Enkele anekdotes
(Ton van O, 2002) 

Regelmatig troffen wij elkaar bij een omelet of in de winter bij iets sterkers om de kou te verdrijven bij het gelijknamige restaurant langs de Loet te Lekkerkerk. Het ging meestal over vliegen of een net gemiste kanjer. Soms over wat anders. Op een keer vertelde de voorzitter van een grote Rotterdamse visvereniging dat hij waarschijnlijk wat minder regelmatig zou komen, omdat hij van baan ging veranderen. Struikelpunt in de onderhandelingen was zijn nogal groot vakantiesaldo. Ik dacht aan mijn armzalige 15 vakantiedagen per jaar en vroeg hem "Hoe kom je aan zoveel dagen." Zijn antwoord ver­baasde mij zeer, want Ik had hem als visser hoog zitten. Splitcane hengel en reel van Hardy en in de winter met draaiende reel op de snoek. "Als ik ga vissen en ik vang niets dan verdom ik het om een vakantiedag af te schrijven". Ik heb er nog dikwijls aan terug­gedacht, toen ik zelf mijn vakantiedagen moest bijhouden.


 

Mijn favoriete vlieg voor de vlagzalm was en is de Red Tag. Ik had nooit genoeg goede pauwefibers. Op een dag zag ik in de Bijenkorf de mooiste pauwenveren die ik ooit gezien had. Ik zocht er een tiental uit en ging naar de kassa. De juffrouw wilde ze heel voor­zichtig inpakken. "Doe ze maar doormidden" zei ik. Ze kreeg een kleur tot diep in haar decolleté en keek behoedzaam om zich heen op zoek naar een verborgen camera. "Doe het zelf maar, ik doe het niet", zei ze. Ik heb ze in tweeën geknipt en vervolgens zelf inge­pakt, de caissière in grote verwarring achterlatend.


Het was de laatste dag van een weekje vissen aan de Lammer en ik had een grote forel zien staan maar had hem nog niet tot aanbijten kunnen verleiden. Ik zou het nog een keer proberen. Mijn vrouw zou het geheel gaan filmen. Het was eind september en 's morgens steenkoud. Tegen een uur of 11 kwam de zon door de mist en werd het wat aangenamer. Ook de slangen kwamen uit hun schuilplaatsen en gingen zich opwarmen precies langs het pad wat leidde naar de plaats van die grote forel. Als mijn vrouw ergens angst voor heeft is het wel voor slangen. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat ze uitein­delijk langs dat pad gelopen is. Met hoge bergschoenen, hard stampend en met de ogen dicht. Vervolgens waadde ik voorzichtig naar de plek, serveerde mijn sedge bij de steen en bij de eerste worp lukte het mij om hem te vangen. Een mooie regenboog van tegen de 40 cm. "Heb je hem erop", vroeg ik. "Ja"' was het antwoord. Helaas kan ik het niemand ooit laten zien, want in haar angst voor al die slangen had zij een reeds belich­te film weer in de camera gestopt.


Op een warme zomeravond, vissend met de droge vlieg op ruisvoorn in de buurt van Berkenwoude raakte ik vast aan het hoge gras langs de kant. Ik trok aan de leader, de vlieg raakte los en verdween met grote kracht tot over de weerhaak onder de nagelriem van mijn rechter duim. Ik kreeg het er met geen mogelijkheid uit.
Ik ben op mijn brommertje gestapt en naar de eerste hulppost van het St. Clara ziekenhuis gereden.
Dit hadden ze nog nooit meegemaakt een vent met een visvest en groot harig ding in zijn duim. Een bruine palmer op haak nummer 8. Binnen 10 minuten lag ik op de operatietafel en werd de vlieg vakkundig verwijderd. Sinds dit voorval ben ik een groot voorstander van vissen zonder weerhaak.