VLIEGENHENGELS



Er wordt hoofdzakelijk met carbonfibre hengels (1) gevist. Glas en boron worden alleen door specialisten nog ingezet. Splitcane (2) wordt gebruikt door de echte liefhebber met een wat nostalgisch karakter, hoewel er nog steeds hengels van splitcane gebouwd worden die perfect werpen en vissen. Maar het handwerk nodig om ze goed te bouwen maakt ze redelijk prijzig en door het gewicht van het tonkin kunnen de hengels niet te lang worden gebouwd en voor te zware lijnen, zonder dat het gewicht het viscomfort nadelig beïnvloedt.

Werpgewicht
Vliegenhengels kunnen een bepaald gewicht lijn werpen. Die gewichten zijn gestandaardiseerd en worden uitgedrukt in AFTMA nummers. AFTMA staat voor American Flyfishing Tackle Manufacturers Association. AFTMA 0 is een exceptioneel lichte lijn en AFTMA 15 een zeer zware, bestemd voor marlijn en dergelijke vissen. In Nederland gebruiken we ATMA 3 tot 5 hengels voor de voorn en de forel en vlagzalm van de beken in de Eifel en de Ardennen en AFTMA 7 of 8 voor de snoek, de grote forel van het Oostvoornse meer en voor de zeebaars, geep en andere zeevissen. Op de hengel zie je het gewicht vaak aangegeven met een #. AFTMA 7 wordt dan #7.

Reelhouder
Omdat de lijn tijdens het werpen van de reel wordt getrokken, zit de reel onder de werphand op de hengel, op een reelhouder. Meestal wordt de reel vastgezet met een schroefring en wordt het andere eind van de reelvoet in een uitsparing gedrukt.



Handgreep
Het handvat kan verschillende vormen hebben. De lichtere hengels (1) vissen we met de wijsvinger boven op het handvat, zodat de pols niet te ver kan doorknikken tijdens het werpen, de meest gemaakte beginnerswerpfout. Daarvoor zijn de semi-Welsh of sigaarvorm (2) goede vormen. Bij zwaardere hengels wordt de druk op de wijsvinger te groot en komt de duim er boven op. Dan is de full-Welsh (3) een betere vorm.



Ogen
Een vliegenhengel heeft veel ogen. Dat is nodig om te zorgen dat de zware vliegenlijn niet tussen de ogen kan wegzakken en daardoor de vlieg naar je toetrekt of om te voorkomen dat die lussen tijdens het werpen een eigen leven gaan leiden. Om die ogen zo licht mogelijk te maken is voor het slangenoog (2) gekozen. Het oog het dichtst bij het handvat, het trekoog (1), is wat groter en zwaarder gemaakt en gevoerd, omdat daar tijdens het werpen veel wrijving ontstaat door de steeds in een hoek langs glijdende vliegenlijn. Het derde type oog is het topoog (3)

Werpkarakteristiek
Niet alle vliegenhengels hebben een zelfde werpgedrag. Er zijn 'zachte' hengels, die ver doorbuigen en 'harde' hengels, waarvan de buiging dichter bij de top stopt. Uiteraard zijn er vele tussentypen, elke hengel heeft zo zijn eigen karakteristiek.

Zachte hengels zijn langzamer; als je het handvat beweegt, duurt het even voordat ook de top mee gaat bewegen. Bij een werpbeweging komt de hengel trager op gang dan bij een harde hengel, en zwiept dan verder door. De lijn krijgt daardoor wat minder snelheid dan bij een harde hengel en krijgt ook een wijdere lus, die tijdens de worp meer luchtweerstand ondervindt dan een nauwe lus. Door de traagheid heeft een verkeerde timing bij het werpen een geringer effect dan bij een harde en daardoor snellere hengel. Verder dempt een zachte hengel de schokken van de gevangen vis beter af, zodat je met dunnere leaderpunten kunt vissen.

Door de lagere lijnsnelheid werpt een zachte hengel minder ver dan een harde. Ver kunnen werpen vergroot je bevisbare gebied. Maar je loopt het risico daardoor over de vis heen te vissen en te verjagen. En: verre worpen kunnen slecht vissen absoluut niet compenseren! Ook moet je met snelle hengels met wat dikkere leaderpunten vissen, omdat je door de snelheid en hardheid eerder afbreekt. Voor beginners zijn wat zachtere hengels aan te bevelen.

De lengte van de hengel
Vliegenhengels kunnen in lengte variëren: van ongeveer 6 voet tot 15 voet (1,80 tot 4,50 m) De heel korte hengels zijn bedoeld voor het vissen in sterk begroeide, kleine beken, de hele lange zijn meestal voor de hogere gewichten bestemd en zijn vaak tweehandig. Ze worden voor zware vis ingezet.

Bij die lange hengels krijgt de lijn tijdens het werpen een hogere snelheid dan bij een korte hengel, maar de geworpen lus wordt groter en krijgt dan meer luchtweerstand. Tevens moet de timing wat langzamer worden, omdat de uitslag van de hengel ook groter wordt. Hoe langer de hengel hoe zachter die aanvoelt, bij gelijkblijvend materiaal en opbouw. Een harde 6 voets hengel is dan het moeilijkst om te werpen, de timing moet dan wel heel nauwkeurig zijn. Een 10 voets zachte hengel daarentegen voelt snel aan als een natte dweil en vraagt dan om een heel langzame timing.
Een middelsnelle carbonfibre hengel van 8 tot 9 voet lang is een aanrader voor elke beginner. Pas als je de timing goed onder de knie hebt zijn snellere hengels te proberen voor de haast onvermijdelijke drang om grote afstanden te gaan werpen.