Ierse perikelen
(Rob B, 2002)

 

 Uiteraard stond Ierland dit jaar weer op het programma en uiteraard was ook de Erriff dit­maal weer een van de reisdoelen. Het gezelschap dat de rivier bereist groeit gestaag: gin­gen John en ondergetekende al jarenlang samen, vorig jaar was onze voorzitter Hans Kievits tot het genootschap toegetreden en ditmaal werd het team verder versterkt door Peter Ouwendijk. Voor John en mij was dit wel gezellig, want volgens de boeken heeft er buiten ons nog nooit een Nederlander in de Aasleagh Lodge gebivakkeerd en nu konden wij zelf ook eens een eigen groepje vormen.

 

Het had voorafgaand aan onze komst al flink geregend, en het water van de Erriff stond watertandend hoog. Er zou volop zalm de rivier op trekken en Jim, de manager, adviseer­de dat een van ons 's avonds vast eens op beat 8, net boven de waterval, zou gaan vissen. Geheel tegen mijn gewoonte in reageerde ik op dit aanbod en de rest van het gezelschap geloofde het wel. Ik tuigde op en nam een klein (ja je gelooft het niet: zelf gebonden) bibiootje uit mijn box. En verdraaid, na een fors aantal worpen in een vrij stille pool werd de lijn ineens strak getrokken. Hangen. Echt geweldig was het niet: een vis van een cen­timeter of 35, een redelijke zeeforel of een kleine zalm. Die twee lijken zo op elkaar dat Ik althans het verschil niet kan zien. De beslissing was snel genomen: terug met het dier­tje.

De dag erop: zondag. Hans en ik bevisten beat 8; de beide anderen een beat hogerop op de rivier.

's Ochtends regende het al, maar het was nog goed te doen. Ik viste vandaag maar eens met een donkerrode shrimpfly en na een uurtje was het verdorie weer raak. Onder de ogen van Hans die aan de overkant van de rivier viste werd de lijn strak getrok­ken en ik slaagde erin me te beheersen en niet aan te slaan.
Het was een mooie zalm, maar helaas, na een minuut of drie hing de lijn ineens slap en was de vis er vandoor. Ik besloot lager op de beat, in een mooie stroom te gaan vissen. Het was een plek voor het klassieke zalm vissen: een worp van 45 graden, gevolgd door een opstroomse mend. Hoewel dit een specifieke actie voor een drijvende lijn is, moet me van het hart dat dit met de intermediate glaslijnen ook heel goed gaat. En omdat deze lijn een beetje in het water wegzinkt is er wat minder oppervlakteverstoring en daarom heb ik er wel vertrouwen in. En dat vertrouwen werd warempel niet beschaamd. Weer een rode Pat Bonner shrimpfly bevestigd. En deze was kennelijk zo uitdagend dat ik er een krachtige pull op kreeg. Ik kon me weer bedwingen om aan te slaan en ditmaal was het goed raak. Een gierende slip, een knap gevecht en na een tien minuutjes lag er een schit­terende grilse van 4,5 pond in het net. Klap op het koppie uiteraard, want hij ging wel mooi mee naar de roker.
Inmiddels was het werkelijk gierend hard gaan regenen. En hoewel ik in naam puike waterdichte kleding had waren Peter, John en mijzelfve 's avonds tot op het uit te wrin­gen ondergoed toe, doornat. Alleen Hans, in het bezit van peperdure Simms, kon nog een droog overhemmetje laten zien. Dus besloten John en ik de andere dag niet te gaan vis­sen, maar op zoek te gaan naar 100% waterdichte jassen. Peter deed niet mee, omdat hij wel bevroedde dat een winkelier hem geen jas zou lenen, maar zou willen verkopen, en koos hij ervoor zich verder nat te laten regenen.

Bij Michael in Ballina, onze Ierse huisleverander, vonden we   schitterende Hodgeman jassen. Michael hield er een exemplaar een paar minuten in een volgelopen wasbak en de jas bleek toen van binnen nog kurkdroog. Dat was dus een verantwoorde aankoop!

Twee dagen dingen voorbij. De rivier was in een werkelijk schitterende conditie: de regen­buien hielden het water hoog, maar niet te, en de teller signaleerde dat er volop zalm de rivier optrok. Maar niemand, althans niet van ons groepje, slaagde erin om zelfs nog maar beet te krijgen. Tot ik op woensdag , samen met Peter, beat 2 mocht bevissen. De rivier loopt op de plek waar ik viste in een bijna haakse bocht. Waar deze wordt ingezet is de rivier heel ondiep, bij laag water makkelijk doorwaadbaar, en stroomt het water vlak voor de stenen barrière de pool uit in de vorm van een zogenaamde glide, de rivier stroomt er heel snel en is zo glad als een spiegel. En alle theoretici kunnen je vertellen dat de zalm zich daar nogal vaak ophoudt om wat uit te rusten bij hun trek naar boven.

De rode Bonner shrimp moest er weer aan geloven. Een verre worp richting overzijde en dan de lijn in een mooie dan de lijn langs de stenen laten slierten. Niks, nog een keer. Niks, maar weer eens proberen. En ineens, na zeker twintig worpen over dezelfde plek wordt de lijn tegengehouden. Een steen kon het eigenlijk niet zijn, immers de voorgaande worpen liep de leader gewoon door. De lijn beweegt opstrooms, ik bedwing een neiging om een hijs te geven en ja hoor, de lijn loopt strak en hangen.

Een prachtige grilse van weer 4,5 pond springt met een mooie boog hoog boven het water uit. Ik hou de lijn strak en slaag erin de vis in de stroom te drillen. Peter komt behulpzaam aansnellen en ik slaag erin de vis boven zijn net te tillen. De roker krijgt het nog druk, dacht ik. Dat dacht ik ja, maar de praktijk was anders. Hoe we ook visten, we slaagden er in de vakantie niet meer in om nog een vis aan de vinnen te komen. Zelfs John, altijd topnotch, nooit te beroerd om semi-illegale methoden te hanteren, bleef volledig met lege handen.

Helemaal geen pech gehad? zal de verwonderde vaag luiden. Tuurlijk, zij het in lichte mate. Ik werd op donderdag van de eerste week doodziek en heb tot de maandag daarop het bed moeten houden!. Maar ja, het vissen was toch al niet geweldig!!!

Niet geweldig bleken ook de 'aanpassingen' die de Ieren hadden gemaakt met betrekking tot het invoeren van de Euro. Het meest bont maakte men het in het diep in de Ierse bin­nenlanden gelegen Bangor, aan de oevers van het Carrowmore Lake. Konden wij vorig jaar daar nog een boot met ghilly huren voor 50 Ierse ponden = ƒ135,00 per dag, ditmaal moesten wij voor dezelfde service 80 euro neertellen en dat is toch echt ƒ 176,30 Nog bonter maakte men het toen ik daar echte poteen wilde aanschaffen, u weet wel de ille­gaal gestookte whiskey (ja, met e) die altijd heel omzichtig, verpakt in oude kranten, uit de achterbak van een oude auto wordt gehaald. Vorig jaar kreeg ik voor 7 ponden (ƒ 19,00), maar liefst TWEE liter in een plastic limonadefles. . Dit jaar bleek de prijs omhoog te zijn gegaan naar 12 euro (ƒ 26,45), maar voor deze prijs kreeg ik slechts een lullig flesje van 70 cl. aangereikt. Ja, ze zijn aardig die Ieren, maar ook wat tillen betreft weten ze van wanten!!

(Nota bene: Het verhaaltje is wat kort en wellicht zelfs wat ongeïnspireerd. Den lezer wete dat ondergetekende speciaal in Ierland een blocknote had aangeschaft en elke dag een minutieus dagboek heeft bijgehouden. Dit teneinde u een literair doorwrocht reis- en vis-verhaal te kunnen aanbieden. Helaas zijn de aantekeningen 'ergens' verdwenen en moest ik alles op mijn geheugen doen. En dat is, zoals zij die mij goed kennen weten, bepaald zwakjes.)