Boekbesprekingen.

(Peter Vroegindeweij, 1993)





Naar ik hoor is dit boek inmiddels min of meer een collector's item. Het gaat om het bekende boek Vissen...Vliegen...Vangen... van Henk Peeters en Kees Ketting. Een unicum, omdat het een Nederlandstalig boek over vliegvissen is, dat in 1970 het daglicht zag, en een tweede druk beleefde! Ik ben het aan mijn ouders verschuldigd om dit boek op de eerste plaats te zetten, ik kreeg het in 1974 voor mijn 11-de verjaardag....
Ondanks het feit dat dit boek in de loop der jaren hopeloos verouderd is geraakt, pak ik het nog regelmatig uit de kast om even terug in de tijd te reizen. Indien we achterhaalde materialen en technieken (snoekstreameren met 25/00 punt en zonder staaldraad b.v.) buiten beschouwing laten is dit boek nog steeds een goed en bruikbaar standaardwerk voor vooral de Nederlandse poldervisser.
Maar je moet je niet storen aan ouderwetse lijncodes, hengeltypes en reelmodellen. Wat overblijft is een mooi vormgegeven boek, geschreven door mensen die al vanaf het allereerste begin van de vliegvisserij in Nederland meedraaien, barstensvol tips, handigheidjes en goede raad, en gelukkig met een broodnodige portie zelfspot. Bovendien staan er een aantal aardige visverhalen in, worden er een aantal patronen die (inmiddels) tot de klassiekers behoren, zoals bijvoorbeeld de silvernimf, behandeld, en geven de auteurs werpinstrukties, leaderformules, materiaaltips en vliegbindinstrukties. Al met al een boek om minstens een keer gelezen te hebben al was het alleen maar voor de foto van een jonge Kees Ketting....


The Compleat Lee Wulff
door Lee Wulff, Met introducties door John Merwin.


De in 1992 overleden Lee Wulff is misschien wel de meest invloedrijke Amerikaanse sportvisser aller tijden, en nu hij overleden is kan zijn mythe alleen nog maar groeien. Geboren in 1905 in Valdez, Alaska, heeft hij vanaf zijn prilste jeugd een diepgaande relatie met het water en de vissen daarin gehad en een groot deel van zijn leven besteed aan het vangen, bestuderen en beschermen van zowel water als vissen. Vooral zijn toewijding aan het voortbestaan van de Atlantische zalm is over de gehele wereld bekend, en het is aan deze man te danken dat op een behoorlijk aantal Amerikaanse rivieren het visrecht volledig van de beroepsvisserij op de sportvisserij is overgegaan.
The Compleat Lee Wulff is een compilatie van artikelen die hij in Amerika publiceerde, met voor die tijd zeer vooruitstrevende en revolutionaire
technieken, meningen en materialen. Het boek is gelukkig gebonden, en op goed papier gedrukt, zodat een lange levensduur gewaarborgd is. De introductie wordt verzorgd door John Merwin, die zichzelf vriend en leerling van Lee Wulff noemt, en voor elk hoofdstuk geeft hij een korte toelichting. Handig, want de artikelen zijn behoorlijk gedateerd.
De artikelen zijn ruwweg naar onderwerp ingedeeld, en het boek bestaat dan ook uit vier delen; Talking Tackle, (Over - hoe kan het anders- diverse materialen.), From Trout to Tarpon, (Over speciale vangstervaringen), A Gamefish too Valuable, (over conservatie) en Quiet Waters (Overpeinzingen).
Dit boek is een absolute aanrader voor iedereen die ook maar een beetje Engels lezen kan. Zeer vele van onze moderne ideeën over terugzetten, weidelijke visbehandeling, etc., maar ook over materialen en technieken vinden hun oorsprong bij deze briljante schrijver en visser, en ik vind het een hele ervaring om het ontstaan van deze denkbeelden als het ware over de schouder van de auteur mee te maken.

 
           
The Art of the Trout Fly.
Auteur: Judith Dunham, met foto's van Egtnont van Dyck
.

Enkele jaren geleden stond in Kees Kettings Vis a Vis in- toen nog- Hét Visblad, een enorm gunstige recensie van dit boek, volgens Kees een van de mooiste boeken ooit op het gebied van de vliegvisserij uitgegeven. Dit was voor mij voldoende reden om met het ISBN nummer naar de American Discount te tijgen, en binnen zes weken was het in mijn bezit, kosten: Drie geeltjes. Als ik ooit in mijn leven waar voor mijn geld heb gehad, was het voor die vijfenzeventig piek.
Ondanks het feit dat het een niet al te dik boek, met nog geen honderddertig pagina's betreft, heb ik geen moment spijt van die uitgave gehad. Voor de beginnende zowel als de gevorderde vliegenbinder gaat er een wereld van onbekende mogelijkheden open. De fotografie van Egmont van Dyck is een enorme inspiratie op zich, maar nog veel meer tot de verbeelding spreken de gesprekken met de veertig vliegenbinders die in dit boek aan bod komen. Beroemdheden zoals Al Troth, Lee Wulff, Gary LaFontaine, Poul Jorgenson- ach, ze zijn er allemaal, en geven een deel van hun technieken, filosofie, of geschiedenis. En van allemaal zijn één of meerdere vliegen op perfecte wijze fotografisch weergegeven, van superrealistische steenvliegen en bidsprinkhanen tot softhackle streamers en full dressed modellen.


Handboek voor den Hengelaar

geschreven door Ferd. Vulsma

Lezend in allerlei hengelsport-publicaties, kom je weleens verhaaltjes tegen waarvan je zelf vindt dat het - om het voorzichtig uit te drukken - niet geheel juist is wat daarin soms heel mooi beschreven wordt. Een aantal voorbeelden hiervan vond ik in het zeer vermakelijke boek 'Handboek voor den Hengelaar', geschreven door Ferd. Vulsma (De Gulden Pers, Haarlem 1946). Het motto van dit boek: 'Het is met een handboek als met een horloge: een slecht is beter dan helemaal geen en van een goed kan niet worden verwacht dat het volmaakt zij.' Het boek bevat een aantal stukjes tekst waarvan ik vind dat je maar beter je mond kan houden over iets dat je niet weet dan maar iets op te schrijven 'for the sake of completeness'.

Uit hoofdstuk 3: Het Aas, paragraaf 17: kunstmatige insecten
'Voor het hengelen naar riviervis en vooral forellen en zalm wordt meestal gebruik gemaakt van een kunstmatige diersoort. In de handel zijn de meest vernuftige en fraaie imitaties van vliegen, spinnen, sprinkhanen en zelfs van wormen verkrijgbaar. De meeste dezer kunstaas-soorten gebruikt men om langs de oppervlakte van het water te vissen, om het te doen voorkomen dat het nagebootste insect in het water is gevallen. Hierbij gebruikt men ragfijne werplijnen, die vaak nog met een bepaalde soort olie zijn ingesmeerd, zodat ze boven drijven. Het kunstaas wordt zo ver mogelijk weggeworpen en dan langzaam weer ingehaald.'

Hoewel het volgende niets met vliegvissen te maken heeft, is het (vind ik) wel de moeite van het vermelden waard:
(wat te doen bij het vissen op karper indien 'een zeer grote karper na het aanslaan in de modder schiet')
'Voor het geval U in een dergelijke situatie komt, wil ik U wel verklappen, dat de sportvissers in West-Amerika in zo'n geval het snoer strak houden en met de kolf van hun onafscheidelijke revolver tegen het ondereind van de hengel kloppen.'

Misschien dat U nu beter begrijpt waarom Clinton zo'n haast had met die anti-wapen-wet ?!?!?