KEVERS EN WANTSEN



    Kevers herken je aan de harde rugschilden en het ontbreken van een zuigsnuit. Kevers hebben kaken. Er zijn roofkevers en planteneters. Maar alle kevers en wantsen kunnen vliegen en moeten hun zuurstof van boven water halen. Daardoor zijn het levendige beestjes die veel zwemmen. Vandaar dat ze de vis regelmatig opvallen en gegrepen worden.

    De kevers in stromend water zijn over het algemeen erg klein. In stilstaand water leven kevers van 4-5 cm lang, maar de meeste soorten zijn kleiner.

    Wantsen hebben zachtere vleugels en een zuigsnuit. Van de wantsen is de duikerwants de meest interessante voor de vliegvisser. Ze wordt door vliegvissers vaak verwisseld met het bootsmannetje, dat veel groter is en op zijn rug zwemt.
    Duikerwantsjes zwemmen met de rug omhoog. Ze leven van plantenafval en niet, zoals bijna alle andere waterwantsen van kleine diertjes en jonge vis. De imitatie, die in Engeland Corixa wordt genoemd, is simpel en niet veel verschillend van keverimitaties.
    Waterwantsen komen bijna uitsluitend in stilstaand water voor

    Bindpatroon Duikerwants