INTRODUCTIE



Van exentrieke eenling tot landelijke vereniging

In Nederland is vliegvissen een tamelijk jonge tak van de hengelsport. In de periode vóór de Tweede Wereldoorlog werd het vliegvissen in Nederland geïntroduceerd door met name expats uit Engeland. Pas in de jaren vijftig drong in Nederland het besef door dat vliegvissen niet alleen geschikt was voor het vangen van forel of andere salmoniden, maar dat de toen nog in de Nederlandse polders veelvuldig voorkomende ruisvoorns uitstekend en vooral fraai te vangen waren met de kunstvlieg.

Pioniers als Kees Ketting, Jan Schreiner en Henk Peeters brachten het vliegvissen onder de aandacht bij het grotere publiek. Dankzij hun geestdrift omarmde een groeiend aantal sportvissers het vliegvissen en werden steeds meer technieken ontwikkeld voor de overige Nederlandse sportvissoorten. Vliegvissen was niet meer alleen weggelegd voor de happy few die in het buitenland de salmoniden aan de vinnen ging. Ook het Nederlandse polder- en rivierenlandschap openbaarde zich als een schatkamer waar het goud voor de gemiddelde vliegvisser bereikbaar bleek.

landelijk georganiseerd
Het kon niet uitblijven dat een aantal individuele vliegvissers  en bestaande vliegvisclubs zich in 1986 organiseerden tot de Vereniging Nederlandse Viegvissers (VNV). Er was immers nog geen landelijke overkoepelende organisatie die de belangen van vliegvissers kon behartigen.

In de statuten werden dan ook de doelstellingen van de VNV geformuleerd:
• bescherming van de visstand
het bevorderen van de specifiek Nederlandse Vliegvisserij
het behartigen van de belangen van de aangesloten leden

De VNV wil deze doelstellingen zelfstandig bereiken of in samenwerking met andere organisaties (zoals bijvoorbeeld Sportvisserij Nederland)

Ook al is de VNV een jonge vereniging, toch zit er flink de groei in. Op dit moment telt de vereniging ongeveer 4450 individuele leden. Daarnaast hebben zich 60 vliegvisverenigingen aangesloten.