Ierland 2003 (deel 2)
De Erriff
(Rob Bul, 2003)

 

Zo rond het middaguur kwamen we in ons gerieflijke verblijf, de Aasleagh Lodge aan, waar we hartelijk werden verwelkomd door Jim en Mary Staffort, de manager en zijn vrouw. Hij regelt het vissen en Mary en haar staf de verzorging en het eten. En dat eten, waarde lezers, is meer dan voortreffelijk. Het wachten was echter nog op Peter Ouwendijk en Kees Brouwer die ons deze eerste week zouden vergezellen en op eigen gelegenheid (vliegtuig/auto) van het vliegveld Shannon kwamen. Zo om een uur of zes kwamen ze aan, op tijd voor het eerste diner. Het zou te ver voeren ook al deze maaltijden te beschrijven, maar geloof ons: klasse.

Na het eten stond mij trouwens een ernstige teleurstelling te wachten. Ik heb in de loop der jaren al menigmaal de Lodge beschreven en eenieder weet hoe ik mij verheug in de koffie en thee na de maaltijd, te genieten in de Lounge: koffie, thee (whiskey, etc.) open haard, gebloemde banken en fauteuils en door het grote raam een schitterend vergezicht over bergen en rivier. Daarbij hoort een kleine geneugte mijnerzijds: ik rook nauwelijks en doe een jaar met een pakje pijptabak. En eenmaal per jaar doe ik mezelf een klein doosje handgemaakte sigaren (Ivory De Olifant) uit Kampen cadeau, ‘a raison van 5 euro per stuk. Wie schetst mijn teleurstelling toen ik - bovengekomen - door mijn grijnzende vrienden werd geconfronteerd met een bordje ‘no smoking’. Ik dacht eerst dat de etterballen het bordje van beneden hadden meegenomen om mij te pesten maar nee hoor: de asbakken waren alle verwijderd en dus mocht je in een prototype van een klassiek-Engelse ‘smoking room’ niet langer roken. Daar zat ik dus met mijn sigaren, het moet toch niet gekker worden.

De eerste ochtend genoten we allen van het traditioneel zeer substantiële ontbijt: cerials, yoghurt, sapjes, koffie, thee, gebakken bacon, tomaat, worstjes, bloedworst, champignons, ei en fruit. En, als aanvulling op dit alles, zag de broodmagere Peter elke dag ook nog kans een vol bord havermout weg te stouwen. Hij moet er nog van groeien, de jongen.

De eerste visdag begonnen John en Kees op beat 4 en Peter en ik op 2. De beats worden roterend per dag uitgegeven. Heel hoog waren de verwachtingen niet gespannen: de waterstand was vrij laag en de grilserun, die nu ongeveer op het hoogtepunt zou moeten zijn, bleek nog helemaal niet begonnen. Ja, er was een vrij goede springrun geweest, maar die grotere voorjaarszalmen hadden zich al allemaal op de rivierbodem genesteld en waren niet meer tot aanbijten te vermurwen. We begonnen bij een pool met aan het eind een mooie stroomversnelling, de zogenaamde ‘neck of the pool’. Vorig jaar had ik daar met een rode Shrimpfly nog een mooie grilse kunnen verleiden. Ik gaf de eer deze keer aan Peter, vergezeld van advies hoe de glide te bevissen. Helaas was er geen vis tot aanbijten te bewegen. Hogerop de beat zijn een aantal mooie diepe pools met vrijwel stilstaand water. Deze pools zijn zeker niet slecht, vooral bij een zogenoemde ‘upstream ripple’ een opstrooms windje dus, zijn je kansen ronduit goed te noemen. Behalve deze dag dan. Ik probeerde zelfs een van de beschreven technieken uit het boek van Alexander: het min of meer opstrooms vissen met nimfen en grote stoneflies.
Nieuw op onze Erriff bleek controle langs de rivieroevers. In al die jaren, we begonnen er in het begin van de zeventiger jaren, dat we er vissen is er nooit iemand komen kijken. Het was dat de inspecteur van de fishery eerst langs kwam rijden met de Landrover en een gewaarschuwde John dus voor twee telt, anders was hij met een dansend garnaaltje lelijk tegen de lamp gelopen. Nu kon hij nog net besmuikt vertellen dat hij zijn haak en een stuk lijn tegen een rots had verspeeld!

De volgende dag kregen we twee beats toegewezen, waarvan wij, ons baserend op onze jarenlange ervaring, konden zeggen dat ze bij de huidige water en visstand geen enkel soelaas boden. Dus besloten we naar Ballinlough te gaan, een schitterend bergmeertje dat regelmatig van behoorlijk grote regenboogforellen wordt voorzien. Peter en ik gingen in het ene bootje, John en Kees in de andere. Je mag er alleen vliegvissen, maar trollen met een vliegenhengel is toch ook vliegvissen?