Memories
(Ton van O, 2002)

Vissen heb ik gedaan zolang ik mij kan herinneren. Salamanders, stekelbaarsjes en soms met een van een lange grashalm gemaakte strik, kleine snoekjes. Tijdens de schoolva­kanties ging ik meestal naar een tante die in de Haarlemmermeer woonde en viste daar in de ringvaart en in de omgeving van Schiphol. Veel materiaal had ik niet. Ik had een soort bamboehengel. In die tijd, ongeveer 1953 viste ik wel al met kunstaas. Dit werd niet door iedereen gewaardeerd en ik werd dikwijls weggestuurd onder het mom van stro­perij. Gelukkig is er veel veranderd, en is het nu verboden om met levend aas te vissen. Toen ik van school kwam en ging werken kocht ik van mijn eerste salaris het boek van Jan Schreiner "Flitsend Nylon". Dit werd in de eerst volgende jaren mijn bijbel. Van vliegvissen had ik nog nooit gehoord. Dit veranderde toen in 1963 Ben Pont, in de buurt van mijn ouderlijke woning een hengelsportwinkel opende. Al snel kocht ik mijn eerste vliegenhengel, een Archer Bartleet, splitcane met een luie Engelse actie. Ik kon er niet echt goed mee overweg en heb hem later geruild voor een glashengel van conoLon. Daar heb ik nu nog spijt van. In die tijd organiseerde Ben ook vliegbindcursussen. Ik heb de eerste cursus toen gevolgd, zonder dat ik daar ooit een vlieg gebonden heb. Tot voor een paar maanden had ik ook nog nooit een vlieg gebonden op de clubavonden. Sommigen begonnen ook te twijfelen of ik wel kon binden.

Mijn eerste echte goede hengel, volgde niet veel later. Een Pezon et Michel uit de serie PPP, 7,3 foot voor een HDH lijn. Er zouden er nog vele volgen. In die jaren heb ik veel met Ben Pont gevist en veel van hem geleerd. Hij is een uitstekend visser en vliegbinder. Door een verhuizing is het kontact later verwaterd.

Vliegbinden werd mijn grootste hobby, nadat er tengevolge van avondstudie, werken en veel tennissen niet veel tijd over bleef om te vissen. Een keer per jaar snoeken en tijdens de zomervakantie een paar dagen forelvissen, meestal in de Sava Bohinjska in het voor­malige Joegoslavië. Dat was het wel. Vliegvismaterialen waren in die tijd niet zo gemak­kelijk te koop, dit is nu nauwelijks voor te stellen met een echte Fly-Only zaak in de buurt. Mijn eerste vice heeft mijn vader gemaakt. Verre van ideaal, maar ik wist niet beter. Om aan goed materiaal te komen heb ik veel Engelse en Amerikaanse postorderbe­drijven aangeschreven. Meestal tot volle tevredenheid. Het ging ook wel eens fout. Op en keer bestelde ik 3 Metz nekken in een kleur die hier niet verkrijgbaar was, te verzenden per Air mail. De voorraad was ook daar niet zo groot als ik gedacht had. Om de paar maan­den viel er wat in de bus, 3x verzend- en douanekosten. Bij elkaar heel duur, maar mooi waren ze. Nu heeft dat niet veel zin meer, want de meeste winkels hebben een grote verscheidenheid aan Vliegvismaterialen, en bij iedere zending uit de USA van veren of dierlijk haar op de huid is een Animal Export Document benodigd, kosten $ 30,00. Nu heb ik zoveel materiaal dat ik de rest van mijn leven wel vooruit kan. Wat ik daar nog wel koop zijn boeken, maar ook dat hoeft niet altijd, want Kok hengelsport heeft een zeer uitgebreide collectie.

Sinds ik gebruik kon maken van een soort VUT regeling vis ik weer zeer regelmatig en is het vliegbinden wat minder. Terugkijkend realiseer ik mij dat ik een fijne hobby heb overgehouden aan de opening van dat kleine winkeltje van Ben Pont in de Janne Bouwens-straat. Vissen, vliegbinden, boeken en hengels verzamelen. Ik hoop er nog lang van te genieten en als de geraniums ooit in beeld komen, moge het dan een vice zijn.