De vangst van Mr. 'Big'
(John P,2004)

 Heerlijke asperge soep, een grote roze gekleurde forel, nieuwe aardappeltjes, een keur aan groenten, een zalige vers fruitsalade en als dessert een zorgvuldig uitgekozen kaas­plankje. Dit alles gelardeerd met de heerlijkste wijnen en natuurlijk een Irish coffee toe. Een drie uren durend feestmaal ter ere van Mister 'Big'. De forel waar ik wekelijks jacht op maakte en die vorige week na een duel van ruim drie maanden eindelijk was gevallen voor mijn nieuwste vlieg. Ruim 10 pond schoon aan de haak woog de vis die gezien zijn formaat toch al enige jaren zijn rondjes had gezwommen in het betrekkelijk kleine meer. Ter nagedachtenis aan Mr. 'Big' werd nog eenmaal het glas op hem geheven en bracht ik nog eenmaal een toost op hem uit.

Ik vis samen met zeven vrienden op het platteland in een prachtige omgeving. Rondom het water staan veel bomen. Er groeit riet en de bloemenpracht is ronduit uitbundig te noemen. We hebben daar twee kleine meertjes, de een van het formaat voetbalveld en het andere is drie keer groter. Elk jaar in maart zetten we een 200 regenboogforellen tussen de 300 en 500 gram uit. In het kleine meertje zo'n 50 en de rest gaat in het grotere water. We hebben een heel schema gemaakt om te vissen. Elke vierde dag kan ik er samen met een van de andere terecht. Dit natuurlijk om de hengeldruk niet te groot te maken. Meer dan twee vissen per keer mogen we niet vangen en terugzetten is niet toegestaan. Als vlieg mag je tot l augustus alleen vliegen tot haakmaat 8 gebruiken. In het begin van het seizoen is het voor de geoefende vliegvisser een hele kunst om niet in twee of drie worpen je twee vissen te vangen.

Ik herinner me dat Peter een paar jaar geleden op een soortgelijk water in 6 worpen 6 forellen ving met een Mallard en Claret maat 10, een vlieg die het vroeg in het seizoen prima doet. Daarom is dat een vlieg die we hebben verboden.
Om mijn verblijf aan het water zo
prettig mogelijk en langdurig te maken gebruik ik uitsluitend droge vliegen of kleine nimfen op haakmaat 18 tot 22. Ik gebruik kleuren waarvan je zou verwachten dat die de vissen eerder zouden afschrikken dan aantrekken zodat ik tijdens mijn visbeurten toch altijd wel een volle dag aan het water kan blijven en genieten van al het moois er te zien is.

Omdat we vorig jaar vanwege het weer wat later vis hebben uitgezet begonnen we pas op 15 mei met vissen. Het voorjaar was uitermate droog geweest en het water was bijzonder laag en helder zodat je de vis gemakkelijk kon zien. In het grootste meer waren twee vis­sen te zier die duidelijk al enige jaren onze vliegen links of rechts hadden laten liggen. Ze kregen de naam Mr. 'Big' en de ‘broer van”. Hun gewicht werd geschat op zo'n 6 pond en naarmate het seizoen vorderde zag je ze gewoon mee groeien met de andere vissen in het meertje.

De broer van - de kleinste van de twee - werd gevangen door Rob die een uurtje ging dappen met een rare lange hengel, een blowlijn en als vlieg gebruikte hij een zelf gevangen langpootmug.

De meest interessantste vis die nu overbleef was nu Mr. 'Big' die je meestal slecht in het water kon zien staan omdat hij een plekje had ingenomen aan de kant waar de bomen hun schaduw over het water lieten vallen.

Voorafgaand aan zijn vangst kwam hij gedurende vele visdagen twee maal omhoog naar mijn droge vlieg, greep hij vijf keer mijn nimfje en spuwde hij het als een bliksemschicht weer uit. Tientallen keren volgde hij mijn creaties door het water alsof hij mijn vlieg alleen maar wou verjagen. In feite werd mijn 4-daagse bezoek aan het water alleen nog maar een wedstrijd tussen mij en Mr. 'Big' gezien het feit dat ik ruim 90% van mijn tijd bestede aan de jacht op hem. Het was best spannend hem gade te slaan. Regelmatig ging hij op patrouille waarbij hij per dag in een vast patroon het meertje rond zwom om altijd weer onder de bomen even rust te nemen. Niet elke dag zwom hij hetzelfde patroon zodat als ik weer aan het water was ik eerst uitviste hoe zijn route die dag zou zijn. Vervolgens zocht ik dan een plaatsje langs zijn route die mij in staat zou stellen hem een vlieg of nimf voor zijn bek te presenteren in de hoop dat hij op een goede dag de verleiding niet zou kunnen weerstaan.

In de loop van de tijd had ik aan beide meertjes al heel wat vreemde tactieken uitgepro­beerd zoals een langzaam zinkende lijn met een meivlieg nimf die ik tot de bodem liet zakken. Vervolgens wachtte ik tot hij in de buurt kwam en begon dan de vlieg te bewe­gen die dan wat modder deed circuleren wat zeker door de vis werd gezien. Het leverde me zelfs al eens een forel van ruim twee pond op.

De ochtend van zijn Waterloo

Alles zat die ochtend tegen. Eerst een lekke band, vervolgens na een kwartiertje rijden terug naar huis omdat de doos met zorgvuldig geselecteerde vliegen nog op mijn werktafel lag, vervolgens kwam ik in een file op de A16 (meer van de juiste locatie geef ik niet weg) zodat ik pas om 11.30 aan het water verscheen. Er was geen wolkje aan de lucht alhoewel het erg drukkend was net alsof er een onweer op het punt stond los te barsten. Het zag eruit alsof het mijn tweede visloze dag van het seizoen zou worden. Het verbaasde mij dan ook dat er veel forel aan de oppervlakte van het water aan het zwemmen was. Ook Mr. 'Big' was op de vinnen. Alleen zwom hij niet zijn gebruikelijke rondjes maar bleef hij heen en weer zwemmen in de schaduw van de bomen.

Mijn goed geplaatste worp deed mijn droge vlieg (Black Gnat) voor zijn neus landen en Mr. 'Big' greep de vlieg direct. Zoals zo vaak was hij direct al weer los en ik kon hem vijf worpen later zijn lip zien optrekken toen ik hem een Pheasanttail nimf op haakmaat 16 presenteerde. Het leek mij een goede list om als volgende vlieg een natte langpootmug te gebruiken die ik juist onder de oppervlakte zou laten rond dartelen als een walrus in afwachting van zijn volgende passage. Mijn sympathie voor hem en al zijn kunsten was nu wel verdwenen. Mijn jagers instinct, opgebouwd in een slordige 50 jaar vissen, nam de overhand en ik zou Mr. 'Big' nu beslist niet meer willen verspelen. Moeilijke situaties vra­gen vaak om moeilijke oplossingen dus knoopte ik er een meivlieg aan in de wetenschap dat er in een straal van zeker 20 kilometer van onze meertjes geen enkele meivlieg voor­komt. Ik besloot de hinderlaag voor de vis te leggen aan de linkerkant van zijn route waar­bij ik enigszins verscholen achter de bomen kon staan. Het water was zo helder dat ik de slakken op de bodem kon zien kruipen.

Rustig, bijna arrogant, zwom hij heen en weer langs de route die hij kennelijk voor die dag had uitgekozen. Ik volgde hem met mijn ogen zodat ik na een poosje precies wist waar hij allemaal langs zwom. Toen hij op het verst verwijderde punt was gooide ik de sappig uitziende hap met een goed geplaatste worp zo'n 10 meter uit de kant precies in de schaduw van een van de bomen en exact in baan die ik hem regelmatig had zien zwem­men. Vijf keer deed ik dat zo waarbij ik de nimf ging bewegen als ik hem aan zag komen. Twee keer zag ik hem een duik nemen naar de nimf, stopte op een paar centimeter i afstand en draaide vervolgens weg. De overige drie keer deed hij net als of hij de nimf niet zag.

We hadden hier een lastige situatie en mijn gedachten gingen terug naar een paar jaar eerder waar in een zalmpool vlak onder mijn neus een mooie zalm stond. Hij vloog ver­schillende keren op de traditioneel geviste vlieg af zonder hem echt in zijn bek te nemen. Instinctief sleepte ik de vlieg langs zijn neus waarop een harde aanbeet volgde.

En zo gebeurde het met Mr. 'Big'. Hij twijfelde geen moment toen ik de nimf vlak langs zijn neus sleepte. Een niet mis te verstane aanbeet volgde.

De rest van het seizoen lummelde ik maar wat aan de waterkant. Alhoewel ik nog wel wat forel ving gingen mijn gedachten toch steeds terug naar mijn vriend Mr. Big. Een vis die ik door en door heb leren kennen in de drie maanden dat ik er jacht op heb gemaakt.

Ik had het geluk in mijn vis carrière veel forel te kunnen vangen, in de pan te doen belan­den of zoals meestal terug te zetten maar geen enkele vis leverde meer dan drie maan­den strijd en spanning dan 'Mr. Big' (Mrs. Big zoals bleek na de autopsie). Nadat ik hem met mijn priest had doen kennismaken zag ik dat de vlieg uit zijn bek was gevallen en vast zat in mijn net. Had ik geweten dat hij zo simpel gehaakt was dan had ik hem mis­schien beter terug kunnen zetten. Om deze bijzondere vangst aan mijn visvrienden te showen zou het toch voldoende zijn geweest alleen een foto van mijn vangst te laten zien. Dit soort melancholische gedachten borrelen meestal op als de klap al gevallen is en de spanning is vervaagd.

Alhoewel, vissen en een visje bewaren voor een heerlijke maaltijd is toch ook niet ver­keerd? Misschien heb ik wel juist gehandeld met mijn priest. Mijn visvrienden, die aan de lunch hadden aangezeten, wisten het wel zeker. Één zei zelfs: "Dit was de beste lunch sinds jaren".