een Knotsgekke familie
Recept voor een (vis)-vakantie.

(Yvette K, 2005)

Men neme:

2       Volwassenen

2       Kinderen

1       Vakantiehuis in Frankrijk

7       Vishengels

1       Week vakantie

Ieder jaar boeken we een huisje in Frankrijk, ieder jaar een ander huisje, maar wel altijd met viswater bij de woning. We zijn al in de prachtigste oude boerderijen geweest. Het zijn altijd huizen van particulieren en de gastvrijheid van deze mensen is bewon­derenswaardig. Menig keer kregen we verse bloemen, zelf gebakken taarten of ande­re attenties bij aankomst.

Ergens in Frankrijk niet ver bij Le Mans vandaan, huurden wij afgelopen zomer een vakantiehuis in the middle of no-where. Een oude boerderij met een stuk land erbij van 2  bij 1 kilometer. Op dit stuk land 2 meertjes, barstens vol met vis.

Als we 's-middags aankomen bij het huis is de eigenaar nog niet aanwezig, zelf eerst maar eens op verkenning uit. Al snel worden de stukken eierkoek en krentenbollen, overgebleven van de reis, gebruikt om te kijken of er wel echt vis in de meertjes zit. Dit werd al snel bevestigd door de enorme kolken in het water, Franse vissen zijn blijk­baar dol op eierkoek en krentenbol.

Als we de sleutel hebben en onze spullen uit de auto hebben geladen, gaan we bood­schappen doen, iets te eten voor de avond, maar vooral veel Harry's kopen. Harry's zijn de meest smerige chemische boterhammen die je in de supermarkt kunt vinden, ze zijn zelfs zo chemisch dat je ze makkelijk een week vers houdt, maar prima brood om mee te vissen.

 De volgende dag staan de kinderen al te trappelen om aan de slag te gaan met hun hengel. De jongste, 4 jaar, heeft speciaal voor de vakantie een bamboehengel gekre­gen, haar eerste hengel. Na een half uurtje rommelen aan het water is de lol voor haar er al weer af, en worden de barbies tevoorschijn gehaald. Op de vraag waar ze haar hengel heeft gelaten, zegt ze onschuldig, nou gewoon bij het water. Nou gewoon in het water was een betere verklaring geweest, de hengel lag midden in het meertje. Geen paniek, we waren ook in het rijke bezit van een roeibootje, dit hoorde bij het huis. Pa de roeiboot in om de hengel te redden. Bij de hengel aangekomen leek de lijn vast te zitten in de waterplanten. Na enig geworstel kwam de hengel los en ging er spontaan vandoor, haar eerste vis. Een karper van ca. 50cm had de hengel van de kant getrokken en was ermee aan de haal gegaan, de barbies hadden het ook niet gemerkt.

 Omdat zwemmen in een meertje, waar dus ook grote vissen zitten wel eng is, hadden we een opblaasbadje meegenomen. Dit badje neergezet en gevuld met water uit het meer was enkele dagen later een mooie uitkomst om de vangst van die dag eens nauw­keurig bij te houden. De grote vissen gooiden we direct terug, maar de kleintjes moch­ten een duik nemen in ons badje. Toen we eind van de dag de buit gingen tellen en teruggooiden in het meer zijn we bij 60 opgehouden met tellen. De graskarper van 70 cm wilden we wel in het badje doen maar dan moest er zoveel water bij, dat we die ook maar gelijk hebben teruggegooid.

Een dag had pa de behoefte om even lekker alleen te vliegvissen. Uitgerust met een 3-tje met een red tag, ging pa eens een leuk klein voorntje vangen voor de kinderen. Na niet al te lange tijd klonk uit verte een fluitje, een blik om te hoek van het huis maakte duidelijk dat er iets was of iets moest gebeuren. Een schepnet. Het kleine voorntje dat gevangen moest worden bleek een schubkaper van ca. 50cm te zijn geworden, blijkt toch best een uitdaging te zijn met deze hengel.

 Toen zoon lief van 9 deze vis, en deze actie had gezien, moest en zou hij ook met de vliegvishengel aan de slag. Waarschijnlijk leefde bij hem het idee dat je met die hen­gel grotere vissen kunt vangen dan met die van hem. Na wat uitleg en demonstratie van pa ging hij aan de slag. Zijn enige doel was om zo ver mogelijk te werpen, ik weet uit ervaring dat dit als beginner niet je doel moet zijn. Na een half uurtje worstelen ging het steeds beter. Ik heb met een jaloerse blik zitten kijken, mij lukt het na 3 jaar nog steeds niet.

Onze laatste dag kwam de eigenaar, een boertje van ca. 60 jaar, even kijken of er nog bijzonderheden waren, zoals hij dat iedere dag deed. De beste man had zo zijn best gedaan, ook voor de kinderen, door allerlei zaken ter beschikking te stellen, voor het vullen van het badje, het maken van een kampvuur, een val voor het vangen van een muskusrat etc, dat wij de kinderen hem een fles wijn lieten geven. Hij wist zich geen houding te geven en was redelijk snel weg.

Nog geen 10 minuten later kwam hij terug met een grote tractor en de kinderen moch­ten achter in een bak stappen voor een rondrit over het terrein, ik weet nog steeds niet wie het meest heeft genoten van het ritje, de kinderen, pa, of de oude boer.

 Wij hebben een heerlijke vakantie gehad met ieder op zijn eigen manier zijn eigen visplezier.