Bullisme tot de laatste snik
(Rob B, 1997)

 

Het begon laat dit keer. Tijdens de voorbereidingen voor onze jaarlijkse expeditie naar Ierland hadden John en ik geen enkele vorm van pech het hoofd te bieden. Maar bij de Franse snelweg sloeg het BuIIisme dan toch toe. Jaren geleden heb ik van John ooit eens twee fraai lederen valutawallets cadeau gekregen, waarin vier vakjes voor onderscheidene valuta. Altijd handig wanneer je een paar landen moet doorkruisen en benzine, bikkesement of, zoals nu, tol moet afrekenen. Dus had ik de portefeuille gevuld met een fors aantal ponden en Franse francs. Ik ritste het vakje open om er een paar uit te nemen en hield tot mijn verbijstering een biljet van 1000 Chinese Yuan in mijn handen, terwijl de andere vakjes me in ruime mate van Russische, Mongoolse en Vietnamese valuta voorzagen. Tsja, in de haast dus toch het andere, identieke, mapje gegrepen. Gelukkig accepteerde men ook een creditcard en kon er in de volgende stad gepind worden.

In Ierland was het regenweer, waar we altijd zo op zitten te wachten, wat te ver doorgeslagen en zelfs de Ridge Pool van de river Moy was zo'n beetje onbevisbaar. Pas een dag voordat we naar de zo mooie Erriff river zouden afreizen zakte het water een beetje. Maar nog niet zo ver dat we konden vliegvissen: spinnen was de boodschap. En zo stond ik om vier uur in de ochtend in de Ridge een ijzige kou te trotseren, wanhopig verlangend naar de fraaie en bovenal warme trui die ik voor kerst('96) bij onze Dick had besteld. Bovendien zeurde er iets in mijn kies, een pijntje dat allengs uitgroeide tot een PIJN. Toch lanceerde ik steeds, met een enthousiasme een leuker doel waardig, mijn condoomspinners, maar vergeefs. Een lange, lange dag in de stromende regen leverde zelfs geen aanbeet op.

Dus maar naar de Aaslcagh Lodge, huis vol vriendelijke warmte, uitstekend voed­sel, whisky bij het open turfvuur, aan de mond van de fraaie Erriff. Het zou zo mooi geweest zijn als die verrekte PIJN er niet was geweest. Het leek wel met het uur erger te worden, nee, niet lijken, het WAS ook zo. Maar helaas, het was zater­dag en zeker in een afgelegen streek in Ierland praktiseert er op zo'n dag echt geen tandarts. Zondag werd het, en maandag en ik kon mijn kaken van pijn niet eens meer op elkaar krijgen. Gelukkig kon ik toen bij een tandarts in Westport, op een uur rijden, terecht. Deze constateerde een kaakabces en in drie behandelingen (uur heen, uur terug) slaagde hij er in binnen een week de klus te klaren. De eerlijkheid gebiedt mij evenwel te zeggen dat ik na de eerste behandeling al volledig pijnvrij was. Gevist werd er ook en na een paar dagen was de waterstand dermate mooi dat de visverwachting hoog was gestegen. Zo sloop ik langs de waterkant, met de tweehander machtige worpen down and across makend. Noppes. Nu had ene dok­ter Briggs, die zo'n beetje in de Erriff geboren is, geloof ik, me jaren geleden eens verteld dat hij wel eens succes had door schuin stroomopwaarts te werpen en net iets sneller dan de stroom de lijn binnen te halen. Ik bevestigde een uitdagende alley shrimp met een beetje lang staartje aan mijn leader en verdomd... bij de twee­de worp een plons, een schicht en een weglopende lijn. Nu weet wellicht iedereen dat je bij een aanbijtende zalm noooit moet aanslaan. En zo heb ik met mijn trage reacties dan nu eens een mooi voordeeltje, want tegen de tijd dal het tot mijn her­sens doordringt dat ik beet heb, heeft de zalm zich allang vastgebeten... (Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld John die nogal eens een zalm verspeelt.)

Oh, wat een mooi moment, het leek wel of bet gekrijs van de reel versterkt werd door de omringende bergen. Na een minuut of tien reikte de zalm mij een pijp aan, hij dacht zeker dat ik Maarten heette, en kon ik hem een tik op de kop geven. Tegen lunchtijd ging ik mijn zalm ter weging aanbieden en daar liep ik tegen John aan die op een ande­re beat ook een zalm had gevangen. Na de maaltijd mocht ik in de Fallspool gaan vissen, waar John de ochtend bad doorgebracht. Dit bekken onderaan de waterval is altijd afgeladen met zalm en ja, na een uurtje of twee vissen (steeds dezelfde worp over hetzelfde stukje water ter grootte van een 25 meter bad) had een van die zalmen er kennelijk genoeg van en greep mijn Alley. Bingo, twee zalmen op een dag, en op de vlieg volgens alle regelen der kunst.

En een dag later werd het duo nog uitgebreid met een derde, maar die was min of meer gestroopt. Na een dag lang en hard vissen zonder een enkele aanbeet vond ik dat het tijd werd om maar eens een garnaaltje door de rivier te laten huppelen. En ja hoor ineens een paar nijdige rukjes aan mijn dobber, slaan en hangen. Ze waren allemaal niet groot hoor, zo rond de vier pond, maar o zo lekker.

Weer terug aan de Moy slaagde ik er in de loop van de week nog in om nog twee zalmen aan de spinner ie vangen, hetgeen het totaal op vijf bracht. John had er zelfs nog een meer. Los daarvan hebben we nog een heel stel regenbogen gevangen, zo à Ia Ooslvoornsemeer in de hogere gewichtsklassen. Als je alle narigheid eraf trekt, een heel plezierige vakantie.