De eerste visdag begonnen John en Kees op beat 4 en Peter en ik op 2. De beats worden roterend per dag uitgegeven. Heel hoog waren de verwachtingen niet gespannen: de waterstand was vrij laag en de grilserun, die nu ongeveer op het hoogtepunt zou moeten zijn, bleek nog helemaal niet begonnen. Ja, er was een vrij goede springrun geweest, maar die grotere voorjaarszalmen hadden zich al allemaal op de rivierbodem genesteld en waren niet meer tot aanbijten te vermurwen. We begonnen bij een pool met aan het eind een mooie stroomversnelling, de zogenaamde ‘neck of the pool’. Vorig jaar had ik daar met een rode Shrimpfly nog een mooie grilse kunnen verleiden. Ik gaf de eer deze keer aan Peter, vergezeld van advies hoe de glide te bevissen. Helaas was er geen vis tot aanbijten te bewegen. Hogerop de beat zijn een aantal mooie diepe pools met vrijwel stilstaand water. Deze pools zijn zeker niet slecht, vooral bij een zogenoemde ‘upstream ripple’ een opstrooms windje dus, zijn je kansen ronduit goed te noemen. Behalve deze dag dan. Ik probeerde zelfs een van de beschreven technieken uit het boek van Alexander: het min of meer opstrooms vissen met nimfen en grote stoneflies.
Nieuw op onze Erriff bleek controle langs de rivieroevers. In al die jaren, we begonnen er in het begin van de zeventiger jaren, dat we er vissen is er nooit iemand komen kijken. Het was dat de inspecteur van de fishery eerst langs kwam rijden met de Landrover en een gewaarschuwde John dus voor twee telt, anders was hij met een dansend garnaaltje lelijk tegen de lamp gelopen. Nu kon hij nog net besmuikt vertellen dat hij zijn haak en een stuk lijn tegen een rots had verspeeld!

De volgende dag kregen we twee beats toegewezen, waarvan wij, ons baserend op onze jarenlange ervaring, konden zeggen dat ze bij de huidige water en visstand geen enkel soelaas boden. Dus besloten we naar Ballinlough te gaan, een schitterend bergmeertje dat regelmatig van behoorlijk grote regenboogforellen wordt voorzien. Peter en ik gingen in het ene bootje, John en Kees in de andere. Je mag er alleen vliegvissen, maar trollen met een vliegenhengel is toch ook vliegvissen?


Deze methode had ons de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Gelukkig moest Peter zijn uitgebreide ontbijt nog wegwerken. En dat deed hij dus door bij het stevige windje de hele middag te roeien, waarbij ik bereidwillig op mijn knie de maat sloeg. Zijn roeiritme deed kennelijk plezierig aan want we wisten allebei 2 mooie forellen te verschalken aan een door mij hoogstzelve gefabriceerde Bibio en een goudkopstreamertje met zwarte maraboestaart. Ze zien er niet uit, maar vangen wel! Het andere duo bleef steken bij één elk. Later op de dag begon het behoorlijk te regenen, maar het was een tantalusgrapje: het was koud, maakte je doornat, maar het was niet genoeg om de rivier een beetje te doen zwellen. ‘s Avonds gingen we dus maar de gang van elke rechtgeaarde Ier: naar de pub. Veel mensen, zingen, rumoer, volle pinten en een open haard die de kleren in een mum droogt, wat wil je nog meer. Vis!, zou je zeggen, maar dat zou deze vakantie een schaars goed blijven.

De dag erop kregen we beat 9 en 1 toebedeeld. 1 Is qua profiel te vergelijken met 2, en daar ging ik, ditmaal vergezeld van Kees, met forse tegenzin naar toe. Terecht, want we zouden die dag, afgezien van wat zielige parretjes (jonge zalmpjes tussen de 5 en 10 cm) weer geen vis zien. Dan deden John en Peter het beter. Zij werden geacht beat 9 te bevissen, waarin de rivier na de waterval deels aan het getij onderhevig is en de zalm zich als eerste meldt. In een serie stromen en stroompjes, ideaal voor een vliegvisser, meldt de rivier zich aan de zee. Peter had kennelijk veel vertrouwen in mijn Bibio’s en werd hierin niet beschaamd. 0K, hij moest er de hele dag voor vissen, maar hij ving toch - deels onder een brug vissend en daarbij bewonderend gadegeslagen door letterlijke busladingen toeristen - twee mooie zeeforellen. En John, vissend onder de waterval, deed daar met eveneens twee mooie vissen niet voor onder.
De volgende dag waren de ons toegewezen beats dermate inspirerend dat we maar besloten om de wonderschone omgeving te gaan verkennen. De nieuweling in het gezelschap had ten slotte nog bitter weinig van Ierland gezien en het land is het meer dan waard om er een visdag voor op te offeren. Het stadje Ballina bezoekend bleek dat onze vriend Michael Swarts net doende was zijn oude hengelsportzaakje te verlaten om langs de wereldberoemde Ridge Pool in de Moy een schitterend nieuwe zaak te openen. Het was een feest voor het oog en vooral op vliegvisgebied is er van alles te bekomen. Zo is, volgens eigen zeggen, Mike Ierlands enige detaillist die de gekende (en schreeuwend dure) Pat Bonner zalmvliegen mag verkopen. We werden hartelijk verwelkomd en Mike vertelde ons direct dat er ook op de Ridge weinig tot niets werd gevangen. We waren dus niet de enige stuntelaars!

Op donderdag kregen we de beats 8 en 3 toegewezen. Beat 8 ligt net boven de waterval en is vooral interessant als de vis zeevers de rivier optrekt. Er zijn een aantal mooie holding pools waar ik de backing up techniek en de stonefly techniek kon uitproberen. De backing up techniek komt vooral tot zijn recht bij wat diepere, stilstaande pools. Je gooit dan een beetje stroomopwaarts, doet een paar stappen naar achteren en begint met binnentrappen. Dit doende kun je alsnog een mooie boog in je lijn creëren, zodat de leader en vlieg toch min of meer natuurlijk door het water gaan. Het spreekt vrijwel vanzelf dat al mijn creativiteit ook ditmaal niet werd beloond! Beloond werd - gelukkig - ditmaal wel John. Hij viste met Peter de hele dag keihard op beat 3. En aan het einde van de dag besloot hij toch maar de kans op ‘controle’ te trotseren en liet een garnaaltje aan een dobbertje deinen. En verdraaid: John en Peter stonden een beetje te klessebessen tot de laatste ineens riep dat het dobbertje zo raar danste. John aarzelde geen moment (dat moet je met een garnaal zeker niet doen) en sloeg aan. Het resultaat was een mooie zalm. Ik heb Johannes zelden zo glunderend zien kijken. En hij ging door!

De laatste visdag besloten we Ballinlough nog eens te bezoeken. John was zijn goudkop-met-maraboe vergeten, dus moest hij er een van mij lenen. Het was natuurlijk eigenlijk zijn eer te na, maar goed. Nou, vijf ving hij er die dag. En ik, met eenzelfde vlieg, helemaal niets! Niet eens beet gehad. Maar de trouwe lezer zal dit niet geheel onbekend voorkomen. Peter en Kees moesten het met elk 1 exemplaar doen. Die avond genoten we in de Lodge van vers bereidde kreeft als afsluiting van een toch zeer geslaagde week. Samenvattend konden we stellen dat het uitzicht uit de lodge onbetaalbaar is en dat de rekening daar volledig recht aan doet. Met als kanttekening dat ik erin was geslaagd om in bijna een week vissen op de Erriff om nog niet één aanbeet te krijgen!