KOKERJUFFERS



    Hun naam kregen ze omdat de meeste zich een koker bouwen om het achterlijf, waarin ze wegkruipen als ze worden bedreigd. Het materiaal bestaat uit beschikbare bouwmaterialen. Dat kan grind zijn, zand, bladeren, plantenstengeltjes, slakkenhuisjes enzovoorts. Er leven ook kokerloze kokerjuffers, die pas een kokertje maken als ze gaan verpoppen.


    Als de poppen op punt staan om uit te vliegen, bijten ze de kokertjes open en stijgen naar het wateroppervlak, waar ze uit de poppenhuid kruipen en wegvliegen zodra de vleugels zijn ontvouwen en stevig genoeg geworden. Dat duurt even en intussen spartelen ze in het oppervlak, hetgeen niet zonder gevaar is.
    Vissen lusten ze graag, zowel als larve, maar ook als pop en volwassen insect. De volwassen vrouwtjes keren nog een keer terug om hun eieren in of op het water af te zetten, de laatste kans voor de vis om ze te pakken te krijgen. Ze worden dan ook schietmot genoemd.
    Kokerjuffers komen zowel in stilstaand als in stromend water voor.

    Bindpatroon kokerjufferlarve


    Bindpatroon schietmot