Dromen langs de waterkant op weg naar Kerstmis
(John P, 2001)

Het donkere water van de gezwollen rivier vloog voorbij. Donkerbruine blaad­jes dansten op de golfjes een langzame wals op weg naar het definitieve eind in zee. Een eenzame kraai verbrak de stilte met zijn lawaai maar hij kon niets aan mijn stemming veranderen.

"Donder op van de waterkant, het seizoen is gesloten", klonk R's stem. (U weet wel, nee zijn naam noem ik niet). Ik keek op en een klein ogenblik moest ik glimlachen. R droeg op dat moment een gele hoed die was gemaakt uit de hoek van een oude plastic zak, en met zijn rode gezwollen whisky-neus van de kou leek hij precies een bloem die was uitgekomen in het ver­keerde jaargetijde.

"Het is bijna Kerstmis", merkte hij op. "Dat moet een zeer frustrerende tijd zijn voor al de forel- en zalm vissers", ging hij door. "Krijg je met Kerst al die mooie nieuwe visspulletjes cadeau ben je niet in staat ze de komende maan­den te proberen, omdat het seizoen zo laat open gaat".

"Het is een dure tijd", bromde ik. "Speciaal als je opa bent".   "Dat was ik even vergeten", zei R. "Gul was nooit een van je sterkste punten". "Toch denk ik dat je nog voldoende whisky hebt om je zelf te amuseren".

"Dat heb ik zelf nodig", snauwde ik, "met al die gasten langs de waterkant die whisky komen bietsen".

"Ik wil het best wel voor je bewaren hoor als je iets in reserve wilt houden", bood R vriendelijk aan. Ik kon wel raden hoelang een opslag bij hem zou meegaan, daarom verwierp ik zijn aanbod maar.

R keek geschokt. "Wat kan je een hengelaar eigenlijk geven voor Kerstmis", kwam zijn vraag.

"Voor de jonge hengelaar is dat geen enkel probleem", zei ik. "De hengel-sportwinkels hebben nog nooit zo vol gelegen met goedkope al of niet nut­tige dingen... als je ze kunt betalen". "Wat elke hengelaar dient te hebben is een Zwitsers legermes". "Ik ga nooit zonder op pad". "Dat is een speeltje dat je altijd wel kunt gebruiken". "Voor de oudere hengelaar is het wat moeilijker". "Het cadeau dat ik het liefst zou krijgen is nog niet uitgevonden".

"Wat is dat?" vroeg R.

"Een klein vergrootglas op een kunstarmpje, die ik op mijn linker duim kan zetten en die een heel klein lichtstraaltje geeft op mijn duim en wijsvinger zodat ik voortaan in het donker staand in het water een vlieg kan verwisse­len". "Ik hoef dan niet mijn bril en zaklamp op te zoeken om vervolgens aan de kant een vlieg te verwisselen, terug te strompelen in het water, hopend dat ik niet val, en vervolgens twintig minuten te wachten tot mijn ogen weer aan het duister gewend zijn".

"Jaja, je hebt wat te lijden", zei R toen ik even mijn waffel dicht hield. "Het is niet waarschijnlijk dat je zoiets deze Kerst krijgt". "Heb je nog een ande­re suggesties voor een hengelaar die alles al heeft?"

"'Een maandje vakantie in Alaska wellicht?' stelde ik voor". "Het beste wat ik me kan bedenken is mijn eigen forellenriviertje, limestone, natuurlijk". "Een klein landje voor mezelf waar ik voor God kan spelen, waar ik de hele zomer zou kunnen vissen en waar ik in de winter nieuwe pools en runs zou kunnen creëren en boompjes langs de kant zou kunnen planten".

"Anders niets?" vroeg R sarcastisch.

"Een paar handwarmers, riep ik snel, die ik in mijn laarzen kan stoppen want mijn voeten zijn zelden droog en altijd koud". "Dat zou voor mij een fijne Kerst zijn".