Snoekdag op 3 november 1996
(Hans M 1997)

 De weersvoorspellingen waren optimaal: storm, wind en regen. Géén weer dus, zou mijn vrouw later zeggen. Om acht uur ‘s morgens zouden wij ver­zamelen voor het beruchte pand Oosthavenkade 47, waar velen van ons veel - nee héél erg veel - geld hebben gebracht.

En met we bedoel ik dan gerenommeerde figuren zoals de Dikkerboertjes, Arnold W, Bas van den B, Bertje van der Lu, Robert de L, Arie S, Willem de tegelzetter, Martin van Ar en Paultje W. Dit zijn er slechts enkelen, want in totaal waren we met 19 man. Oplettende vliegvissertjes weten dat ik met zo'n lijst van namen extra op m'n hoede ben. U begrijpt, het was hoog tijd om de wapens te oliën en de haken te slijpen. Om acht uur traden wij dus aan en om 8.15 uur zetten wij koers richting Benschop.

Ik vroeg nog aan Anne: „Waar ligt Benschop eigenlijk?" „ Nou gewoon", was het antwoord, „naast Polsbroek en Bonerpas en boven Cabaauw". „Oh", zei ik flauwtjes, „dan weet ik het wel" en haalde niet begrijpend mijn schouders op.

Na een uur waren we ter plaatse en begon het feest. Nou zijn er altijd mensen die de onhebbelijke eigenschap hebben de eerste vis te willen vangen. Een van die mensen gaat schuil achter de initialen A.D. (Nee, ik zeg lekker niet wie, dat doen anderen ook niet!) Deze man is werkelijk in staat om arme beginnelingen zoals ik wanhopig naar huis te laten gaan. Hij gooide zijn streamer één keer in, zogenaamd om deze even te benatten en ja hoor - bingo! Ik heb het (helaas) zelf mogen aanschou­wen. De meesten stonden toen nog hun hengel op te tuigen, zodat dit onder de categorie 'valse start' valt. Die vis trekken we dus van de einduitslag af. En toen gingen we echt van start in het anders zo rustige dorpje Benschop. Ik zag diverse mensen een vis vangen met pluggen (foei) en weer anderen deden het met spinners, lepels en trouvit (alweer foei) en één iemand stond met voorntjes te vissen. Ik weet zijn naam niet en ik wil het niet weten ook. Maar dat hij niet door de ballotage van de Vlaardingse komt, moge duide­lijk zijn.

 Om 11.00 uur hielden wij een koffie-met-appelpunten-pauze. Op sluwe wijze informeerde ik naar de vangstresultaten. Bijna allemaal hadden ze er een gevangen, want de vis was schuw (zo heet dat volgens insiders). Na twee keer koffie, een keer appelpunt en zes whisky plus een pannenkoek was het voor mij hoog tijd de waterkant weer op te zoeken. Maar wat we ook probeerden, het lukte niet erg. Ondertussen was Aeolus - u weet wel, de god van de zuiderwind - ons niet gunstig gezind. Het stormde enorm en alsof dat nog niet genoeg was deed die verdraaide Pluvius - juist ja, de regengod - er nog een schepje boven­op. Hadden we de heer A.D. geen regendans zien uitvoeren? It was raining cats and dogs. (Dit even voor onze lerlandgangers Rob en John, die dit daar altijd zo node moeten ontberen!) De eerste echter schitterde door afwezig­heid net als andere grote coryfeeën als Steve, Jay en aanverwante grootvangers. Jammer eigenlijk.

Zo aan het begin van de middag, toen de meesten al in 'Het wapen van Benschop' achter de spiritualiën zaten, kwam Bas M aanstappen. Nee, hij had zich niet verslapen, maar nachtdienst gehad en wilde het toch nog even proberen. Kijk, dat is de ware spirit en ik moet mij al sterk vergissen wil hij niet de natuurlijke en waardige opvolger van Anne worden. Terwijl Bas - vruchte­loos - de achtervolging inzette, gingen wij over tot de prijsuitreiking. Yme las de uitslag voor en concludeerde dat zijn broer gewonnen had: een ergerlijke vorm van nepotisme en er zal ook wel een steekpenninkje geval­len zijn! (Volgend jaar moet de kas maar eens extra goed worden gecontroleerd.)

De uitslag zag er als volgt uit:

1.   Anne (de wisselbeker)
2.  'Tegelzetter' Willem
3.   Yme
4.   Gedeelde plaats voor Hans M, Paul W, Robert de L.

Buiten gingen voornoemde Pluvius en Aeolus nog steeds keer. Ik bestelde een nieuwe whisky en zette een intieme conversatie op met hun vriend Bacchus. Proost!