Steurvissen in Brits Columbia
(Yme D, 2004)

  14 augustus 2094 moest de afsluiting worden van een meer dan geslaagde 12-daagse trip naar Brits Columbia. De dagen ervoor hadden we het gemunt op de regenboogfo­rel, squawfish en mountain whitefish. Niet geheel zonder succes overigens. Diverse vissen van groot formaat werden geland nadat ze flink partij hadden gegeven.

Maandenlang hadden wij (Anne en Yme Dikkerboom) uitgekeken naar deze trip naar Brits Columbia en in het bijzonder het steurvissen. Nu was het dan de beurt aan de witte steur. Het was de bedoeling om met een gids een paar goede steurstekken op de Fraser af te vissen.


Omstreeks 05:45 werden we opgehaald van de Sasquatsch Inn door onze gids Graham. De Sasquatch Inn is een pension waar locals en vrachtwagenchauffeurs een drankje gebruiken en een hap (je) eten. Het formaat hamburgers grenst in deze Inn werkelijk aan het ongelofelijke. Maar dit terzijde.

Met veel vaardigheid lanceerde Graham de boot op Amerikaanse wijze. Dat wil zeggen: de trailer zo ver mogelijk het water in rijden, in de boot klimmen en volgas achteruit varen. Binnen no-time vertrokken we met deze zeer snelle jetboot vanuit Kilby rich­ting Fraser river.

Kilby ligt ongeveer 5 km stroomopwaarts vanaf het punt waar de Harrison river in de Fraser river uitkomt. Het is een heel mooi plaatsje met schitterende houten huizen en boerderijen. Met een slordige 70 km/uur passeerden we calimitypoint, de plek waar de Harrison river en de Fraser elkaar ontmoeten. Calimitypoint doet zijn naam eer aan. Het mengen van beide wateren geeft draaikolken met een doorsnee van 15 meter en soms meer. Ik moet er niet aan denken hier doorheen te varen in het voorjaar als het waterpeil zijn hoogste punt heeft bereikt.

Het heldere Harrison-water vermengt zich hier met het troebele Fraser-water. Dit punt werkt als een magneet op allerlei salmoniden en er zijn dan ook de nodige viseters te vinden zoals de visarend, otter en zeehond. Van de zalmen wordt gezegd dat zij op dit punt hun kieuwen spoelen tijdens de optrek vanuit zee.

Op de eerste stek aangekomen zette onze gids drie hengels uit. Verder werd afge­sproken wie de eerste vis zou drillen. Mijn broer Anne had de eer. De eerste stek was een diepe put waar het water niet echt hard stoomde. De drie hengels werden beaasd met resp. roe (een zakje met zalmeieren), een stukje zalm en eentje met dauwwor­men. De haken die werden gebruikt waren weerhaak loos. Dit is voorgeschreven in heel Brits Columbia. Om te voorkomen dat het aas van de haak zou glippen werd een rub­ber stoppertje gebruikt.

Terwijl we wachten op de eerste aanbeet vertelde Graham iets over de witte steur (Acipenser Transmontanus = de steur tussen de bergen). Deze soort komt uitsluitend voor in de Sacramento-, Columbia- en Fraser rivier. Ook zijn er een paar meren waar de soort voorkomt. Sinds 1994 is de soort beschermd en ook de indianen hebben vrijwillig ingestemd  met deze maatregel Ver voor die tijd werden letterlijk miljoenen  kilogrammen steur gevangen voor consumptiedoeleinden totdat de soort bijna uitge­storven was. Ondanks drainage, (het leggen van dijken en het indammen van de wetlands neemt het aantal steuren door de catch and release maatregel langzamerhand toe. Een zegen voor de visserij in BC.

De witte steur kan een lengte bereiken van 6 meter met een gewicht van 635 kg. Ze zijn dan meer dan 100 jaar oud. Dit soort exemplaren is echter vrij zeldzaam. Het is een echte overlever. Bekend is dat de soort zelfs 1 jaar niet hoeft te eten en toch in leven blijft. Ze planten zich voort als ze ongeveer 23 jaar oud zijn. Om de 4 tot 10 jaar worden dan ca. 2 miljoen kleverige eieren afgezet in sneller stromend water en op rotsige bodem. Het is onbekend waar dit gebeurt. Door het troebele water van de Fraser is dit geheim nog steeds niet prijsgegeven. Na 5 tot 25 dagen (afhankelijk van de temperatuur) komen de larven uit. Zij worden door de stroom meegevoerd en na 18 dagen kunnen ze vrij zwemmen. Met de dan al aanwezige voelsprieten zoeken zij de bodem af naar slakken, stukjes vis en ander voedsel. Naarmate de steur groter wordt schakelen zij over op witvis, dode zalmen en ander groot voedsel. Met de uitstulpende bek wordt dit aas als het ware naar binnen gezogen.

Twee lichte tikken waren zichtbaar op de met wormen beaasde hengel. Anne wachtte even en na een derde tik zette hij de haak. Meteen begon de reel te krijsen waarna de vis als een poseidonraket bijna geheel uit het water kwam. "That's a big one guy's!", riep Graham. Niet te houden en met grote snelheid trok de steur tientallen meters 40 ponds gevlochten lijn van de reel. De overige twee hengels werden snel ingehaald. Het gezicht van mijn broer vertoonde enige benauwde trekken omdat hij het einde van de lijn aan zag komen. Graham startte de boot en met de vis aan de lijn werd de achter­volging ingezet. Na drie kwartier gaf de steur de strijd op. De runs werden minder krachtig en snel. Na de schitterende dril werd de steur langszij de boot gebracht en foto's konden worden gemaakt: ca twee meter en 120 kg zwaar, een echte zoetwater biggamevis.

Nu zou het mijn beurt worden. Snel manoeuvreerde Graham de boot naar een nieuwe stek. Het aas werd op de haken aangebracht en ingegooid. Op deze plek werd de met wormen beaasde haak steeds door kleine witvis kaalgevreten. Na drie keer opnieuw ingegooid te hebben, kreeg deze hengel een duidelijke aanbeet van steur. Niet veel later werd aangeslagen en een "steurtje" van 86 cm werd binnengehaald. Met het gebruikte materiaal was de dril snel voorbij. Afgesproken werd dat ik ook de volgen­de vis zou drillen. Opnieuw dirigeerde Graham de boot naar een andere stek. Hier stond nog veel meer stroming en was het erg diep. We hadden door de stroming min­der last van de witvis die de haak kaal at. Na ca. 1 uur vissen, genieten van de natuur en de muziek van Otis Redding was het weer raak. Gelukkig was dit wel een grotere vis en de dril was dan ook navenant. De vis maakte gebruik van de stroming en gaf zeer snelle runs. Het is ongelooflijk hoe groot de snelheid en kracht van deze vissen zijn. Na 30 minuten werd ook deze vis geland. Na wat foto's te hebben genomen werd de vis teruggezet.

 

Het laatste uurtje van deze trip werd gebruikt om op cuttrout te vliegvissen. De Cuttrout lijkt op een regenboog met een oranjerode streep naast de kieuwdeksel. Verder heeft de soort hele grote stippen op zijn zij. Helaas kwamen we niet verder dan een aanbeet en kort daarna werd besloten om huiswaarts te keren. Met hetzelfde gemak als in de ochtend, maar dan wel in omgekeerde volgorde, voer Graham de boot op de trailer. Met kort vol gas werd de boot op de juiste plaats gezet. Deze dag was een succes geweest voor ons. Alles had meegezeten die dag, het weer, de vis en de gids.

48 uren daarna zaten we weer thuis, nog steeds vol van de avonturen en indrukken die dit land achtergelaten had.

Volgend jaar weer?