Monsters uit de diepste diepzee
(Peter O Januari 2003)

 Terwijl mijn vismaten Marcel Wa en Paul vdr A op een onbewoond eiland zandstormen trotseren in de hoop een reuze-tarpon te mogen haken, rust ik tevreden uit in het kamp van de Acaja-club in het gezelschap van mijn gastheer Patrick Sébile en blikken wij gezamenlijk terug op een in alle opzichten geslaagde vistrip. Weliswaar bleven mijn vangsten beperkt tot slechts drie vissen, doch indien de klein­ste, te weten een nieuwe haaiesoort, de "silky shark, "slechts" 2.7 meter lang was en de grootste van het stel, een imposante doch tegelijkertijd uiterst agressieve tijgerhaai, de 4 metergrens met tien centimeter passeerde, dan is er toch weinig reden tot klagen.

Genietend van het avondeten en vergezeld van een glas rode wijn, uiteraard uit Frankrijk, lieten wij alle gebeurtenissen van de afgelopen week nog eens de revue passeren totdat Patrick, geheel in gedachten verzonken, ons verliet om vervolgens met een stapeltje foto's terug te keren. Met een onnavolgbaar accent, hetwelk inspecteur Clouseau bepaald niet zou hebben misstaan, nam Patrick het woord en vertelde breed­sprakig over zijn visavonturen in zijn moederland Frankrijk, meer in het bijzonder de Middellandse Zee, waar hij, samen met een van de vaste schippers van de Acaja-club, Bruno Ansquer in de zomermaanden in de Golf van Fréjus, nabij St. Raphaël reeds enige jaren, pleegt te vissen en zeer fraaie visvangsten heeft weten te realiseren. Zo wordt er bijvoorbeeld gericht gevist op amberjack met als aasvis de spanish mackerel. Daarnaast kan er volop getrolld worden op diverse roofvissen waaronder zeebaars, barracuda, dentex, goudmakreel en niet te vergeten de blauwvintonijn. Top of the bill is echter het diepzeevissen hetgeen plaatsvindt op dieptes van, schrik niet, rond de dui­zend meter, waar gericht gevist wordt op prehistorisch aandoende monsters en wel de hexancheus griseus, in de volksmond ook wel genaamd de sixgilled cowshark. Patrick vervolgde zijn boeiende betoog met te vertellen dat ze de afgelopen seizoe­nen met succes een aantal exemplaren van deze griseus van rond de 60 a 80 kilo heb­ben weten te vangen, welke gretig aftrek vonden bij het plaatselijke visrestaurant, daar de sixgilled cowshark, mits op juiste wijze bereid, een ware delicatesse schijnt te zijn.

 

 "Echter sinds vorig jaar zitten wij met een probleem, waar wij nog niet goed raad mee weten." Patrick legde het stapeltje foto's op tafel waarop inderdaad respectabele exemplaren van een voor mij volstrekt onbekende haai afgebeeld stonden. "Kijk, dit zijn de exemplaren die wij vorig seizoen hebben gevangen, de grootste had een leng­te van zo'n 2,5 meter en een gewicht van ongeveer 80 kilo, totdat het feest ineens over was en we hiermee geconfronteerd werden."

Patrick gaf mij de laatste foto van het stapeltje met daarop ene prachtige close-up van wederom een griseus, maar met dit verschil dat uitsluitend de kop van de diepzeehaai met zijn felgroene ogen te zien was, hetgeen bij mij de vraag uitlokte waar de rest van deze prachtige haai was gebleven, wellicht in de vriezer van een naburig restau­rant? "Was dat maar waar", sprak Patrick " nee, deze haai heb ik vorig jaar op een diepte van meer dan duizend meter meer dan uur gedrild en daarna was het van het ene op het andere moment tot mijn stomme verbazing ineens over. Toen ik het resterende gedeelte van mijn lijn binnen gedraaid had, bleek deze haaienkop nog aan mijn haak te zitten. Zoals je kunt zien aan de overblijfselen van de kop is de vis niet door kleine vissen aan stukken gescheurd. Het heeft er veel van weg dat de kop van de romp is gescheiden, met een vlijmscherp scheermes van formidabele afmetingen.

Afgezien van dit opmerkelijke incident hebben wij van de beroepsvissers in de regio, die met netten en longlines vissen, begrepen dat zij in toenemende mate geconfron­teerd worden met compleet aan gort getrokken netten zonder vis. Daarnaast is het zo dat de longline-vissers regelmatig klagen over het feit dat er opvallend weinig vissen of alleen vissen met een grote vissen kop van bijvoorbeeld een congeraal binnenboord worden gehesen. Al met al verontrustend nieuws, zeker indien je bedenkt dat deze vis­serij zich slechts een paar mijl uit de kust van onze badplaats St. Raphaël afspeelt, dus min of meer op steenworp afstand van recreërende surfers, zeilers en badende strandgasten." "Om het drama compleet te maken", vervolgde Patrick, "hebben wij uit betrouwbare bronnen vernomen dat vorig jaar tot twee keer toe, weliswaar op volle zee, doch hemelsbreed niet zover hier vandaan in de buurt van een school jagende blauwvintonijnen enige exemplaren van de geruchtmakende soort Carcharodon Carcharias (red. witte haai) zijn gesignaleerd.

 Begrijpelijkerwijs is aan deze verhalen, afkomstig van visserijbiologen, door de plaat­selijke autoriteiten weinig, zeg maar rustig geen ruchtbaarheid gegeven, daar dit desastreuze gevolgen voor het komende strandseizoen zou hebben. Zie jij de upper ten uit Cannes of St. Tropez al pootje baden in een zee, waarin hartverscheurende monsters rondzwemmen die er zelfs niet voor terugdeinzen om hun eigen soortgeno­ten tot het bot toe af te kluiven, althans een kopje kleiner te maken? Ik dacht het niet! Daar wij als enigen in de regio ons hebben toegelegd op deze diepzeevisserij hebben wij, onofficieel natuurlijk, van de plaatselijke autoriteiten het vriendelijk ver­zoek gekregen om met de nodige discretie eens poolshoogte te nemen en de kwestie liefst tot op de bodem uit te zoeken. Gezien jouw meer dan gemiddelde belangstel­ling voor haaien en andere scherp gebekte rovers is het misschien geen slechte gedach­te dat jij medio augustus richting Zuid-Frankrijk afreist om onze gelederen te ver­sterken. Wij hebben namelijk wel iemand nodig die het ook nog leuk vindt om van duizend meter een vislijn liefst met iets eraan naar boven te hijsen." Compleet verbouwereerd over deze plotselinge invitatie liet ik Patrick direct weten zijn uitnodiging in dank te aanvaarden.