Ierse mist
(met welwillende toestemming overgenomen uit Hét Visblad)

                                 

 Ierland, een land van vissers. Zeker. Maar ook rijk gezegend met dichters, schrij­vers, acteurs, zangers en vertellers. Niemand weet precies waarom het er zoveel zijn. Is hetdoor de donkere luchten die laag over het heuvelland strijken, aange­voerd door de vochtige zeewind? Dé sfeer voor een warme drank of een hartige slok bij de haard of een goed verhaal, zelf verhalen vertellen of naar andere luisteren]? In Ierland is veel te vertellen. En dat doet men ook. Luister wat mij over­kwam toen ik op een namiddag neerstreek in de pub van een dorpje aan de kust.

 

Ik had een wandeling gemaakt langs de rotsige kust die hier en daar onderbroken wordt door zanderige strandjes. De zee was niet echt ruw, maar kloste toch flink tegen de verspreid in zee liggende rotsblokken. De lucht was de hele dag al wat heiig. Toen ik bij het dorpje kwam, zweefde er plotseling slierten mist over het water. Het donkerde snel. Ik ben niet bijgelovig vrienden, maar er was ineens iets.. Een mystieke sfeer. Ik kon de zee niet zien, maar wel goed horen. Ik zag ook de krijsende meeuwen niet meer, die aan de overzijde van de kleine baai in de rots­wand nestelden. Er viel een vreemde stilte. De donkere omtrekken van de vissersbootjes op het strand gaven een sinistere aanblik in de melkwitte mist. Het werd vochtig koud en ik huiverde in mijn jack. Snel liep ik omhoog naar het dorp en dook een pub in die luisterde naar de naam Larkin's Coast. Ik keek op de ruggen van een tiental gasten aan de bar en nam de ene kruk die nog vrij was. Naast mij zat een oude man, wiens grijze haar direct overging in een al even grijze baard.

„Hollander ", vroeg hij. Ik knikte. "Er komen hier vaak Hollanders", zei hij. „Om te vissen op de rivier bij Dunrucan. Zalm. Hebben jullie niet in Holland, hè?" Ik schudde van nee. Hij ging verder: „Soms gaan ze ook de zee op. Veel vis en vaak vlak onder de kant. Het is gevaarlijk." Hij vertrok zijn gezicht. „De mist jongen, de mist! Ineens zomaar. In een paar minuten. Niet te voorspellen. Je ziet niets meer. Niet eens de punt van de boot waar je in zit." Hij staarde naar buiten. „En dan moet er worden gezocht. Dan moet de oude O'Dogerty de jonge zoeken." Ik begreep er niets van. De man keek starend naar buiten. „Er is nu mist, is het niet?" mompel­de hij. Zijn ogen hadden een vreemde glans. „Ik kom net van het strand, boven zee mist het flink," zei ik. De man stond op. Hij leek wel in trance. Op een tafel ston­den een grote lantaarn en een misthoorn. Hij griste ze mee, schoot in zijn duffelse jack en haastte zich naar buiten. Hij schoot langs hel raam voorbij, in de richting van het strand. De mannen aan de bar zagen mijn verbaasde blik. „Dat doet hij altijd als het mist," verduidelijkte een van hen. „Sinds het ongeluk is hij een beet­je simpel geworden. Het heeft met de mist te maken. Als die opkomt moet hij naar het strand." „Moet ?" herhaalde ik. „Van wie dan?" „Dat is een drang, daar moet hij aan toegeven." Hij had hel over een zekere O'Dogerty,"zei ik. „Dat is hijzelf," legde de man uit. Hij liet zich nog eens een glas inschenken en beduidde de waard dat hij mijn glas ook kon vullen. „Het is een hele tijd geleden. Sinds zijn vrouw overleed woonde O'Dogerty samen met zijn zoon in een huisje niet ver van het strand. Ze leefden van het land en de visvangst. Je weet wel, een kleine boot op het strand, netten achter het huis, een paar schapen en een geit. En een hondje. Een vrolijk keffertje dat altijd met de O'Dogcety's meeging. De oude O'Dogerty was nogal gehandicapt geraakt door reumatiek in zijn gewrichten. Een smerige kwaal voor iemand die in de kou en de nattigheid moet werken. Maar hij hield vol. Tot op een dag...

Het was doodstil in de pub. Alle aanwezigen keken strak voor zich uit. Zij kenden de geschiedenis en de stilte was een eerbewijs aan de ongelukkige O'Dogerty. „Het was een mooie lentedag. O'Dogerty en zijn zoon waren vroeg op het strand. De hond ver voor hen uit om het eerst in de boot te zijn. Zoals gewoonlijk duwden ze de boot samen het water in. De oude man hield de boot in evenwicht, zodat zijn zoon er in kon stappen. Toen O'Dogerty hem wilde volgen schoot er een pijnscheut door zijn heup. Hij kon zich niet staande houden, liet de boot los en viel in het water. De boot dobberde een stukje verder de zee in. Net op dat moment schoof er een mistbank vanuit zee de baai in. Het was alsof de boot ineens was opgelost in de mist. Ze schreeuwden naar elkaar, maar het geluid werd snel zwakker. Ook het geblaf van de hond stierf langzaam weg. De baai zat potdicht met dikke witte mist. O'Dogerty wachtte rustig af. Zijn zoon was immers een ervaren visserman? Maar het bleef stil. Er was alleen een zacht geruis in de verte, waar hel water een uitste­kende klif omspoelt. Twee dagen en nachten bleef de mist in de baai hangen. Al die tijd bleef O'Dogerty op het strand. Nu eens schreeuwend, dan weer zwaaiend met een mistlamp, soms stilletjes voor zich uit starend. De derde dag stak er een stevige bries op. De mist verdween. In de verte was de omtrek van de boot te zien. Er zweefde met de wind een zacht gehuil van een hond mee. De boot naderde snel. O'Dogerty schreeuwde de naam van zijn zoon en waadde de boot tegemoet. De hond sprong er uit en zwom naar hem toe. De boot was leeg.. Radeloos hees de oude man zich in de boot en roeide uit alle macht de baai op. Hij is drie dagen weg­gebleven. En nog maanden daarna zocht hij elke dag de kust af. Nooit is er een spoor van hem gevonden. Vanaf die tijd ging hel bergafwaarts met O'Dogerty. Zodra er een mistflard boven zee kwam werd hij onrustig, pakte zijn lamp en de hoorn en rende naar het strand. En zodra de mist voorbij is valt er gewoon weer met hem te praten." Ik dronk mijn whisky uit en ging naar buiten. Ik hoorde hem van ver: de droeve toon van de misthoorn. Op het strand zag ik de donkere figuur van een eenzame man die telkens een meter of twintig heen liep en dan weer terug. Naast hem een droevig naar de mist blaffende hond. O'Dogerty zwaaide met een lamp. Af en toe riep hij een naam naar de zee. Dan wachtte hij even, turend in de mist. Alsof hij elk ogenblik verwachtte dat er een dierbare gestalte uit de witte nevel naar voren zou treden..

 

Waterreus