seizoen weer meer van dit soort ervaringen zal opleveren, die een eerbewijs vormen van het landelijke leven.

Ach en met wat geluk zal ik ook nog wel wat vis vangen!