Verslag van de snoekdag 1 november 1998

(Hans M, 1998)

 


Op zondag 1 november was het weer tijd voor ons jaarlijks snoekfestijn. Vriend Esox Lucius zou belaagd gaan worden door zo’n 20 man. Tenminste, dat was volgens de intekenlijst de bedoeling, maar de laatste 5 zijn nooit aangekomen, (waarschijnlijk zijn ze nog aan het zoeken). De plaats van handeling was in Polsbroekerdam (what's in a name).

Om 9.00 uur was het reveille bij het 'Wapen van Benschop'. In het anders zo vredige en rustige dorpje was het nu een drukte wan jewelste. Ik zag mannen met kleurige veren, grote haken, pluggen, lepels en nog véél meer aan goed bedoelde rotzooi.

Eerst maar even de spieren losgooien; dat deden we aan het einde van de weg, alwaar twee eilandjes gelegen zijn. Om op z'n eilandje te komen moest je over een bruggetje lopen, dat de naam 'bruggetje' eigenlijk niet waardig was. Toch maar even proberen, dacht Henk Groen. Het wankele ding stond zo'n beetje op instorten en kraakte gevaarlijk. Sneller dan ik kon kijken vlogen Henks beentjes door de lucht en landde hij op zijn linker heup... nog net niet in het water. Ik kon een klein lachje niet onderdrukken. Na wat gemorrel kwam Henk weer overeind. Hij deed twee stappen en ging weer plat, ditmaal op zijn rechter bil. Nu kon ik mijn lachen echt niet meer inhouden. Stel je voor dat R. hier bij was geweest; hij van u weet wel, ik noem geen namen...

Na een grondig onderzoek van onze experts bleek het water troebel te zijn en derhalve ongeschikt voor de halve schapenstreamer. De oplossing was even snel als makkelijk gevonden. Zo'n vier kilometer terug was het water wel helder, dus rechtsomkeert gemaakt. Al snel werden de eerste snoekjes verspeeld, maar even later ook weer opnieuw gevangen.

Zo tegen de klok van 13.00 uur wilden wij eten.

De gezamenlijke lunch werd gehouden in Café 'De Kwakel'. Nadat de enige twee klanten waren weggestuurd mochten wij, mits onze laarzen werden uitgetrokken, binnenkomen. De restaurant-kip moest er weer aan geloven en maakte flinke overuren. Oh ja, er was ook nog een hond (maar daar kom ik later op terug). De uitsmijters smaakten best, zo ook het vocht van vriend Bacchus.

 

 Om 14.00 uur was het weer de hoogste tijd. Besloten werd om de middag­sessie in 'De Vlis” te houden. Op de parkeerplaats bij het café had die hond (u weet wel) een lekkere verse bolus gelegd, naast de auto van Willem en Ed. Dat Ed dit niet zag en niet rook kwam de feestvreugde alleen maar ten goede. Hij pakte zijn tas (van het formaat dat ik meeneem als ik zes weken naar Alaska ga) uit de auto en zette deze op de grond. Waar? U raadt het reeds. Nog steeds had de arme ziel niets in de gaten en even later zette hij de tas weer terug in de auto. De hele bekleding zat onder. Terecht merkte hij nog op dat hij een zoon van R zou kunnen zijn (hij van enz. enz.). Nadat de auto ontsmet was en wij uitgelachen waren, werd koers gezet naar de Vlist. Daar werd gevist tot 16.00 uur, waarna de balans kon worden opgemaakt. Dit gebeurde weer in ons café 'De Kwakel'. Met de serveerster ging het inmiddels iets beter. Ze fluisterde nog in mijn oor dat ze twee valiumtabletjes had geslikt.

Ons ploegje was inmiddels gereduceerd tot 8. Na wat gereken kwam Yme  met drie snoeken als winnaar uit de bus en kreeg de fel begeer­de wisselbeker.

Resumerend: het was weer een heerlijke dag en iedereen had minstens één snoek gevangen.