(door John P.)

We visten op Blauwe Haai vanuit Kinsale en zoals gebruikelijk ga je dan eerst makrelen vangen om als aas te gebruiken om er  Rubby Dubby van te maken.
De makrelen werden vermalen en gingen met wat visolie en zemelen vermengd in een uienzak.
De zak werd overboord gehangen en had tot doel een reukspoor aan te brengen wat met een goede stroming soms kilometers ver kan gaan.
Heb je het geluk dat een haai het spoor oppikt dan zal zij (het zijn meestal de dames haaien die de Ierse wateren opzoeken) het spoor volgen tot aan je aas. Dat hoop je tenminste want je weet nooit op welke diepte ze aan komt zwemmen.
Om die redenen viste we alle drie op een verschillende diepte. Heeft iemand een aanbeet dan draaien de overige vissers binnen om de gelukkige vanger zoveel mogelijk ruimte te geven. Alleen vriend R, nee namen noem ik niet, vertikte het om helemaal binnen te halen en liet zijn makreel vlak voor de boot in het water hangen.
De blauwe haai zag in mijn makreel zijn lunch. Mijn dobbertje, een opgeblazen luchtballon, ging onder en ik kon mijn eerste blauwe haai aanslaan. Na ongeveer tien minuten met mij aan het touwtrekken te zijn geweest kwam ze met een bocht richting de boot. Stopte bij de makreel van R,  nee namen noem ik niet, nam zijn makreel ook stevig tussen de kaken en konden we nu samen de vis drillen. De woorden die ik R , nee namen noem ik niet, naar zijn hoofd slingerde zouden beslist als nieuwe scheldwoorden in de dikke van Dalen worden opgenomen.
De dame was helaas vijf pond onder het specimen gewicht maar met haar vijfennegentig pond toch een flinke vis.
Ja. Vraatzuchtig dus.


Een andere dag hadden we allemaal de diepte verkeerd geschat. Na een uurtje zagen we op ongeveer 40 meter een kleine driehoek aan de oppervlakte komen die in een rechte lijn naar de in het water hangende uienzak kwam. Bij de zak draaide ze op haar rug en zette de tanden stevig in de lekkernij.
Loslaten? Wel nee daar dacht ze niet aan. R, (hij van geen namen), Piet en ik hielden het touw stevig vast. Dit duurde tot de zak volledig uit elkaar was geschud. Links en rechts stukken makreel grijpend verdween ze in de diepte. Ons een ervaring rijker drijfnat achterlatend.
Vraatzuchtig? Wel nee. Ze had alleen maar honger.



Honger kan de Dogfish (zandhaai) nooit hebben gehad. Ik ving hem vissend vanaf een piertje in Clewbay. Het haakje zat keurig aan de zijkant van de bek en hij zou snel terug gezet zijn in het water ware het niet dat ik in de bek een staart zag zitten die de hele bek vulde. Er was dus nauwelijks plaats voor het stuk makreel wat ik als aas gebruikte. Ja, en dan word je toch nieuwsgierig. Na op dogfish euthanasie te hebben toegepast, heb ik gekeken wat er nog meer in de maag zat. De kop van de makreel had al op natuurlijke wijze het lichaam verlaten. De rest van de makreel was nog niet verteerd en voor de staart was gewoon nog geen plaats in de maag en bungelde dus nog gewoon in de bek.
Vraatzuchtig?  Wel nee.