Het leven van de sedge
(Jan R, 1999)

      


Een van de belangrijkste vliegen die je als vliegvisser kan gebruiken is een schietmot, beter bekend als sedge of caddis. Zowel de larve als het volwas­sen insect is voor ons vliegvissers erg interessant. Daarom zal ik in dit stukje wat verder ingaan op het leven van de sedge.

De sedge heeft vleugels die over het lichaam staan in de vorm van een ten­tje of dakje. De verschillende soorten komen vrij veel voor in heel Europa en Noord Amerika en kunnen 15 tot wel 50 mm groot worden. Anders dan bij­voorbeeld de meivlieg die heel gracieus vliegt, is het een slechte vlieger en het lijkt hem of haar moeite te kosten om in de lucht te blijven. De sedge heeft verder een opvallende gelijkenis met een mot. Het is meestal niet nodig om de verschillende soorten uit elkaar te houden omdat het silhouet van alle soorten gelijk is. Wat wel belangrijk is kleur en grootte.

Een sedge brengt het grootste gedeelte van zijn leven door als nimf. Afhankelijk van de soort verblijft hij z'n eerste levensfase in een door hem zelf gemaakt kokertje, of in een fijn gesponnen web. Er zijn ook soorten die vrij rond blijven scharrelen op de bodem van de rivier. Wanneer ze eenmaal zover zijn dat de volgende levensfase aanbreekt zwemt de larvepop naar de oppervlakte van het water, gebruikmakend van poten, lichaam en vleugels. Een belangrijke en gevaarlijke periode voor het uit-zijn-huid-kruipende insect. Op dit moment is hij namelijk erg kwetsbaar omdat hij nu een makkelijke prooi is voor de vis.

Vanaf het wateroppervlak vliegt het nieuw ontwikkelde insect snel weg met als enig doel zich in het sexleven te storten. Na stevig gevreeën te hebben keren de vrouwtjes met hun dikke buiken terug naar het water om hun eieren te leggen. De verschillende soorten doen dat op verschillende manieren. Sommige vrouwtjes leggen de eitjes direct in het oppervlak waarna ze van­zelf naar de bodem zakken, maar er zijn ook soorten die helemaal naar de bodem zwemmen om daar de eitjes in pakketjes te deponeren.

Wanneer er een grote hoeveelheid vliegen in één keer uitkomt spreekt men van een hatch. Een vliegvisser die met dit verschijnsel niet bekend is kan op zo'n moment flink in verwarring komen. Als er een sedgehatch is dan aast de vis daar meestal erg wild en agressief op. De forel springt daarbij soms uit het water om boven op de inkomende vlieg te duiken. Als je de vis zo ziet azen maar je ziet verder nauwelijks insecten op het water, dan is het zaak om een sedgepop (emerger) aan je leader te binden en niet de fout te maken om met een volwassen insect imitatie te gaan vissen dat kan nl. tot zeer grote frustraties leiden.

Tijdens een hatch is het verstandig om erg voorzichtig te werk te gaan om de op dat moment azende vis en uitkomende vliegen niet te verstoren. Volwas­sen patronen zijn uiteraard de vliegen die we gebruiken als de sedge verschijnt om de eitjes op of in het water af te zetten.

De verschillende volwassen sedge-imitaties zijn ook uitstekend geschikt om mee te vissen wanneer weinig of geen activiteiten aan het wateroppervlak te bespeuren is. Door de relatief lange levensduur van de sedge komt hij vaak en gedurende verschillende periodes aan het water voor. Voor mij is de sedge een van de belangrijkste vliegen in mijn vliegendoos en is hij een zeer succesvolle vanger.